PortalIndexReárinn Inane Ir'ské HpD5UwnReárinn Inane Ir'ské 2q24v8xLaatste afbeeldingenZoekenRegistrerenInloggen



 

Deel
 

 Reárinn Inane Ir'ské

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Ronodan
.....
.....
Ronodan

Reárinn Inane Ir'ské UTL8oxA PROFILEElite
Real Name : Aylan
Posts : 1167
Points : 0
Reárinn Inane Ir'ské UTL8oxA MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Lucht, beetje aangeleerd vuur
Klas: none
Partner: Leave me breathless...

Reárinn Inane Ir'ské Empty
BerichtOnderwerp: Reárinn Inane Ir'ské   Reárinn Inane Ir'ské Icon_minitimedi nov 27 2012, 11:55

Reárinn Inane Ir'ské Renaam


Reárinn Inane Ir'ské Generalpic

Naam: Reárinn Ir’ské.
Staat bekend als: Reá, Vrouwe van de Lucht, The Angel of Doom, Inane, Madame Claude.
Geslacht: Vrouwelijk.
Leeftijd: 215 jaar, Is in uiterlijk op 27 blijven hangen.
Gewicht: 62 kilo.
Lengte: 1 meter 82.
Dierlijke vorm: Paard.
Betekenis dierlijke vorm: Vrijheid|Stabiliteit|Kracht in zowel lichamelijk als spiritueel opzicht.
Geaardheid: Aseksueel.
Planeet van herkomst: Puffoon.
Opgegroeid: In de oude Tempus Tempel op Puffoon.
Magie: Lucht.
Moedertaal: Russisch (Dialect dat wordt gesproken in verschillende streken van Puffoon).
Overige talen: Tsjechisch, Noors, IJslands (Andere Puffoonse dialecten) en Brits (Noord-Shadraans).




Reárinn Inane Ir'ské Whoamios

Faceclaim: Impa (The legend of Zelda: Skyward Sword)
Stem: Lolly Jane Blue
Symbolisme: De wind in al haar aspecten. Van rustige bries tot alles vernietigende storm.

Vrouwe van de Lucht:
Een titel die ik nog niet zo heel lang mag dragen. Ja, ik ben een tijdlang leerling geweest van Neara en ja, ze had me ook uit die functie ontheven wegens omstandigheden. Feit blijft dat, toen zij verdween en Puffoon achterliet om het zelf maar op te knappen, ik de enige persoon was die überhaupt in aanmerking kwam. Laten we even duidelijk stellen: ik ben niet nobel. Ik ga mezelf ook niet als heldin bombarderen door te zeggen dat ik dit voor die arme mensen doe. Ik ben opgeleid hiervoor. Het was een afspraak die ik niet alleen met Neara maakte, maar ook met mezelf. Als ik de kans krijg die opdracht uit te voeren, waarom zou ik die dan laten liggen?

The Angel of Doom:
Een ongelukkige bijnaam waar ik ook echt niet om gevraagd heb. Mensen verspreidde snel roddels onder elkaar. Vooral als die gaan over een ongetrouwde vrouw die alleen in de bergen woont en al tweehonderd jaar geen dag ouder dan dertig lijkt. Ik ben aan deze bijnaam gekomen toen ik een paar decennia terug de vreemde gewoonte had overal op te duiken waar ongelukken gebeurde. Niet expres, ik hou niet van de aandacht. Het leek meer alsof die ongelukken mij zochten maar mij nooit raakte. Uiteindelijk werd ik gezien als brenger van doem en verderf. De tijd van de figuurlijke fakkels en hooivorken is nu gelukkig voorbij. The Angel of Doom wordt nu enkel nog gebruikt door moeders die hun kinderen angst aan willen jagen zodat ze braaf blijven.

Inane:
Inane betekend letterlijk ‘’Vrouwe van de Hemel’’. Deze naam valt eigenlijk niet meer onder de sub tekst: bijnaam. Het is een titel en een hele eervolle. Tempelkrijgers kregen ze enkel in uitzonderlijke gevallen. Ik heb deze titel verdient toen ik de Tempel tegen beter weten in heb beschermd voor buitenstaanders die de schatten en kennis wilde roven. Ironisch genoeg is deze titel zowel mijn redding als mijn ondergang geweest.

Madame Claude:
Ah, het bekende verhaaltje voor het slapen gaan van Madame Claude. Als kinderen stout waren vertelde hun moeder vaak dit sprookje. Het ging over een verbitterde vrouw hoog in de bergen. Zij had een grote hekel aan kinderen en dan vooral kinderen die nooit luisterde. Madame Claude beschikte over vele helpers, allen vogels. Ze vlogen over heel Puffoon op zoek naar kinderen die stout waren en niet luisterde naar wat de volwassenen tegen hen zeiden. Als ze zo’n kind hadden gevonden ging Madame Claude naar hen toe. Dan, als ze ’s nachts in hun bedjes lagen te slapen, zou Madame Claude ze ontvoeren en meenemen naar haar huis hoog in de bergen. Daar zou ze de oren van de kinderen afsnijden. Ze gebruikte ze immers toch niet. Van die oren maakte Madame Claude iets anders wat ze dan terug gaf aan de kinderen. De één kreeg een staart, de ander scherpe klauwen. Zo liet ze de kinderen hele dagen werken, elk hun eigen nieuwe talent gebruikend om voor Madame Claude’s vele vogels te zorgen. En als je ’s avonds in je bed lag en dan heel goed luisterde, dan kon je horen hoe de wind de jammerklachten van de gevangen kinderen meenam van de bergtoppen. Een erg lachwekkend verhaal vind ik zelf. Ik heb geen hekel aan kinderen, daarbij was ik zelf ook niet de makkelijkste. De vogels in mijn huis? Die komen en gaan naar eigen behoeven. Gelukkig weten weinig mensen meer dat ik Madame Claude voor moet stellen.

Likes: Grote open ruimtes| Regen| Vrijheid| Gerechtigheid.
Dislikes: Drukke mensen|Veel van de mannelijke bevolking| In het middelpunt van de aandacht staan.

Uiterlijk:
Goed, ik ben niet heel trots op hoe ik eruit zie. Sommige dingen hebben me getekend voor het leven, letterlijk. Ik ben ook niet de meest aantrekkelijke vrouw, zowel in karakter als in uiterlijk. Maar toch weet je.

Rapunzel:
Toen ik nog heel klein was had ik ontzettend lang blond haar. Eigenlijk het stereotype haar dat je beschrijft als je een prinses in een sprookje voor laat komen. Al van jongs af aan deed mijn moeder daar traditioneel gewijs kleurige kralen in vervlechten. Laj plaagde me dan altijd door te zeggen dat ik het haar van Rapunzel had. Na zijn dood heb ik bijna alles eraf gehaald. Ik wilde er niet meer aan herinnerd worden. Ik heb één lok lang gelaten om daar kralen in te kunnen vlechten. Het blijft immers een traditie van mijn mensen.

Fragiel?:
De meeste mensen, en dan voornamelijk mannen, die mij de eerste keer zien gaan er vanuit dat ik zwak en fragiel ben. Dat komt omdat ik slank ben. Het lijkt alsof elk zuchtje wind me omver kan blazen. Wat mensen niet weten is dat ik zo slank ben omdat ik al vanaf vroege leeftijd op hoog niveau train. Dat voelen de meesten wel als ze me een hand geven en merken dat ze hun vooroordeel een beetje moeten bijschaven.

Tatoeage:
Of je het echt een tatoeage mag noemen weet ik niet. Het is niet permanent en ik kan het eraf halen wanneer ik wil. Ik praat over de tekens op mijn gezicht. Het zijn tekens en symbolen die horen bij de Tempelmacht. Ik breng ze elke ochtend op met een speciaal goedje wat de hele dag goed blijft. Het is dus absoluut niet hetzelfde als wat ze vandaag de dag make- up zouden noemen, maar het is ook niet permanent zodat het een tatoeage is. Het is eerder iets wat ertussen zit denk ik.

Klederdracht:
Ik zeg expres klederdracht en geen kleding of kleren want het zijn niet zomaar kleren. Het is de officiële kleding die alleen door de krijgers van de Tempus Tempel gedragen mocht worden. Nergens kun je ze nog vinden. Zelfs in de Tempel van het heden dragen ze nu andere kostuums. Mijn kleding bestaat uit een blauwe broek die onderaan een beetje poft met gele accenten eroverheen. Daar op draag ik een blauw shirt, ook met gele accenten. Op een deel van mijn rug is hij open, speciaal voor vleugels. Om mijn nek zit hij dan weer met een oranje band vast. Dat oranje komt terug in een grote riem die ik om mijn heupen draag. Er hangen drie veren aan. Vroeger stonden die veren voor welke rang je bekleedde. Hoe meer veren, hoe belangrijker je in de Tempel was. Schoenen heb ik niet echt. Het zijn lappen blauwe stof die ik om mijn voeten wikkel. Vanaf mijn pols tot aan mijn elleboog wikkel ik mijn armen in een soort verband. Dat heeft een functie. Als ik me moet verdedigen vangt de dikke stoffen band de klappen een beetje op voor ze mij raken. Verder heb ik nog een bruine mantel, maar die draag ik alleen als ik op reis ben.

Littekens:
Net als ieder ander persoon heb ook ik littekens. Sommige zitten onzichtbaar aan de binnenkant. Andere duidelijk van buiten zichtbaar. Een groot voorbeeld daarvan zijn de twee littekens op mijn rug. Ze zitten tussen mijn schouderbladen, maar ik weet dat ze er zijn. Het gevolg van een foute keuze in het leven waardoor ik hardhandig mijn vleugels ben kwijtgeraakt. Die littekens zijn wat er van over is gebleven om me er elke dag opnieuw aan te herinneren.




Reárinn Inane Ir'ské Deeperintheinside

De verwarde geest:
Ik heb dingen gevoeld, gezien en gedacht die door veel artsen en psychiaters onder het kopje ''psychisch niet in orde'' worden gestopt. Ik ben daar ook niet zonder schade uit gekomen. Ik heb momenten dat ik het besef van tijd kwijt ben. Dat klinkt misschien vrij normaal, meerdere mensen hebben het. Maar ben hen gaat het om het niet weten welke dag het is. In mijn geval weet ik niet langer in welke eeuw ik leef. Ik ben ervan overtuigd dat ik weer in het Kovomaka stelsel ben van ruim tweehonderd jaar terug. Het is raar wakker worden uit zo’n soort van trance. Ik herinner me dan ook niks meer. Ik kan dit nu vertellen omdat anderen mij zo hebben meegemaakt. Het frustreert me nog wel het meest dat ik zelf niet langer weet wat ik doe.

De scherpe Puffoonse:
Ik kan me een tijd herinneren dat Laj tegen me zei: ''Reá, je bent in uiterlijk een volbloed Puffoonse, maar met een akelig Shadraans karakter,'. Ik heb die uitspraak nooit helemaal begrepen. Tenminste, niet totdat Laj stierf. Waar het op neer komt is dat ik me niet kan gedragen als de doorsnee Puffoonse vrouw. Dat wil ik ook niet. Ik heb mijn eigen menig over verschillende dingen. Ik geef toe, sommige zijn wat grof, maar uiteindelijk ben ik dat zelf ook wel een beetje.

De felle spreekster:
Ik ben fel, ik ben agressief en ik laat ook niet meer los waar ik eenmaal mijn tanden in zet. Als het om discussies gaat dan. Nee, aan mij heb je geen goede. Ik zal niet snel toegeven dat ik fout zit. Vooral niet als ik er van overtuigd ben dat ik gelijk heb. Als ik de kans krijg laat ik mijn stem zeker horen en als je daar niet tegen kan dan raad ik je aan je oren goed dicht te stoppen want ik kom overal boven uit.

De misleidende geliefde:
Ondanks alles wat ik heb gezegd heb ik ook wel degelijk een rustige kant. Hij zal niet vaak aanwezig zijn waardoor ik meestal dominant zal overkomen, maar hij is er. Van iemand houden doe ik onder de juiste omstandigheden, maar iemand een geliefde noemen zal ik zelden. Toch is het meestal die stille kant waar de mannen die ik ken gek op worden. Maar dan vergissen ze zich vaak. Mijn rustige kant is als de stilte voor de storm en net als daarbij ook nooit een goed teken. Ik ben bewust niet op zoek naar een relatie, en iedereen die het probeert zal van een koude kermis thuis komen.

Karaktereigenschappen: Fel |Afstandelijk|Stil|Intelligent|Af en toe wat in de war|Scherp|Egoïstisch.
Hobby’s: Tarot|Kooi gevechten|Free running.

Familie:
Nijra Ir’ské- Daraij:
Een naam die ik heel goed ken. Het was de naam die mijn moeder haar leven lang bij zich droeg. Ik mis haar wel, al weet ik dat ze zou zeggen dat ze teleurgesteld in me was. Mijn moeder was een trotse vrouw. Ze was er trots op dat ze een Tempelkrijger was, ze was trots op haar hoge positie en ze was trots op een dochter met een natuurlijke aanleg voor magie. Zodra ik was geboren kon mijn moeder geen andere kinderen krijgen. Maar dat maakte haar niet uit. Ze had mijn vader, mij en de Tempel. Wat kon ze nog meer willen?

Quinn Ir’ské:
Mijn vader was een krachtig persoon. Hij kwam vaak intimiderend over. Waarschijnlijk mede dankzij zijn imposante grote. En dat terwijl mijn moeder zo klein was. Het was een raar stel samen, maar ze waren gelukkig. Ik vind nog steeds dat mijn vader het nooit verdient heeft gehad om te sterven op de manier waarop hij nu gestorven is. Ik heb mijn wraak gehad, maar niet dat gapende gat waar je een kogel doorheen kan schieten opgevuld.

Laj Alaïx:
Om hem gaf ik denk ik nog wel het meest. Natuurlijk hield ik van mijn ouders zoals elk kind dat doet. Maar in mijn herinnering staan ze ver weg van me. Als een onbereikbaar doel. Om je toe te lichten: Laj was mijn aangewezen voogd nadat mijn beiden ouders waren gestorven. Hij heeft me de meeste grondbeginselen van de magie geleerd. Laj is meer een vader voor me geweest dan mijn eigen vader ooit had gekund. Hij is voor mij gestorven.




Reárinn Inane Ir'ské Historyo

The First steps in my life:
Het begin van mijn leven is helemaal niet zo interessant. Het enige wat misschien de moeite van het vertellen waard is, is mijn leven in een Tempel die al een paar eeuwen niet meer bestaat. De Tempelkrijgers van nu wonen in de hoofdstad van Puffoon. Ze kleden zich anders dan toen, trainen anders en gedragen zich anders. Nee, in vergelijking met hen was mijn leven wel iets anders. Net als elk normaal kind werd ik geboren in een gezin waarvan de ouders dolblij waren met hun nieuwe kind. En net als elk normaal Tempelkind was het voor mij een vrijbrief voor een zorgeloze jeugd. Min of meer dan. Toen ik was geboren werd al snel duidelijk dat er tijdens mijn geboorte iets mis was gegaan bij mijn moeder. Ik weet vandaag de dag nog steeds niet wat het was. Het enige wat ik weet is dat mijn moeder niet langer in staat was om kinderen te krijgen. Dus zij en mijn vader overgoten hun enige dochter met alle liefde die een ouder kon bezitten. Ik werd het aller kostbaarste wat ze hadden. Soms was dat wel irritant. Je moet begrijpen, ik hield van gevaar als klein kind. Vanaf het moment dat ik kon lopen was iedereen altijd naar me op zoek. Naarmate ik ouder werd, werd dat er niet beter op. Wekelijkse hartaanvallen voor mijn ouders omdat ik me weer eens ergens in de Tempel verstopt had was eigenlijk de normale gang van zaken.


My early childhood:
De eerste paar jaren van mijn leven waren rustig. Ik speelde, ik leerde, ik was een kind. Maar op vijfjarige leeftijd kwam daar verandering in. Ik moest aan mijn training als Tempelkrijger beginnen. Mijn eerste leraar zal ik nooit vergeten. Hij was lang, mager en stond altijd een beetje gebogen. Maar ik heb nog nooit iemand ontmoet die leniger was dan hij. Natuurlijk leerde we ook normale dingen, als lezen en schrijven. Als kind weet je niet waar je eindigt. Misschien blij je, je hele leven lang, een Tempelkrijger. Als je meer ambitie had werd je priester. Maar de echt goede schopte het tot hogepriester. Voor mij was dat nooit wat ik wilde. Ik was er trots op dat ik de Tempel mocht beschermen. Hoge rangen met veel zinloos gepraat hoefde voor mij helemaal niet.
Ik leerde snel en ik leerde veel. Als kind was het niet langer toegestaan om te spelen. Je training slokte daarnaast al je vrije tijd op. Dus naast het trainen leerde ik zoveel mogelijk over wat dan ook. In het bijzonder over de andere planeten. Als kind is het moeilijk te bevatten dat er naast jouw wereld nog anderen bestaan. Je vroeg je af of de mensen daar anders waren of juist hetzelfde. Wat zouden ze eten, hoe zouden ze spreken. Zou het daar wel beleefd zijn om te smakken aan tafel. Het was iets waar elk kind in de Tempel heerlijk bij weg kon dromen. Ondertussen werden onze trainingen wat meer fysiek gericht. Toen ik zeven was kregen we oefeningen om een spiermassa te kweken als we wat groter zouden worden. Dat was het moment in mijn leven dat ik mijn vleugels verdiende. Het gebeurde tijdens onze training voor vecht technieken. Het kwam door Ilanaij. Toen had ik eigenlijk al moeten beseffen hoe verkeerd dat joch was. We trainden met lange stokken. Ilanaij sloeg zijn tegenstander met de stok tegen zijn slaap. De jongen wankelde en viel van de rand. Onze Tempel stond hoog zodat we dicht bij de hemel zouden leven. Een val van die hoogte zou niemand overleven. Buiten onze normale trainingen hadden we ook een aantal magie lessen gehad aangezien een paar van ons daar een goede aanleg voor bleken te hebben. Ik sprong Ilanaij’s slachtoffer achterna. Ik weet niet meer wat er in me opkwam. Ik had gedacht ons allebei op te laten vangen door de wind als ik die zou oproepen. Als dat echt gebeurd was waren we beiden doodgevallen. Ik had toen de tijd de kracht nog niet om zoiets te doen. Maar zodra ik de hand van de jongen vast had maakte mijn vleugels zich los van de huid van mijn rug. Dankzij die vleugels kreeg ik hem terug op veilige grond van de Tempel. Tegenwoordig zijn er voor lucht magiërs veel andere manieren om je vleugels te verkrijgen dan van een gebouw af te springen. Maar toen ik klein was waren die nog niet ontdekt. Voor mij kwam er een nieuwe training bij, die waarin ik leerde omgaan met mijn vleugels. Omdat Ilanaij’s vader een priester was werd zijn poging tot moord afgeschreven als ongeluk en werd het door de vingers gezien. Ik was nog nooit zo kwaad geweest.



My late childhood:
Al snel bleek dat ik een goede en snelle leerling was. Ik viel in de smaak bij de Tempelleden met een hogere rang die mijn ouders vertelden dat ik het nog heel ver kon brengen. Omdat ik in de magie lessen te snel op de andere kinderen vooruit liep kreeg ik een persoonlijke leraar die meer aandacht voor mij had zodat ik beter kon leren en de andere kinderen niet langer het gevoel hadden dat ze het tegen mij op moesten nemen. Die leraar was Laj Alaïx. Hij was al jarenlang een goede vriend van mijn ouders en was als een tweede vader voor me. Hij leerde me vanaf dat moment alles wat hij wist over lucht magie. Ik was tien toen ik mijn eerste rode veer verdiende. De veren stonden in onze gemeenschap voor je hoeveelheid aanzien. Als je dacht dat je klaar was voor een rode veer dan vroeg je dat bij de hogepriesters van de Tempel. Zij gaven je een opdracht mee. Dit kon van alles zijn. Voltooide je die, dan kreeg je de rode veer. Laj had gezegd dat ik het moest proberen en zo kwam ik aan mijn eerste veer. Hoe meer veren, hoe hoger je rang en dus hoe meer aanzien je had.
Er is een tijd geweest dat ik zes veren had. Maar drie van hen zijn me later weer afgenomen.
Na het verdienen van mijn eerste veer werd ik door iedereen als groter en sterker beschouwd dan de andere kinderen. Ik werd meer als gelijke behandeld. Je kunt je voorstellen dat er kinderen waren die dat niks kon schelen. Maar natuurlijk waren er ook kinderen die groen zagen van jaloezie. Eén van hen was Ilanaij. Ik heb er nooit het bewijs voor gevonden, maar ik weet zeker dat hij de schuldige is van mijn moeders dood. Misschien zelfs ook later die van mijn vader. Ik zou net elf jaar worden toen mijn moeder midden in de nacht uit haar bed werd getrokken. Ze was beschuldigd van hoogverraad door iemand die ze toen de tijd een ''gerespecteerd lid van onze gemeenschap,' hadden genoemd. We hebben haar drie weken lang niet mogen zien of spreken. Ik weet niet wat ze in die tijd met haar gedaan hadden. Het enige wat ik weet is dat, toen ze haar proces had, ze er zelf ook van was overtuigd dat ze hoogverraad had gepleegd. Verder herinner ik me niet veel meer van die dag. Ik heb geschreeuwd en gehuild. Ik geloof zelfs dat ik één van de priesters wilde aanvallen. En ik had het gedaan ook als Laj me niet tegen had gehouden en me tegen hem aan had gedrukt. Als hij er niet was geweest dan had mijn vader me gewoon laten gaan. Hij zat te verzonken in zijn eigen wereld om aan zijn dochter te denken nu ze zijn vrouw het doodvonnis hadden toegeschreven. Ik kan hem er niet de schuld van geven al doe ik dat wel. Laten we zeggen dat ik blij was dat ik Laj had.
Toen mijn moeder was gestorven kwam Laj steeds vaker over de vloer. Dan vroeg hij me hoe het met me ging en trainde we wat. Hij zag het altijd als ik er even geen zin in had. En mijn vader? Ach die sprak bijna helemaal niet meer tegen me. En als hij wat zei was het niets meer dan gemompel. Ik snap het wel, ik leek teveel op mijn moeder. Dat kon hij niet aan. Mijn vader raakte in een depressieve kolk en ik werd erin meegesleurd. Het was Laj die me eruit wist te redden. Maar mijn vader wilde niet gered worden. Toen mijn moeder was veroordeeld was hij al gestorven. Ik denk dat de priesters dit ook zagen. Mijn vader werd meegestuurd op een missie. Een belangrijk voorwerp van de Tempel moest naar de keizer van Puffoon gebracht worden. Het voorwerp bezat veel kennis en grote macht. Iedereen zou daar hebberig van worden. Ik smeekte mijn vader om niet mee te gaan. Zijn depressiviteit had zijn zintuigen afgestompt. Bij een aanval zou hij niet snel genoeg kunnen reageren. Hij negeerde me. Hij ging toch mee. En ze werden aangevallen.
Toen de andere krijgers het dode lichaam van mijn vader terug naar de Tempel brachten ben ik kwaad naar Laj gerend. ‘Ik heb het hem gezegd,’
Dat is het enige wat ik met bittere toon uitriep. En dat zou het laatste zijn wat ik zou zeggen voor lange tijd. Ik was twaalf jaar.



Learning to be an adult:
Ik heb een jaar lang niet gesproken. Ik trainde, ik at en sliep. Ik las. Maar ik sprak nooit. In het begin probeerde Laj me nog aan het praten te krijgen, maar ik bleef zwijgen. Uiteindelijk gaf hij het op. Hij praatte genoeg voor ons allebei. Ruim een jaar nadat mijn vader was gestorven begon ik weer te spreken. Eerst enkel woorden als ''goedemorgen,' of ''bedankt,'. Maar later ook weer zinnen. Ik weet niet waarom ik gestopt was met praten, noch waarom ik een jaar later weer begon met spreken. Het gebeurde gewoon. Op een dag kwam de hogepriester die mijn vader op zijn missie had gestuurd tijdens een magie les van Laj binnen. Hij wilde met me praten, dat hij het zo erg voor me vond dat ik geen ouders meer had. Dat hij trots was dat ik uit mezelf weer was begonnen met praten. Het werd me allemaal teveel. Ik kon de man voor mij namelijk niet anders zien dan als een moordenaar. De stomste fout die ik had gemaakt was omdat in zijn gezicht te schreeuwen. Ik had iemand die vele malen hoger in rang stond dan ikzelf uitgemaakt voor moordenaar. Natuurlijk viel dat niet goed en zo kwam het dat ik mijn eigen proces kreeg. Omdat het geen zwaar vergrijp was maar een teken van respectloosheid wilde ze me een fysieke straf opleggen. Laj nam het toen voor me op. Hij pleitte voor me en kon de priesters ervan overtuigen dat ik het enkel had geroepen omdat ik emotioneel nog steeds van slag was. Ze geloofden het al moest ik wel mijn excuses maken. Alleen Laj en ik wisten dat ik het meende wat ik had geroepen. Maar omdat hij zoveel moeite had gedaan om me uit de problemen te houden kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om de waarheid te vertellen. De hogepriester stelde Laj aan als mijn voogd, in de hoop dat het dan beter met me zou gaan en ik ook emotioneel over mijn verlies heen zou komen.
Laj was een goede voogd. Een betere vader dan mijn eigen vader dat ooit had kunnen zijn. Hij trainde me al kende ik de lesboeken van voor naar achteren en weer terug. Dus leerde Laj me andere dingen. Dingen die de meeste Tempelkrijgers nooit zouden leren. Ik wist ook niet hoe Laj ze wist. Ik heb hem daar ook nooit naar gevraagd. De nieuwe technieken waren gevorderd en moeilijk. De perfecte combinatie voor mij tussen afleiding en leren. Zo leefde ik mijn leven voor vijf jaar lang. Ik vond het niet erg. Als ik eerlijk ben waren het de gelukkigste jaren uit mijn jeugd. Ik lachte veel met Laj. Ik vond in die vijf jaar mijn eerste vriendje in de Tempel. Ik had mijn eerste kus in die vijf jaar. Ik verdiende vijf nieuwe rode veren. Kortom, ik was zowaar weer gelukkig. Daarbij kreeg ik steeds meer van de moeilijke technieken die Laj me aanleerde onder de knie. Wat ik niet had moeten doen was er zo mee te koop lopen. Misschien waren dingen dan anders gelopen. Maar ja, ik was achttien. Ik was jong, naïef en trots op wat ik kon en iedereen mocht dat weten. Dat viel niet bij iedereen goed. En zeker niet bij Ilanaij. Ik had succes en dat kon hij niet hebben. Ik had zes rode veren. Hij maar twee. Hij haatte me. Ik negeerde het. Iets wat ik beter niet had kunnen doen. Het voedde zijn haat en woede en zorgde ervoor dat hij me aangaf. Ik had niks gedaan. Maar net als bij mijn moeder werd ik vals beschuldigd. Ik zou verboden magie hebben gebruikt. Pas nu zag ik het werkelijke gezicht van die verraderlijke slang Ilanaij. Hoe hij daar met het onschuldige gezicht van een kind wist te vertellen hoe hij had gezien dat ik verboden krachten had opgeroepen en daarmee alle regels van de Tempel had geschonden. Uiteraard geloofde ze hem. Gezien zijn familie (zijn vader was onderhand hogepriester geworden) en de achtergrond van de mijne. Ze sloten me op en namen me drie van mijn verdiende veren af. Wilde me uit de weg hebben op een plek waar niemand me zou kunnen zien. Want weet je, als ze me niet zagen hoefde niemand zich schuldig te voelen en konden ze in alle eerlijkheid vertellen dat ze van niets wisten. Ik werd opgesloten in het diepste van de Tempel. Niemand sprak tegen me. Zelfs niet mijn oude vlam van vroeger, die me nu dagelijks mijn eten bracht. Niemand wilde iets met me te maken hebben of ze waren bang dat ze zelf gestraft zouden worden als ze dat wel deden. Maar na drie weken kreeg ik dagelijks bezoek. Helaas van iemand die ik nooit meer wilde zien. Ilanaij kwam me elke dag opzoeken. Dan fluisterde hij me alle haat en verachting toe die hij de afgelopen dertien jaar in had moeten houden. Ik wilde er niet naar luisteren maar zijn stem was het enige wat de stilte en de leegte vulde. Na negen maanden keek ik zelfs uit naar zijn bezoekjes als hij me kwam vertellen hoeveel hij me haatte en op wat voor kleurrijke manieren hij me wel niet zou vernederen en kapot zou maken als ik hier ooit uit zou komen. Ik werd gek van de stilte en zijn stemgeluid was het enige voor twee jaar lang die dat kon verdrijven. Ilanaij gaf me gemende gevoelens. Hij maakte me bang omdat ik vreesde dat hij al zijn haat op mij zou botvieren als ik hier uit kwam. Hij maakte me kwaad omdat hij mijn leven had verpest. Ik kreeg medelijden omdat hij de laatste dertien jaar niks anders had gedaan dan mij haten. Ik verlangde naar hem omdat hij de enige was die voorkwam dat ik mijn eigen hoofd tegen de stenen muur kapot zou slaan van de gekte. Het waren twee vreemde jaren.
Op een dag kwam hij ineens niet langs op de gebruikelijke tijd. Hij was boven in de Tempel. Er werd gevochten. Ik kon het zien, maar ik hoorde het door het kleine raampje in mijn cel. Ik schreeuwde omdat ik wilde wat er aan de hand was. Voor het eerst in twee jaar hoorde ik een andere stem dan die van Ilanaij. Ze vertelde me dat er een groep magiërs van buiten de Tempel een aanval hadden gepleegd op ons. Ze wilde kennis en macht om het huidige regime omver te kunnen werpen. Ondanks alles wat deze plek me had aangedaan voelde ik me nog steeds een Tempelkrijger. Ik moest ze helpen. Ik brak uit. Ik verzamelde al mijn krachten en liet de wind zo hard blazen dat mijn cel in elkaar stortte en ik kon ontsnappen. Waarom ik dat niet eerder had gedaan? Ik denk dat ik nooit eerder de drang gevoeld had die nodig was geweest om zoveel kracht op te roepen. Ik rende door de Tempel en vloog naar buiten. Daar zag ik met hoeveel deze aanvallers waren. Ik verzamelde een aantal vrienden van vroeger. Mensen met wie ik een tijdlang dezelfde lessen had gevolgd. Samen riepen we een grote storm op. Eentje die onze aanvallers zou wegblazen. Een tornado was het gevolg. Toen we die enorme explosie aan lucht magie opbraken lagen onze aanvallers versuft en uitgeteld overal rond de Tempel. De levende onder hen namen we gevangen. Ze moesten door de keizer terecht gesteld worden. Ik had verwacht dat ik terug gestuurd zou worden naar mijn cel. Ook al was hij nu gesloopt. Maar dat gebeurde niet. Ik werd beloond met de grootste eer die mijn mensen kennen. Ik kreeg de titel ''Inane,'. Het betekend ''Vrouwe van de Hemel,'. Het was een titel die maar eens in de zoveel decennia werd gegeven aan iemand. Ik kan me blik van Laj nog herinneren toen ik die titel kreeg. Hij was trots. Ik maakte me nog zorgen om Ilanaij. Ik was nog steeds bang. Ik deel mijn gedachten met Laj. Ook hij was van mening dat het beter was als we beiden de Tempel zouden verlaten. Het was te gevaarlijk. Ik beschikte over grote krachten, waarvan ik eerder niet wist dat ik ze had. En om over meer krachten te beschikken dan de hogepriesters…nou ja, het was stom om dan nog te blijven. We pakte onze spullen en verdwenen ’s nachts. We zijn naar het eerste dorp gevlucht wat we tegen kwamen. Daar kocht Laj andere kleren voor ons. In onze Tempel kleding werden we gewoon te snel herkend. Daarna trokken we helemaal naar het zuiden van Puffoon. We wilde zo ver mogelijk uit de buurt van de Tempel zijn.



My time as apprentice:
Daar, in het zuiden van Puffoon bouwde we samen een leven op. We kochten een huis en Laj leerde me de laatste dingen die hij wist. Twee jaar heb ik daar gewoond. Toen wist ik alles wat Laj me kon leren. Maar het was niet genoeg. Ik wilde nog meer weten, steeds meer leren. Ik was nooit verzadigd. Laj begreep me. Hij zei dat hij een andere leermeester voor me ging zoeken. Eentje die me nieuwe dingen kon leren. Maar op een nacht was hij verdwenen. Ik wist niet waarheen, ik heb gewacht tot hij terug kwam. Ik heb drie dagen gewacht. Toen er eindelijk op de deur geklopt hoopte ik dat hij terug was. Maar toen ik de deur open deed stond daar Ilanaij samen met een paar andere krijgers van de Tempel. Ik was zomaar weggelopen en dat werd niet getolereerd. Ze hadden Laj gevonden en gedood. En nu wilde ze met mij hetzelfde doen. Wat er daarna gebeurde zal ik nooit vergeten. Haar verschijning was er gewoon ineens. Een lange elegante dame in het wit stond in mijn huis en kwam tussenbeide. Ze sprak met een zuivere, heldere stem. Ze leek op dat moment meer op een engel dan op een vrouw. Ze vroeg me mijn naam. Daarna vroeg ze of ik leerling wilde worden. Als zij echt een engel was geweest dan weet ik zeker dat Laj haar gestuurd had. Ik stemde toe. Ik had niet veel andere opties. Daarbij was ik op zoek naar een nieuwe leermeester. Dat was mijn eerste ontmoeting met Neara.
Door toe stemmen om Neara’s leerlinge te worden, zorgde ik ervoor dat ik onschendbaar was voor de Tempel. Neara had mijn leven gered. Ze nam me mee naar een huis op Puffoon. Mijn eerste dag daar heb ik al mijn blonde lokken op één na afgeknipt. Ze herinnerde me teveel aan Laj. Zeven jaar lang, heb ik daar gewoond. Ik leefde voornamelijk alleen. Ik zorgde ervoor dat het huis altijd netjes was. Dat alles er verzorgd uit zag. En als Neara er was kookte ik voor ons. Zij leerde me dan geheimen over de magie waar ik alleen maar over had kunnen dromen in de Tempel. Ik leerde graag en keek altijd als Neara kwam. Ze was een soort tante of een grote zus voor me geworden. Dankzij haar leerde ik om me iets socialer op te stellen tegenover andere mensen. Ze gaf me het gevoel dat ik veilig was. Ik leerde zo een aantal mensen kennen die ook in de stad woonde waar Neara haar huis had. Daartussen bevond zich Delamina. Maar iedereen noemde haar altijd gewoon Mina. Onze eerste ontmoeting was wat stroef. Maar uiteindelijk kan ik zeggen dat zij mijn beste vriendin is geworden. We vertelde elkaar alles. Mina luisterde graag naar mijn verhalen over de Tempel. En ik? Ik luisterde graag naar haar eeuwige geroddel. Ze was normaal, zo zorgeloos. Ze was zoals ik had willen zijn. Maar ik was niet jaloers. Als ik bij Mina was, dan had ik ook het gevoel alsof ik een normaal leven leidde en kon ik de Tempel even vergeten. Maar ze bleef nooit lang uit mijn gedachten. Ik wilde wraak. Ik wilde mijn pijn over die plek kunnen uitstorten. Ik wilde Ilanaij laten voelen wat hij mij twee jaar lang heeft laten voelen. Ik hield deze gedachten lang voor mezelf. Maar uiteindelijk vertrouwde ik ze aan Mina toe. Ze vertelde me toen een gerucht wat mijn leven heeft veranderd. Er was een man in de stad waar wij woonde. Zijn naam? Zachra. Mina vertelde dat hij van Shadra afkomstig zou zijn. Ik had de naam van de planeet der Duisternis vaak genoeg gelezen. Maar om hem zo te horen liet het de koude rillingen over mijn rug lopen. Mina vertelde dat de man bedreven was in de duistere magie en dat hij alles voor elkaar kon krijgen wat je hem vroeg. Ik heb lang nagedacht over Mina’s verhaal. Maar de drang om wraak te nemen was te sterk. Toen Neara weg was ben ik op een dag naar Zachra gegaan. Ik vertelde hem mijn verhaal. De lange man met de zwarte lokken en fel groene ogen vertelde me dat hij me kon helpen. Maar daar wilde hij wel iets voor terug. Zijn ruil was simpel. Ik kreeg een onnatuurlijk lang leven in ruil voor mijn vleugels. Ik stemde toe. Zachra hakte mijn vleugels af en gaf me er een lang leven voor in de plaats. Op dat moment, ik was zevenentwintig, stopte ik met ouder worden. De tijd bleef voor mij stilstaan. Ik strompelde terug naar huis. Ik had me nooit beseft hoe zwaar lopen kon zijn. Ik moest voortaan alles lopen doen. In het begin had veel blaren en gloeide en bloedde mijn voeten elke avond. Maar naarmate ik meer liep ging dat weg. Toen kwam Neara terug en probeerde ik me normaal mogelijk te gedragen. Ik viel door de mand toen ik van Neara moest vliegen voor een oefening. Ik had haar nog nooit zo kwaad gezien. Ze schreeuwde tegen me, dat ze teleurgesteld was in me. Uiteindelijk riep ze dat ik nooit haar opvolger zou worden. Ze stuurde me weg. Ik vertrok uit de stad. Ik heb alleen Mina gedag gezegd, niet eens verteld waar ik heen of waarom. Ik ging naar de bergen waar ik niet gestoord kon worden. En waar ik in alle rust kon trainen.



My afterlife:
In de bergen bouwde ik mijn eigen huis. Ik jaagde voor mijn eigen voedsel. Ik trainde in mijn vrije tijd. Op de plek waar ik woonde waren een heleboel exotische vogels die je in Puffoon alleen daar in het wild kon zien. Ik had ze nooit gevraagd om me gezelschap te houden. Op een dag waren ze er gewoon. Ze kwamen en gingen weer naar eigen behoeve. Ik moet zeggen dat ik blij was dat ze er waren. Ze namen het gevoel van eenzaamheid een beetje weg met hun vrolijke gefluit. Ik denk dat zo ook de sprookjes en verhalen over Madame Claude en The Angel of Doom zijn begonnen. In mijn tijd dat ik alleen leefde ben ik veel boeken gaan verzamelen. De meeste gingen over lucht magie. Maar ik had er ook een paar met informatie over de andere planeten. Ik verslond deze boeken, wilde zoveel mogelijk weten.
Op een dag, toen ik een wandeltocht door de bergen maakte op zoek naar voedsel, kwam ik een verstoten Puffoonse Goudvalk tegen. Het was nog maar een baby, maar geen enkele andere Goudvalk was in zijn buurt te bekennen. Ik nam hem mee. Ik verzorgde hem en zag hem opgroeien. Toen hij eindelijk groot genoeg was ben ik hem gaan trainen zodat hij uiteindelijk, na een aantal jaar van intensieve training, mij op zijn rug mee kon nemen. De eerste paar keer vloog ik over Puffoon. En na een paar succesvolle vluchten vond ik het tijd dat we aan een grote uitdaging begonnen. Ik wilde samen met hem naar een andere planeet vliegen. En niet zomaar één. Ik wilde naar Shadra. Na vijf mislukte pogingen ging het de zesde keer goed. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Ik kan me de eerste paar stappen op Shadra nog goed herinneren. Het voelde alsof ik een heel andere beschaving had ontdekt. Tweehonderd jaar geleden was het nog niet zo gebruikelijk om naar andere planeten te gaan als nu. Het was ook veel moeilijker. Ik heb tien jaar lang rondgezworven over Shadra. Ik leerde de taal en de gebruiken. Ik bestudeerde de magie maar vond het eerlijk gezegd de moeite niet waard om meer dan een paar simpele trucs op te pikken van mijn reis naar Shadra. Duistere magie lag mij gewoon niet. Na tien jaar keerde ik terug naar Puffoon, wijzer dan toen ik vertrok. Door mijn reis naar Shadra had ik een zintuig, een prikkel als je wilt, ontwikkeld waardoor ik het voelde als er problemen waren. Toen ik gebruik ging maken van dat zintuig zijn de sterke verhalen van The Angel of Doom gevormd. Ik was overal aanwezig waar het mis ging. Niet echt een goede gewoonte maar voor lange tijd was dat zintuig heel sterk aanwezig en kon ik niet anders dan ernaar te luisteren. Zo ging ik ruim twintig jaar door. Ik leerde steeds meer, verzamelde meer kennis en leerde hoe ik dat in de praktijk kon brengen. Totdat ik dacht dat ik er klaar voor was. Mijn tijd voor wraak was gekomen. Voor het eerst sinds zevenendertig jaar ging ik terug naar de Tempel. Geschrokken gezichten begroette me. Iedereen herkende me, omdat ik niks was veranderd. Ik werd fysiek immers niet langer ouder. Ik denk dat ze in de Tempel altijd wel wisten dat ik terug zou komen voor wraak. Dat wisten ze al op het moment dat Laj me mee nam. Het gezicht wat me altijd zou bijblijven was dat van Ilanaij. Hij had zijn vader opgevolgd als hogepriester. Hij was oud nu, had rimpels in zijn gezicht. Zijn sterke bruine krullen waren wit en dun geworden. De angst op zijn gezicht gaf me een goed gevoel. Het kon me niet schelen dat ik een oude man aanviel. De pijn was te sterk. Al mijn woede wat zich in mijn binnenste had verzameld al die tijd kwam er nu uit. Het zorgde ervoor dat ik de grootste storm opriep die vandaag de dag nog steeds in de Puffoonse geschiedenis boeken staat. Al weet niemand dat ik de veroorzaakster was.
Woede doet veel met een mens. Dat heb ik die dag wel geleerd. Mijn storm vernietigde alles. Ik merkte dat ik nog steeds te onervaren was. Ik kon mijn storm niet langer in de hand houden. Mijn doel was om hen pijn te doen uit mijn verleden. In plaats daarvan heb ik veel levens weggenomen. Levens die mij zelfs nog nooit gezien hadden. Mijn storm joeg over het land en verdween pas na drie dagen. De Tempel was compleet vernietigd. De overlevende konden de meeste kennis redden en vertrokken naar het noorden om zich in de hoofdstad opnieuw te vestigen in de hoop dat ik hen daar niet aan zou durven vallen. Ik heb me mijn hele leven nog nooit zo schuldig gevoeld. Ik dacht dat mijn wraak het ultieme doel voor mij zou zijn, maar dat was het niet. Ik keerde terug naar de bergen, ver bij de mensen vandaan. Ik studeerde, in de hoop dat ik mijn krachten ooit wel onder controle zou kunnen houden. Ik zwoer dat ik mezelf nooit meer zo zou laten gaan. Ik leefde als een kluizenaar tot een tijdje terug. Toen kwam er een man aan mijn deur. Hij vertelde me dat Neara was verdwenen. Ik was de nieuwe Legendarische Magiër van de Lucht…


Mijn Inspiratiebron:
Terug naar boven Ga naar beneden
 

Reárinn Inane Ir'ské

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Starshine Academy ::  ::  :: Air Magicians-