De woorden, de vraag, die ze had gesproken hadden het enthousiasme in Syrax aangewakkerd. Dat voelde ze en daardoor werd ze zelf ook nog enthousiaster. Ze merkte hoe er een brede glimlach om haar lippen sierde. Nieuwsgierig en opgewonden voor wanneer ze de lucht in zouden gaan.
Een antwoord volgde, en zonder op reactie van haar te wachten, sprong Dregoe de draak naar buiten. Als een blije hond rende het dier een klein stukje om weldra met een krachtige sprong de lucht in te gaan. De slagen van de vleugels maakte het erna dat de wind om Luci haar hoofd suisden. Ze voelde hoe haar haren en kleren wild wapperde. Een geweldig gevoel van vrijheid en euforie bekroop haar gepaard met de adrenaline die vrij kwam door deze epische gebeurtenis. Al cirkelend vlogen de twee wezens om mekaar heen. Om zich goed vast te kunnen houden had Luci zich voor over gebukt en klampte haar handen aan het zadel vast. Ze voelde hoe de schubben tegen haar wang aan kwamen. Een gevoel wat ze tot nu toe nog nooit mee gemaakt had. Alles wat ze nu voelde had ze nog maar amper mee gemaakt. Ze vloog! Ze steeg de lucht in alsof ze zelf vleugels had. De wind raasde om haar heen alsof ze op de top van een berg stond midden in een storm. Het was een geweldig gevoel! Een geweldige ervaring die ze later, dat wist ze zeker, vol enthousiasme en overgave aan Hunter zou vertellen.
Uiteindelijk zag ze hoe ze door een wit iets heen braken. In haar gedachten bedacht ze zich dat dit vast wolken waren. Ze wilde recht gaan zitten om te kijken maar besloot dit niet te doen anders zou ze er misschien vanaf vallen. Het duurde niet lang eer ze horizontaal vlogen en de wind minder klapperde om haar oren. De rust was weergekeerd ookal racete de adrenaline nog door haar aderen.
Met een verwachtings- volle glimlach op haar snoetje kwam ze overeind. Een vrolijke blos was op haar wangen door de opwinding verschenen. Het kleurde haar lichte huid iets rozer en gaf haar een ‘schattiger’ uiterlijk dan normaal. Toen haar ogen eenmaal over de horizon gleden aanschouwde ze de prachtige witte toefjes met als achter grond een azuur blauwe hemel waar uiteindelijk een fel puntje te zien was, de zon. Bij dit beeld werd haar glimlach nog breder. Normaal zou ze het uitroepen, springen, maar nu was ze te gevangen in de schoonheid om ook maar een kreet te geven. Dit veranderde echter toen ze de brul van Dregoe hoorde waarmee ze uit haar trance werd gehaald.
‘Ja zeg dat wel Dregoe!’ Antwoordde ze terwijl er een duidelijke twinkeling in haar ogen verscheen. Haar donker blauwe ogen gleden naar Syrax en ze zag de glimlach gelegen op zijn gezicht. Het was een leuk iets om hem zo duidelijk te zien stralen. Een prachtig iets om te zien, wetende dat hij vaak zo onzeker was.
‘Dit is echt geweldig Sy!’ Riep ze hem toe en keek weer verder, niet door hebbende dat ze zijn naam had afgekort.
‘Ik snap dat je vaak met Dregoe vliegt. Dit is echt...’ Ze keek nog eens rond en streek haar haren naar achter.
‘Echt oneindig...’ Sprak ze en tuurde de horizon af. Dat was het; groots, geweldig, hemels, fascinerend, fantastisch... het was oneindig.
(hopelijk kan je dr wat mee^^)