PortalIndexKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen



 

Deel | 
 

 -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   zo jan 12 2014, 02:19

Bij elke stap met haar rode sportschoenen, die bijna over de grond heen leken te zweven, stootte ze haar adem in en uit. Als een locomotief, met de bijbehorende stoom. Haar armen die, met gebalde vuisten, langs haar lichaam bewogen en haar kleding, die klef begon te plakken aan haar huid. Haar korte roodbruine haar. Alles danste mee in de continue cadans van haar pas. Ze liep als een machine, in één tempo, in één ritme. Haar tenen waren de enige die de grond raakte. Het was een gewoonte voor Kriss. Ze wist dat het niet heel goed was, maar zo liep ze het lekkerst. Ze droeg een sportbroek die strak om haar benen sloot, met een bijpassend sportvestje. Om haar oren en hoofd droeg ze een dikke zweetband, die ook meteen als oorwarmer diende. Haar handen waren gehuld in twee warmen wanten. Allemaal tegen de kou. Ze had een rondje gedaan door het bos, in deze kou. Zoals ze altijd deed op deze dag en nog meer dagen in de week. Waarom zou ze niet gaan? Omdat de thermometer vond dat het koud was? Dat bepaalde ze zelf wel. En als ze het echt koud kreeg? Kon ze altijd een kampvuurtje maken, ookal mocht het niet. Maar ze was warm genoeg. De beweging zorgde daar wel voor. Al was haar neus wel rood wan de kou. Evenals haar wangen, wat haar juist adorable maakte. Ze was het hardlopen gewend, wat je goed kon zien. Ze had een afgetraind lichaam. Strak, gespierd, pezig. Met nog steeds de volle vrouwelijke vormen, die ze van haar moeder had geërfd. Ze zag er goed uit, vond ze zelf. En wee ieders gebeente die haar op andere gedachte wilde brengen.  

Inmiddels was ze al weer bij het grote grasveld, naast het grote kasteel - dat ze een school noemde, gekomen. Er waren niet veel leerlingen of mensen buiten wat niet alleen aan de temperatuur lag. Te zien aan de grauwe lucht en de bleke wolken die boven haar dreven was het aan het schemeren. Ze was precies op tijd uit het bos gekomen. Eigenlijk was het nu ook al vrij gevaarlijk. Maar straks, als de lucht helemaal vervuld was van de duisternis, dan zou nog geen muis zijn kleine snorhaartjes uit zijn veilige holletje durven steken, daar in het bos. Het grasveld was ze zo over. Bij het gebouw aankomend kon ze alles beter zien door het kaarslicht dat overal door het hele architectcuries wonder brandde. Na een paar laatste rek en strek oefeningen liep ze uithijgend het gebouw in.

Heupwiegend op de muziek, die uit haar oortjes schalde, liep ze over de gangen, op weg naar haar afdeling. Af en toe kwam er zomaar een drang om een gek danspasje te maken, die ze dan ook niet onderdrukte. Dan kneep ze van genot haar ogen dicht en swingde ze er kort op los. Naar mensen, die haar dan raar na keken, schonk ze een vermakelijk lachje. Oh, wat kon ze toch een lol hebben. En net zo ongegeneerd dat ze door de gangen aan het dansen was, zo ongegeneerd zong ze net zo hard mee. Vals was het zeker niet, want Kriss kon weldegelijk zingen.
Every single day,
I walk down the street
I hear people say 'baby so sweet'
Ever since puberty
Everybody stares at me
Boys, girls, I can't help it baby
Galmde haar stem door de gangen. En zo liep ze door het gebouw. Niet veel later liep ze door een bekende gang. Ze was hier al vaak genoeg geweest, als ze er weer eens uit gestuurd was. “Naar het schoolhoofd met jou!” bulderde of krijste de leraren dan. En omdat Kriss een hele brave student was, ging ze er altijd tegen in. Want het was altijd heel onrechtvaardig. (Jaja) Het leukste was als de leraren dan helemaal rood aanzwollen en begonnen te kwaken als een dikke pad, uit frustratie. Dan huppelde Kriss vrolijk het lokaal uit en blies nog een handkus naar de leraar voor ze de deur achter zich dicht sloeg. En ze wist donders goed dat ze dan fout zat. Gewoon om de lol die ze er van had. Maar ze zorgde er wel voor dat het niet te vaak gebeurde. Ze was niet van plan een probleem leerling te worden. Dansend en swingend liep ze langs de rij stoelen op de gang toen ze licht onder de deur door zag flikkeren en er een plannetje in haar op kwam borrelen. Ze ging vlak voor de deur staan en op dat moment begon het refrein van haar liedje weer.

Take me for what I am
Who I was meant to be
And if you give a damn
Take me baby or leave me

Keihard mee zingend stond ze te zwingen voor de deur van Master Savador. Of hij er was of niet, maakte haar niet veel uit. Mocht hij er niet zijn, dan had ze nog steeds plezier van het liedjes, en mocht hij er wel zijn, dan kon ze niet wachten op zijn reactie. Heerlijk!
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   ma jan 13 2014, 20:56


Winterdipjes. Voor de één hield dit een koutje in dat algauw weer werd verholpen door een hete kop chocolademelk, voor de ander een uurtje eerder naar huis om uit te zieken. Voor Savador - die een absolute hekel aan sneeuw, kou, winter, en alles dat er ook maar mee te maken had - betekende dit jezelf terugtrekken op het bed achter een kantoorruimte en de hele dag geen zier uitvoeren. Het was weer zover. Dat hoogtepunt van het gehate seizoen: vijf dagen per week sneeuw, iedere dag een meter meer, nachten waarbij het vroor dat het kraakte, de losse poedersneeuw die dennentakken van zich afschudden, zodat de koude troep in je nek viel, hard bevroren plasjes en spekgladde trottoirs. Het was gewoon te koud, te nat - en jezelf steeds moeten warm houden met vuurmagie ging ook niet helemaal zonder inspanning. Leerlingen beweerden dat hij soms écht een slang was. Niet eens om hem zo nodig als het monster of de klootzak aan te duiden die hij volgens velen was, maar gewoon - niet menselijk. Een slang, om de vele eigenschappen die hij had of vertoonde. En zijn hekel aan kou vulde dat lijstje onder andere ook aan. Eentje die zich iedere begin van de dag op een rots opwarmde in de ochtendzon.
Hij lag als iemand die hoognodig iets nuttigs met zijn leven moest gaan doen roerloos op zijn buik, zijn gezicht les miserables tussen de fluwelen kussens en rijkelijk versierde sluimerrollen begraven. Het bed waar hij op lag was rond, eerder een kruising tussen een poef en een bed. Het was geen slaapkamer - eerder een persoonlijke loungeruimte waar hij bijkwam als hij de grienende pubergezichten aan de andere kant van zijn bureau even meer dan zat was. Zoals veel dingen die in zijn bezit waren was het afgedaan met een mix van Arabische en barokachtige elementen, aanwezig in de gehele achterruimte. Aan de muur flakkerden onrustige kaarsjes in weelderige kandelaars, maar de grootste warmtebron kwam af van de laaiende haard aan de andere kant van de ruimte. In vergelijking met de winterse temperaturen buiten leek het hier wel de zinderende Shadraanse woestijn. Of hij echt zo'n last van de kou had? Of hij zich echt belabberd voelde? Dat laatste was misschien grotendeels waar, maar hij had vandaag een praktijkles in dat rotweer op de planning staan - en ach, als je Savador heette mocht je dat best een keertje overslaan door je ziek te melden. Dat hij om die reden jammer maar helaas geen deadlines uitstelde was het probleem van zijn leerlingen, niet van hem. En zolang hij maar kon treiteren was het goed. Ook als hij er niet was. Juist als hij er niet was.
Een norse frons tekende zich af tussen zijn fonkelende ogen, die nog goudgeler, bijna vurig oranje leken toen hij zijn hoofd richting de haard draaide, zijn ene wang nog tegen het zachte matras gedrukt. Het was alweer bijna donker. Dat zag hij aan de glimp van de schemerende hemel die hij tussen de spleet van zijn inktzwarte gordijnen kon opvangen, die hij vanmiddag in zijn frustratie om het te felle licht van de sneeuw van buitenaf in een baldadig gebaar had dicht gerukt. Poging tot, althans. Zijn blik gleed na enkele tellen naar de wandklok, waar hij een tijdje leeg naar staarde voor hij zich besefte hoe laat het al was. Ja, soms was hij een beetje lui, moest toch kunnen als je je kapot werkte. Luiheid, ijdelheid, hebzucht, lust, jaloezie, gulzigheid, toorn. Het waren niet alleen de zeven zonden, maar in zeven woorden ook een schaarse beschrijving van de man die nu een zucht slaakte en zich bars op zijn andere zij keerde, van die verschrikkelijk realistische klok weg. Laat maar voorbij gaan, erbarmelijke winterdagen, en snel.  

Een tijdje was het hem gegund om zo vredig op dat bed te liggen, tussen al zijn kussens, in zijn eigen knusse-maar-toch-tamelijk-lege mini-paleisje. Eventjes maar. Aan alle mooie dingen kwamen een eind, en zo werd ook deze mooie stilte genadeloos uit elkaar gerukt door een schallend gejodel op de gang, even buiten zijn kantoor. Het kon hem niet schelen of het zuiver was of niet; alle soorten pubermuziek klonken hem afgrijselijk in de oren. Het enige wat voor hem als zang door kon gaan was opera, zoals zijn eigen moeder die in het operahuis had gestaan, en het charismatische gezang van mooie gesluierde vrouwen op de maat van traditionele Shadraanse muziek, in zijn eigen taal. Tussen zijn opeengeklemde kaken door stootte Savador een geërgerd geluidje uit dat klonk als een verkouden pinguïn, trok zijn benen bijna tot zijn borst op en rukte een of twee kussens over zijn hoofd, die hij er met een arm strak tegenaan hield. Zijn haar ging in de gebruikelijke 'tuimelcoupe' zitten, zoals iemand dat ooit zo toepasselijk had verwoord - net als altijd als hij ergens met zijn hoofd over stoffen had gewreven, na iedere inspanning, of gewoon, als hij er een lange dag op had zitten. Onder dat hoopje kussens wreef hij zijn gezicht van links naar rechts over het hoofdkussen alsof het een vrouwenboezem was en groef zich grommend nog dieper in. Zelfs door het dikke hout van zijn kantoordeur, de tussendeur, de isolering van de wanden en de vulling van ganzenveren van zijn kussens heen kon hij dat ergerlijke gekir nog duidelijk horen. Alsof er iemand.. iemand recht voor zijn deur stond te jodelen. De menselijke bult onder dat hoopje kussens kwam in beweging, en die kussenzee veranderde in een kussentsunami toen hij in een ruk overeind schoot, als een plotseling spuitende geiser. Vloekend en half struikelend raasde hij door de lounge op de deur af die richting zijn kantoor leidde, slechts gehuld in zandkleurige flanellen onderkleding: een strakke nauwsluitende lange broek en een strak nauwsluitend shirt met lange mouwen en een ronde kraag. Het deed eerder aan als een soort pyjama, al was het dat echter niet. Het was als een eerste laag kleding onder vele lagen duurdere en uitgedoste kledij die nog volgden. Tezamen met zijn warrige haar en de niet te genieten uitdrukking op zijn gelaat zou het erop lijken dat hij uit zijn bed geschreeuwd was. Zelfs zijn sikje zat onordelijk in de war, maar het kon hem echter niets schelen, want zijn eerste prioriteit voor nu was om die jengelende straatkat buiten zijn kantoordeur stil te krijgen.
Het eerste wat hij zag toen hij de deur van zijn kantoor baldadig openzwaaide en zijn hoofd met die niet-te-genieten-uit-bed-geschreeuwde uitdrukking tussen de kier stak en hij met zijn ogen knipperde tegen het felle licht van de brandende fakkel naast zijn deur, was de gang. Hij moest zijn kin een stukje lager laten zakken om de boosdoener te zien over wiens hoofd hij heen had gekeken. Wat daar stond te ginnegappen was een meisje - natuurlijk, die hoge zangstem kon nooit van een jongen zijn geweest, tenzij hij Pavarotti-stembanden had gehad. Zijn goudgele ogen gleden even over haar heen, haar gestalte in zich opnemend, de bungelende oortjes om haar nek inspecterend. Daar schalde nog gedempte muziek uit, zoals het kennelijk een hype was onder de jongeren om je muziek zo hard mogelijk te zetten - wie het eerste doof is.
'Stil!' snauwde hij op zijn nijdige Savador-toon. En dat moest bij Medusa al genoeg zijn. Dat moest er verdorie al voor zorgen dat hij net zo snel weer kon verdwijnen als dat hij was verschenen, terug in zijn kussenhoop kon duiken en ongestoord verder kon fantaseren over knisperende geldbriefjes, hoe meer hoe beter - en vrouwen, hoe stiller hoe beter.

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   ma jan 13 2014, 22:48

Zoals verwacht en ook zoals gehoopt hoorde Kriss achter de deur een hoop gestommel. Er was leven. Ze stopte nu enkel met zingen, maar bleef heup shakend, met octopusarm bewegingen, dansend voor de deur wachten tot er wat gebeurde. Heerlijk als je je zo vrij kan voelen. Gewoon kan doen wat je zelf wilt en geen ene moer geeft om de mening van andere. Bang voor de huidige heer en meester van dit kasteel was ze niet. Oh nee! Absoluut niet. Iedereen scheen maar zo bang en hatelijk over hem te zijn. Waar dat vandaan kwam wist ze niet. Kriss had zelfs een fascinatie voor de donkere, gesikte man gekregen. Zijn hele wezen was gewoon te interessant om te hate. En vooral te hilarisch. Als hij weer eens nors en walgend, door de leerlingen om hem heen, door de gang langs liep kon ze soms gewoon niet haar lach in houden. En niet omdat ze hem uitlachte. Zeker niet, nee. Ze had een groot respect voor hem, en niet zoals zijn vervelende groupies die wel eens door school liepen, met verliefde vlinder oogjes en vlaggetjes, met zijn naam, zwaaiend. Ook weer niet het soort respect dat je hielenlikkend en schoenenkussend, op handen en knieën, voor zijn voeten ligt - waarschijnlijk zoals hij het zelf het liefste zou zien. Nee, ze lachte om het gigantische masker dat hij droeg en dan vooral om elke leerling die erin trapte en hem vol van - tja wat voor emotie dan ook - aankeek. Kriss was er namelijk heilig van overtuigd dat hij zijn hele- nou ja, zijn hele indruk op mensen, gewoon gemaakt had. Helemaal ontworpen om de wereld af te schrikken. Om mensen op afstand te houden. En daarnaast leek het haar gewoon een hele aardige vent. Ze zou best wel eens een wijntje met hem willen drinken, maar of hij zoiets zou doen met haar? Dat viel nog te bezien. Ze had gehoord van zijn pedofiliereputatie, maar op een vreemde manier deed haar dat niks. Iedereen had liefde nodig, zelfs hij. Blijkbaar vond hij de prille onschuldige manier van liefhebben, die hij wellicht in jonge meisjes van haar leeftijd zag, wel het allermooist. Wie gaf hem ongelijk! Dat zou iedereen toch wel willen? Die liefde? En wie weet wat voor warmhartige vurige minnaar er onder dat masker, van die ouwe snoeperd, zat? Waarschijnlijk viel dat ook wel mee, maar een masker droeg hij wel. Kriss begon er onderhand een levensmissie van te maken om dat masker, weg te krijgen. Niet dat ze al veel pogingen gedaan had, maar elke keer als ze hem weer zag – in de gang of tijdens een van zijn lessen – kon ze aan niks ander denken. Hij was gewoon te interessant voor haar om verborgen te blijven. En misschien had het er ook een beetje mee te maken dat ze een oogje op hem had. Een beetje maar.

Een brede tandpasta grijns, van oor tot oor, brak haar gezicht nog meer open toen de deur geopend werd. Haar muziek was inmiddels al weer op een ander liedje gesprongen, net zo ritmisch, druk en vrolijk als de vorige, met als resultaat. Kriss die, op de tegels van de gang, de twist stond te doen met een pretbek van hier tot Tokio. Ze kon haar mond ook gewoon niet ontspannen. Ze kreeg de grijns niet weg. Ze kreeg zelfs een soort geniepige uitdrukking in haar ogen. Ze had beet! Hij was er nog! Yes! En aan zijn uitdrukking te zien was hij niet heel gelukkig met haar prachtige serenade. Hij liet zijn ogen, die zowat vuur spuwde van ergernis, over haar heen glijden. Kriss, die eindelijk een eind maakte aan haar geshake en gedans, keek hem uitdagend aan. Sjonge, wat zag hij er nu sjofel uit. Helemaal niks voor hem. Hij liep altijd strak in pak, haartjes netjes gekamd en perfect gemodelleerd sikje door de school. Zijn roetzwarte haar zat nu veels te warrig, voor Savador’s doen. Gevolgd door zijn schattige bekakte sikje, die net zo warrig als zijn haar zat. Een hele verbetering, vond Kriss. Het gaf hem iets huiselijks. Bijna alsof hij daadwerkelijk iets menselijks in zich had. Waarschijnlijk had ze hem ook gestoord in een van zijn privé momentjes. In zulke momentjes zaten zelfs koningen en keizers er lekker comfortabel bij. Kriss kreeg nu toch een beetje medelijden met hem. Arme man, werkt de hele dag hard voor zijn zuurverdiende centjes, heeft hij eindelijk tijd voor zichzelf, komt deze grapjas zijn tijd ff verdoen. Nou wacht maar af, die gedachte zou ze nog wel eens veranderen.

Weer zoals verwacht en gehoopt beet hij haar stilte toe. In zijn oude vertrouwde nijdige manier. Een spottende lach schalde uit haar gouden keeltje. Ze kon het niet laten. “Ach meneer. Heeft u geen waardering voor de muzikale en choreografische kunsten van deze tijd? Kom! Dans met me mee! Daar houdt u toch zo van?” Of ze nu te ver ging wist ze niet, hopelijk wel! Voor alle zekerheid schoof ze toch maar even, heel voorzichtig en stiekem, haar smalle voetje tussen de deurkier. En zette haar beide handpalmen tegen de deurpost voor steun. Nu ze zijn aandacht had, liet ze die niet zomaar gaan. In die handeling stapte ze daardoor dichterbij en werd de ruimte tussen hen aanzienlijk verkleind. Speels, onschuldig en uitdagend tegelijk staarde ze - al vinger roffelend op de eikenhouten deurpost - met haar brutale bruine ogen in zijn gezicht. “Kom op, eventjes maar,” vroeg ze quasi smekend.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   ma jan 20 2014, 01:14


Dat stond daar maar als een inktvis te zwieren, zelfs toen hij luid en duidelijk zijn wens had laten horen. Eentje van een kleine irritante soort, die driehonderdzestig graden tuimelde en speels haar acht armen samentrok en weg spurtte met een spoor van tientallen kleine belletjes, iedere keer dat hij een poging deed haar vast te grijpen. Tralala, nope! Tralala, try again, old man! Ik leef, ben jong, heb plezier! Bovendien ben ik nog láng geen afgeleefde vrouw van in de dertig die zich kan matchen met een zekere knorrige vent die alles al heeft wat zijn hartje begeert, en zijn schamele verdriet wegdrinkt met een flesje wijn én nóg een flesje wijn, omdat hartstocht helaas het enige is dat niet te koop is! En het kan me daarbij geen ene zier schelen dat ik de nodige rust verstoor van mijn leraar, tevens mentor, die nodig eens moet leren het plezier uit het leven te vissen - en geef me eens ongelijk!
Achja, dat was normaal. Dat was het leven van Savador. De ene keer trof hij het ondergekalkte schoolbord aan met 18+ doodles, de andere keer opende hij zijn kantoordeur om te schreeuwen dat zijn ongewenste gast stil moest zijn en schaafde hij zijn hand er bijna af doordat deze ongewenste gast als een slacentrifuge met tachtig kilometer per uur rondtolde. Compleet normaal.  
Het maakte hem ertoe dat hij een hand voor zijn ogen wilde leggen en een potje wilde janken, staand en leunend tegen de deurpost, maar dat zou eerder komisch aandoen dan meelijwekkend - en dat wilde hij niet. Het was sterker nog het laatste wat hij wilde, want dit overvrolijke kind leek op het moment erg vatbaar voor een slappe lach die minstens tien minuten aan zou houden. Na wat voor hem een eeuwigheid leek te duren hield het getol eindelijk op, en toonde het meisje hem haar rijen tienertanden in een veel te brede grijns. Het zorgde ervoor dat hij zich met beide handen aan de deurpost vasthield, iets voorover boog en met de kritische blik van een tandarts haar gebit naging, om vervolgens met een net zo chagrijnige uitdrukking zijn rug weer te rechten. Eén mondhoek trok zich walgend op tot een wolfachtige grimas, maar niet omdat haar tanden zo geel waren of schots en scheef stonden. Ze waren parelwit, kaarsrecht - en dat was precies wat bij hem irritatie opwekte. Zo had hij minder redenen om tegen haar te tieren. Haar soort hoorde haar tanden kapot te kauwen op lolly's en zoete kauwgom en zuurstokken, tot ze zo geel zagen als de teennagels van hun oma en afbraken als soepstengels en dan kon hij - als ex-tandarts - minachtend zijn neus optrekken en afkeurend zijn hoofd schudden en dan met een slinkse glimlach zijn schouders ophalen dat ze zichzelf lelijk hadden gemaakt en hij er - jammer, jammer maar helaas - niets meer aan kon doen. Natuurlijk met een nadrukkelijke ontbloting van zijn eigen tandartsgebit, het resultaat van levenslang onderhouden. Poetsen, flossen, spoelen, en nog eens poetsen. Als de andere jongens buiten aan het ballen waren, was de versie van een achtjarige Savador binnen. Lezend in de moeilijke boeken van zijn vader, al op jonge leeftijd intensief bezig met de kunst van de duistere magie, dierenskeletten verzamelend in potjes, spelend op de kille eenzame zolder met zijn slangen - of hij stond op een krukje voor de wasbak zijn mond te verzorgen. Meestal nadat hij op school was vastgegrepen, de grote jongens zijn kaken open hadden geforceerd en in zijn keel hadden gespuugd. En dan moesten de bacteriën weg, weg, wég.
Hij betwijfelde of deze luidruchtige dame ook bacteriën had gehad die weg, weg, wég moesten. Liever trok hij de conclusie dat ze zo'n type was die zich gedwongen voelde haar benen te harsen, tanden te poetsen, lippen te stiften, al was het maar om bij de rest van de tuttende meisjes van haar leeftijd te horen, niet het slachtoffer te worden van pesterijen en daarmee de bacteriën. Toch deed ze niet zo tuttig aan als sommige andere meiden, die hij soms op de gangen aantrof met roetzwart gemake-upeerde ogen als wasbeertjes, alsof dat mooi moest zijn. Nee, ze was gehuld in sportkleding, zweetband over haar voorhoofd inbegrepen. Ze moest net van buiten komen, met rode wangen door de kou en hier en daar een lok die vochtig was van het zweet en nog veel te actief dan zou moeten. En op nog geen meter verwijderd van de grote deur van het kasteel, misschien nog niet eens van zijn kantoordeur, had ze kennelijk besloten dat het een denderend idee zou zijn om deze hyperactiviteit bij hem uit te komen storten want - alle handjes in de lucht - dat was leuk. Dat was fún.

Haar muziekspelertje ging vrolijk door met het volgende nummer dat was geschreven op vier blikken energiedrank. Veel te blij, veel te fris. Hij haatte dat soort muziek. Had er een grove afkeer voor. Het opgewekte geschal dat uit de oortjes klonk schreeuwde iedereen die het hoorde toe dat je moest huilen van geluk, lachen om de allerkleinste dingetjes, maar voor hem klonk het in de oren (voor zover hij natuurlijk uit het gedempte geschal op kon maken) als een introsong van een musical die was betiteld met een of andere onzinnige naam als Miss Hyper & the Very Merry Boys, of So Jolly I Could Die, Oops Seems I Already Did. Hij wilde zijn handen over zijn oren leggen en zijn keel hees schreeuwen om het geschreeuw in refreinen van het lied te overstemmen, gevolgd door het dramatische door zijn knieën zakken alsof hij eronder bezweek.
Met een mix van norse verbluffing en nog meer norsigheid keek hij giftig op haar neer, want ze leek het ook geweldig te vinden hem op de zenuwen te werken door een lach te slaken. En, alsof dat nog niet erg genoeg was, hem nota bene over te halen met haar mee te dansen. Mee dansen, op dát soort muziek! Hij ging geen Macarena's doen en hij ging ook geen Harlem Shakes doen. Voor een Highschool Musical waarbij hij als een zwartgeverfde Zac Efron met geglosseerde lippen en gekrulde wimpers om een steunpilaar heen draaide stond hij ook niet echt te trappelen, dus klaar, punt, fin de la historia.
'Niet bepaald,' gromde hij tussen zijn opeen geklemde tanden door, de nadruk op ieder woord leggend. 'Zie ik er soms uit alsof ik een electric boogaloo met je wil doen? Zegt mijn gezicht; ja graag, ik wil met je flikflakken?' Warrig ongecontroleerd haar dat alle kanten uitstak alsof hij pas uit bed kwam na een roesje te hebben geslapen, chagrijnig hoofd, strakke kleding alsof hij binnen nu en tien minuutjes op moest als kwaadaardige jager in een balletuitvoering van het Zwanenmeer, mondhoeken die zich hadden opgetrokken tot een grimas na zijn sarcastische woorden. Nee. Hij zag er niet bepaald uit alsof hij wilde flikflakken, zelfs niet alsof hij een electric boogaloo wilde doen. Grimmig zocht en hervond hij zijn balans op één been, hield zich vast aan de deurpost en streek met de rug van zijn voet over zijn kuit. Het was kil op de gang, ver verwijderd van zijn brandende haard en de soezelige warmte. Hij stond hier met ongefatsoeneerd kapsel en strakke onderkledij in de deuropening, tamelijk gênant, want het tekende meer richting zijn kruis een bult af en dat ging niet aan het oog verloren als je erop lette. Hij had het koud en wilde terug naar binnen, zijn warme loungebedbank in. Zo eenvoudig werd hem dat niet gegund, want de meid drong aan zoals leerlingen dat altijd deden wanneer ze smeekten om een paar dagen extra tijd voor die ene toets, of een halfuurtje eerder weg voor die ene les. 'Kunst!' brieste hij het woord uit in haar gezicht, haar smeekbede compleet negerend. Hij boog zich wat dreigend over haar heen, hun gezichten naderbij gebracht nu ze zich ook meer in zijn personal space had durven wagen, maar dat kon hem niets schelen. 'Wat valt onder kunstzinnige uitspattingen op het gebied van muziek zijn dingen die zich eeuwen in data terugtellen, aspecten van het wonderschone, maar alle hedendaagse reutemeteut, ohnee, ze worden terecht de grond in geboord door terechte mensen die terecht in hun recht staan en laat me je vertellen dat ik! Eén! Van! Die! Mensen! Ben!' Op het tempo van zijn laatste zes snauwende woorden deed hij pogingen om met zijn in khussa gestoken voet de hare uit de kier van de deuropening te porren. Dat ging gepaard met weinig succes, en dus zwaaide hij met een nors gemekker in zichzelf waarvan vlagen te horen waren als 'meuk van deze generatie', de deur achter zich dicht, die meteen weer terugveerde door de voet in de opening. Een discussie die weer helemaal over niets ging, met argumenten die weer helemaal over niets gingen. Maar hij stond in zijn recht, want hij had geëist dat ze stil moest zijn. Hij stond altijd in zijn recht.

Surry voor de laatheid

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   ma jan 20 2014, 06:08

[Geeft niet hoor Razz]

Gecharmeerd was het woord wat ze zocht. Master Savador was namelijk totaal niet gecharmeerd door haar. Nee, zijn uitdrukking moest genoeg zeggen. ‘Sodemieter op en kom nooit maar dan ook nooit meer terug! Ik wil rust! Ik wil stilte! Ik wil.. Ik wil.. Ik wil… mweeeeeh!’ dat schreeuwde zijn hele houding. Bijna tot in de tranen stromende, neus snotterende en op knieën smekende manier. Nee, hij was zeker niet gecharmeerd. Maar wat kon Kriss dat nou schelen! Al lag hij op sterven! Ze was niet van plan om weg te gaan. Ze had hem precies waar ze hebben wilde. Gericht op maar een ding. Kriss. En Kriss genoot ervan. Heerlijk om hem zo te zien lijden. Zijn best te zien doen om haar weg te werken. Want zij was het enige wat nu in de weg stond. Jammer genoeg, Master Savador, geeft Kriss niet zo snel op. Als het kan maakt ze het nog even erger. Want niets is heerlijker dan een reactie op haar actie. Dan aandacht. In het middelpunt staan. Zelfs al was het uit ergernis. Kriss was nu eenmaal luid en aanwezig. Want Kriss kon wel van het leven genieten. Kriss was actief, niet zoals een bepaald schoolhoofd, dat de hele godganzendag in zijn sofa heeft liggen meuren. Dat geen zin had om überhaupt bij de les op te komen dagen. Omdat het koud was. Puh, wat een watje. Een beetje sneeuw? En de hoofdmeester was ziek. Verrassend! Misschien was hij echt wel de slang die iedereen beweerde dat hij was. De ogen had hij ervoor. En het karakter. Uithalend met zijn giftige tanden en toch oh zo lui. Lui in de zon. Lui in de jacht. Je vergif het werk laten doen, na een kleine snelle aanval. Erg energie slurpend hoor. Wat een monster was het toch. Het soort monster wat een grote grijns op Kriss’ gezicht zette. Een iets te grote grijns wellicht.

Nadat ze een einde had gemaakt aan haar gezwier en ze een brede grijns tevoorschijn had gehaald, had de hoofdmeester zich naar voren gebogen. Maar al te graag liet Kriss haar bijna perfecte gebit zien. Misschien dat één verstopte kies wat schever stond dan zijn gebitsgenoten, maar dat kon je toch niet zien. Zijn chagrijnige uitdrukking, die onveranderd bleef toen hij zich weer rechte, zorgde voor een triomfantelijke bij Kriss. Hij kon het niet uitstaan! En om het nog erger te maken riep ze vrolijk “Mooi he! Helemaal zelf voor gezorgd,” en om het er nog dikker op te smeren likte ze, als in een tandpasta reclame, langs het rijtje pareltjes in haar mond. Ze wist van zijn beroep als tandarts. Ze wist eigenlijk angstig veel van hem. Maar om al die kennis in zijn neus te wrijven deed ze niet. Dat was niet nodig. En hoe ze er aan kwam, mocht Joost weten. Ze was er gewoon achter gekomen. Maar niet alles, niet van zijn echt verborgen en verboden geheimen. Zo goed was ze niet.

Met een elegant gebaar veegde ze een bezwete roodbruine lok achter haar oor. Ze had hem poeslief gevraagd of hij met haar wilde dansen, wetend dat hij dat toch af zou slaan. De aanhouder wint zullen we maar zeggen. Met een giftige blik en op elkaar geklemde kaken keek hij haar aan. En vreemd genoeg voelde ze haar hartje opeens sneller slaan. Ze was er even door verrast wat resulteerde in een vreemde uitdrukking van gemengde gevoelens. Vlug trok ze haar gezicht weer in die brede uitdagende poeslieve grijns en knipperde ze flirterig met haar wimpers. “Nou meneer, nu u het zegt..” En terwijl hij heel ‘elegant’ zijn kuit bewerkte met zijn voetrug, gleed ze met haar vernauwde pupillen over zijn lichaam, hem helemaal in zich opnemend, waar ze even bleef hangen bij zijn zeer aanlokkelijke kruis. Sjeesh! Hoe veel aandacht wil je er wel niet op vestigen met die mooie pyjama! Onbewust likte ze langs haar lippen, wat er misschien iets sensueler uit zag dan de bedoeling was, op het moment dat hij zich over haar heen boog. Leunend op haar ene arm, tegen de deurpost, staarde zonder blikken of blozen recht in zijn vel gele slangen ogen. Ze boog zich zelfs nog dichter op zijn gezicht zodat er slechts enkele centimeters, bijna millimeters, aan ruimte te vinden was tussen het briesende hoofd van Master Savador en het onschuldige glimlachje van Kriss. Met een mogelijk nog grotere glimlach vol onschuld keek ze toe hoe de hoofdmeester verwoede pogingen deed haar slanke voetje, gehuld in een stevige rode sportschoen, weg te schoppen bij de deur. Nog even en zijn bijzonder interessante schoeisel zou met een grote zwaai van zijn voet af vliegen. Het zag er zo hilarisch uit, dat Kriss echt haar lach niet meer in kon houden en een snuivend gegrinnik achter haar knuisje probeerde te verbergen. Met een hoop gemopper en gemurmel over haar generatie sloeg hij de deur dicht, die met een zelfde slinger net zo hard terug zwaaide, door haar weerbarstige schoen die succes had in zijn doel. Het voorkomen van een gesloten deur. Haar brede schoenzolen voorkwam alleen, jammer genoeg, niet dat haar voetje geheel ongedeerd bleef. De fractie van de seconde, na de slaande deur tegen haar tere voetje, trok ze hem hinkelend op met een gesmoorde pijnlijke kreun Auw-auw-auw Met een frons zette ze haar voetje weer neer. “Zeg meneer, dat was niet heel vriendelijk van u,” zei ze hoofdschuddend, wat haar korte haar liet dansen om de hoofdband.

En toen stond de deur wagenwijd open. Savador met zijn rug naar haar toe gekeerd, en zijn kantoor die warm in haar gezicht broeide opeens helemaal openbaar. Meteen greep ze haar kans. Vanavond zag ze geen enkele grens liggen. Voor het eerst sinds tijden. Zo had ze alleen gedaan bij Kito, haar achterlijke ex die gelukkig ver ver weg zat, maar zelfs bij hem was ze niet zo grenzeloos geweest als bij het schoolhoofd. Op een vreemde manier haalde Savador haar gedrag en gevoelens naar boven die alleen Kito bij haar los had kunnen maken. Alleen was het bij Savador honderden malen erger. En diep van binnen baarde haar dat zorgen. Ze wist niet hoe het kwam en daar kon ze niet tegen. Ze wilde weten wat haar gevoel veroorzaakte, wat haar hartje zo snel in haar keel deed slaan bij de aanblik van Master Savador die dan vervolgens bijna de hele dag in haar hoofd bleef rond spoken. En natuurlijk wist ze dat diep van binnen ook wel, maar de ontkenning was zo groot dat het tergende idee volledig werd weg gedrukt. Niet dat ze dat liet merken. Kriss deed alsof ze gewoon een spelletje aan het spelen was met de hoofdmeester. Eentje van het kat en muis soort. Niet wetend wie nou de kat en wie nou de muis was. Op dit moment was Kriss de kat, die Savador aan zijn kleine staart omhooghield en spelenderwijs in zijn behaarde buikje prikte met een scherpe kromme nagel. Met Savador kon dat zomaar omdraaien en met Kriss’ vreemde gevoelens, werd dat nog grilliger.

“May I?” vroeg ze beleefd richting Savador. Om vervolgens, zonder echt op antwoord te wachten, zo zijn kantoor in te lopen, heupwiegend en al. Aangezien haar muziek nu helemaal gestopt was, waarschijnlijk tot groot genoegen van Master Sathandiai, liep ze neuriënd en zacht meezingend met een liedje dat enkel in haar hoofd klonk. I came in like a wrecking ball zong ze met lichtte spot. Master Savador een, met half dicht geknepen ogen, uitdagende blik toewerpend. Ze liep regelrecht op zijn LP-speler (?) waar ze eens nieuwsgierig tussen zijn muziek verzameling door neusde. Met een uitdrukking van ‘Aha! Gevonden!’ griste ze een van de albums uit zijn hoes en legde de grote ronde zwarte langplaat, met alle zorgvuldigheid, op de speler. Met een druk op de knop begon deze te draaien. Met die zelfde zorgvuldigheid zette ze de speelnaald op de rand. Eerst klonk er een soort geruis van de platenspeler, die al snel over ging in de muziek. Een dramatische instrumentale Tango klonk door het warmte kantoor. Ze draaide zich om naar haar mentor, stapte op hem af en vroeg met alle plezier of hij deze dans van haar mocht. Om haar ernst, dat ze echt met hem wilde dansen en dat ze niet eerder weg ging als dat gebeurt was, nog even te benadrukken, zette ze zich alvast in de begin houding. Precies zoals ze het heeft geleerd. Wat haar leraar en mentor namelijk niet wist, was dat Kriss jarenlang op dansles gezeten heeft. Een les waar ze bijna elke dans van de zeven planeten heeft mogen leren. Waaronder de tango, een van haar favoriete, maar ook vele andere. Kriss was niet voor niets zo passioneel, sensueel en vrouwelijk in haar beweging. Dat kwam door jarenlange training in de mooiste stijlen van enkel en,- duodans. Wat ze altijd met veel plezier heeft gedaan. En nu stond ze daar voor Savador. Haar hartje kloppend in haar keel. Want als hij met haar zou dansen, beide in de meest ongepaste kleding ter wereld, zou hij haar aanraken. Haar lichaam tegen het zijne, huid tegen huid, in een omwenteling van danspassen. En van die gedachte kreeg ze het opeens heel warm…
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   vr jan 24 2014, 11:37


Het zou hem altijd een raadsel blijven wat dat toch was met kinderen en anderen zo flink mogelijk sarren. En dan met name hem, alsof ze het zo onderling hadden afgesproken. Eén groot complot. Dat huppelde maar door de gangen, roetsjte van de trappen - en ondertussen, in hun fantasierijke geestjes, vormde zich het beeld van grote knipperende neonpijlen die verspreid over een afstand van drie meter in de hallen waren opgehangen. Op die pijlen lichtten dan hints op zoals 'Psst! Hé, jij daar!', 'Gratis potje pesten!', 'Naar het hol van de leeuw!', 'Je bent er bijna!', 'Go go go!', 'Savasnors kantoor, hierheen!' -
Helaas voor hem kwamen sommigen daarop af als bijen op honing. Zoals zij. De roodbruine snotmeid moest zeker weer iets van hem hebben, anders dan een kwade reactie van zijn kant, wat ze kennelijk hilarisch scheen te vinden, want - bij Medusa en haar verflipte Tien Vervloekingen - een hele opgave om je giebeltjes binnen te houden, hoor! Het grimmige gemurmel in zichzelf was duidelijk buiten zijn kantoor hoorbaar nadat hij zich resoluut had omgedraaid, haar slechts met een onverschillige blik in zijn halfdichte ogen had aangestaard als vruchteloze reactie op haar tandpasta-commercial-gebaar, niet eens lettend op het feit hoe erg zíj wel niet op hem lette. Ja, hij vond het wel weer welletjes. Hij besloot dat het enige wat ze nog van zijn kant kon krijgen een gesmoorde 'hah' was op de pijnkreetjes die ze slaakte: een kleine hooghartige onderbreking tussen zijn gemopper door. Hij was een hardwerkende man van zevenendertig, een pessimistische, manisch-depressieve alleenstaande vader over twee vierjarigen die er een sport van maakten onderbroeken over hun hoofd te trekken, en om de tijd gedurende het avondmaal liever te benutten aan een wedstrijdje appelmoes-katapulten tegen de muur. Rust was een zegen.

En nog altijd werd dat zegen hem niet gegund, want waarom zou het kind ook? Ze had in dit barre weer met een rotvaart een sprintje door het bos getrokken, haar maag volgegooid met walgelijke zoete sportdrankjes, verrassend genoeg tot de conclusie gekomen dat ze nog wel wat energie over had voor andere noodzakelijke dingen, zoals hem lastig komen vallen - en hierna zou ze ongetwijfeld in alle tevredenheid een bad nemen, haar voldane grijns zakkend in het hete water en het hoge schuim. Zijn dag verpest, de hare weer helemaal goed.
Het had zo mooi kunnen zijn. Hij had nu fijn in zijn bed kunnen soezelen, tussen al die zachte kussens, alleen hij en de stilte - en dan tegen een uur of vier klopte de au pair bij hem aan om zijn kinderen terug te brengen die ze zojuist van de kleuterschool had gehaald - en de gedachte dat die arme vrouw door de kou heeft moeten strompelen - en hij niet - en zij wel! - sja, dat was gewoon ronduit heerlijk en dolletjes. Maar nee!
'Nu ik er toch ben, laat ik voor de leut ook even binnenvallen! Ik ga even brutaal doen, hoor, neem me níet kwalijk!' Zelfs dat was misschien nog iets aan de beleefde kant voor het gedrag van deze meid, jezus.

'Nee!' luidde zijn resolute antwoord op haar vraag, maar daar kwam mevrouw al binnen geschreden met een hoop heupdeinen alsof haar achterste een schommelschip was. Zijn persoonlijke ruimte, nota bene! Zijn stekje! En hoewel het nog slechts zijn kantoor was waar hij normaal gesproken gasten van heinde en verre ontving, vond hij het een te grote schande voor woorden. Bijna voelde hij zich genoodzaakt om zich nog een kamer verder terug te trekken, gewoon de sleutel in het gat van de deur omdraaien, een drietal kussens over zijn hoofd trekken en met gefrustreerd getrappel van zijn benen en gesmoord gegrien in het hoofdkussen wachten tot ze dan eindelijk weg zou gaan. Hij had het te druk om zich te ergeren aan de irritante liedjes die ze neuriede, want kennelijk vond de meid dat er gemakkelijk nog wel een schepje bovenop kon. Laat ik die ouderwetse grammofoonspeler eens even betasten met mijn vette natte zweetvingers! Alles behalve zijn oude vertrouwde beestje met de gouden hoorn daar op het kleine bijzettafeltje in de hoek, waar 's avonds laat zacht kamermuziek uit schalde als hij genoeg motivatie bijeen had geschraapt om zich aan het nakijkwerk te wijden - hij had hem al jaren. Misschien al wel zolang hij zich kon herinneren. Daar kwam niemand aan behalve hij, ábsoluut niet.
Binnen een mum van tijd stond de speelnaald in contact met de grote zwarte muziekplaat en schalde er een sensueel tangonummer door het kantoor - Mi Corazón, als hij zich dat goed herinnerde. Hij wilde eigenlijk niet nu het moment kiezen om daarover na te denken, want hij was te druk bezig met stoelen en tafels aan de kant schuiven en niet proberen op zijn snoet te gaan terwijl hij in al zijn dreinende furie op zijn oudbollige schatje afvloog. Het meisje - hij kende haar niet, wist haar naam niet meer, had haar eigenlijk alleen maar op de gangen getroffen - dompelde zich ondertussen onder in de gauw gecreëerde sfeer door een beginpose aan te nemen. En niet voor een ordinaire rek-en-strek oefening, zoals haar outfit wel deed lijken - o, nee. Met een uitdrukking die nog het meeste weghad van een boze mopshond aan de diarree draaide Savador zijn hoofd naar haar toe, zijn geklauwde handen beschermend over zijn grammofoonplaat, zijn rug gebold als een blazende kat. Het deed bijna aan alsof hij zich achter het ding verschool en zich angstvallig voor haar terugkrabbelde. 'Etiquetteloos kind!' grauwde hij haar vanachter zijn grammofoonspeler toe. 'Blamage! Schandaal! Ik acht dit als huisvredebreuk, hoor je me!' Wat was dit immers voor omgekeerde wereld, waarin leerlingen het kantoor van hun mentor binnen kwamen zwalken - en nog schandelijker: waarin vrouwen de man ten dans vroegen.

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   vr jan 24 2014, 22:21

Waar was ze in godsnaam mee bezig? Wat wilde ze hier nou eigenlijk mee bereiken! Een leuk onderonsje met haar mentor? Ha, wat een grap. De gedachten en conclusies die ze zo-even geleden nog had. Het idee dat ze wellicht meer voelde voor de man dan ze toegeven wou, die haar mentor en leraar, moest voorstellen. Meer dan de opgeprikte leraarleerling relatie? Tuurlijk niet! Zo was Kriss niet.. toch? Nee, dit was gewoon een afleidingsmanoeuvre. Haar brein die zich op iets anders probeerde te focussen dan die eeuwige beelden van Kito en die.. die.. die vulgaire sletterige rattenkop – de snorharen miste er nog aan- , die zich altijd maar bleven herhalen. Elk detail, elk gevoel, alles. Om er maar achter te kunnen komen wat er nou mis was gegaan. Zodra ze alleen was, zodra ze lucht had om na te denken. Hoe kon hij dat toch doen! En elke avond weer, als ze eenzaam in haar bed lag. Elk moment alleen verspilde ze haar zeldzame en kostbare tranen aan die hufter. Hij was het niet waard. Hij was haar nooit waard geweest. En toch waren ze het perfecte stel geweest. Ze hadden een mogelijke toekomst opgebouwd. Gedeelde plannen en wensen. Ze zouden oud worden samen. Zo naïef en zorgeloos. Het was een sprookje in een luchtkasteel, die alleen had bestaan in een grote paarse zeepbel. Hij heeft enkel maar hoeven prikken. - Patsh -  Weg was alles. Een groot bedrog, wat zij in haar zeepbel niet heeft kunnen zien. Hij had zijn klauwen in haar vast gehaakt en, zonder dat ze het ook maar een moment doorzag, gigantische rijtende wonden in haar ziel geopend. Ze was furieus geweest, had hem wel in brand willen steken – wat ze nog bijna gedaan had ook – zodat hij de afschuwelijke pijn zou voelen, die zij elke minuut van de dag voelde branden in haar ziel. Wonden die ze misschien nooit meer dicht zou krijgen. Ze wist niet hoe en werd er wanhopig van. Niemand wist het en bij niemand kon ze het kwijt. Dat wilde ze ook niet. Dat betekende jezelf open stellen naar iemand. Laten zien wie je bent en wat je voelde. Net zoals ze had gedaan bij Kito. Kito had er misbruik van gemaakt. Waarom zou iemand anders dat ook niet doen? Zelfs al zou het nooit meer gebeuren, ze wilde daar niet achter komen. Ze stopte liever al die gevoelens, diep weg. Verstopt in een grote kist vol geheimen en ellende. Ze zat er boven op, want als iemand ook maar een vinger naar die kist uitstak zou ze hem meteen dicht slaan, op slot draaien en de sleutel verstoppen. Ver ver weg. Waar niemand hem vinden kon. En om de wereld niet ongerust te maken zette ze een toneelstukje op. De vrolijke Kriss die ze altijd geweest was. Alsof er niets was veranderd. Ze had heus nog wel eens echt plezier en lachen kon ze zeker nog. Zolang niemand maar in haar ziel zou breken. De sleutel zou vinden en stiekem een kijkje zou nemen.

Ze had afleiding nodig van al die ellende in haar hoofd. Afleiding van hem en vooral van zijn herinnering. Wat nog verdomde moeilijk was ook. Kito was samen met haar op deze school begonnen. Overal waar ze kwam zag ze hem zitten, met die glimlach waar ze altijd weer van smolt. Zelfs nu nog, nu ze hem zo verschrikkelijk haatte om wat hij haar had aangedaan. De enige plek, de enige man die ze niet met Kito had gedeeld in herinneringen was Savador. Hij was nog een van de erg weinige mensen die haar nu echt afleiding kon bezorgen. Verliefd op hem. Nee, dat was gewoon onmogelijk. Gewoon.. nee! Ze was niet verliefd op Savador. Absoluut niet.

Kriss had de tegenwerpingen van Savador volledig genegeerd en was simpelweg zo naar binnen gewandeld. Kito vrije zone. Verse lucht, die behoorlijk benauwd aanvoelde door het hete knapperde haardvuur. Ze had zich op zijn veel te oude muziek installatie gestort, die ze met alle respect had behandeld, een lp gekozen en de tango opgezet. Wellicht had ze hem kunnen verleiden tot een dans. En terwijl ze zich in de perfecte danshouding zette, lichtelijk in zichzelf gekeerd door verwarrende gedachten gangen, staarde ze de hoofdmeester doordringend aan. Tuurlijk was hij meteen naar zijn kostbare en vreselijke ouderwetse platenspeler gerend. Alsof het de laatste in zijn soort was – wat nog wel eens waar kon zijn ook. Zijn citroenzure gezicht wende zich terug op Kriss, die haar armen weer ontspannen langs haar lichaam liet hangen. 'Etiquetteloos kind!' Tierde hij. Puh, in welke eeuw leeft deze dan. Etiquette.. serieus? Ze keek hem met een opgetrokken wenkbrauw, armen over elkaar en hoofd zacht nee-schuddend, aan en stapte zijn richting op. Elke stap die haar dichter bij hem bracht voelde ze toch weer haar hart te keer gaan. Waarom toch? Nee, Kriss! Nee. Doe normaal!

Met een erg goed gespeelde zelfverzekerde uitdrukking op haar gezicht, kwam ze voor hem staan. Enkel de kleine bijzet tafel en grammofoonspeler tussen hen in. Het volgende moment draaide ze de rollen om en speelde het schuldige kind, dat net betrapt was en nu pas realiseerde wat voor fout ze gemaakt had. Allemaal erg express natuurlijk. Ze maakte zich wat klein en weerloos door iets scheef door haar knieën te zakken en haar schouders te neergeslagen liet hangen. Ze zette een verdrietige uitdrukking vol schuldgevoel op en keek met een pruillipje naar de donker man op. “Het spijt me, meneer. Ik zal het niet meer doen,” sprak ze met haar onschuldige, verhoogde meisjes stem. Als een losse sjaal gleed de act weer van haar af. Haar mondhoek krulde om tot een brutale glimlach. “Achja,” zuchtte ze verveeld. “Ik had het kunnen weten. Misschien had ik mijn tijd beter bij Norwood kunnen besteden,” Ze keerde hem de rug toe en zei nog even tussen neus en lip door “Ik weet zeker dat hij wél de ballen gehad zou hebben om de dans van me aan te nemen,” Rug recht, hand in haar zij liep ze triomfantelijk, met een zelfverzekerde pas, terug richting de deur. Bij de deur draaide ze zich weer naar hem om en keek hem lichtelijk beledigd aan. “En gewoon naar mijn naam gevraagd zou hebben,” Al betwijfelde ze ten zeerste of het hem ook maar iets kon schelen hoe ze hete.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   wo jan 29 2014, 01:46


Voor geen goud zou hij zijn huidige positie opgeven - niet eens voor een fles wijn. Nog niet eens voor twee flessen wijn en een harem voor zichzelf. Maar deze pietluttige aspecten van zijn vak zouden bij elkaar geschraapt redenen genoeg zijn om je werkpet op de dichtstbijzijnde werkbank neer te gooien, je tas over een schouder te slingeren en met een 'jongens, ik ga naar huis, toedeloetjes!' de deur dicht te gooien. Maar ondanks dat hij hier bijna alles had wat zijn hartje begeerde, had hij het sterke gevoel dat zijn wereld was verkleind. Zijn positie als directeur over één van de bekendste scholen van Kovomaka, de animo, de roem, het opvolgersschap. De lijnen van zijn horizon waren verbreed, ja, maar niet zodanig dat het geheel zonder grenzen was. Hier, in dit reusachtige bouwwerk dat vandaag de dag nog altijd als school diende, hier binnen de vier muren van het kasteel, was hij 'Savador de Gevreesde' - en daarbuiten was hij dhr. Sathandiai, succesvol zakenman, rijk, maar ontzettend sjofel en joviaal, zoals het zoete glimlachje op dat eeuwige maskertje interpreteerde. En was het trouwens niet altijd zo geweest? Had hij niet, dag in dag uit, naast de troon van sultan Hazuz over de Shadraanse delicten van Hafayah, Ta'jar en Damasq'uer in de toch-niet-zo-machtige-positie als trouwe Grootvizier gestaan, een afgedankte hond die het achterwerk diende te likken van zijn hogeren, kijkend naar voetvolk dat voor De Gulle, De Milde, Heer Almachtige Papzak neerknielde? En had diezelfde gulle Hazuz geen harem gehad met tientallen, al dan wel niet honderden gesluierde vrouwen, velen zelfs vrijwillig verblijvend in de kleine serene oase met sierlijke aftekeningen in de traliewanden als een gouden vogelkooi in mensenformaat, omdat het daar praktisch een paradijs voor ze was in vergelijking met de slavenmarkt? Maar dikke, goedaardige, veel te naïeve Hazuz had het overdag te druk met eten en slapen en liet al die sprankelende pareltjes onaangetast blijven, want schalen vol vette kalkoenenbouten en een zacht troonbed vol sluimerrollen wonnen het keer op keer van dure giften van naaste buurlanden. Hij als Grootvizier mocht dagelijks bij de harem komen, oh jawel, maar hij mocht er niet in. Hij mocht slechts kijken - nee, alleen even snel 'controleren', wanneer hij zijn patrouille door het paleis deed - en als een hongerig luipaard langs de wanden van de harem sluipen, zijn dolk ratelend langs de tralies om enige reacties te ontlokken. Geen enkele sultana was op hem gesteld, vluchtten eerder naar hun slaapruimten achter doorzichtige doeken, of spatten 'heel onopzettelijk' water zijn richting in, en dat was destijds zijn grens geweest. Nu had hij zijn eigen nog vrouwenloze harem, klopte er een vrouw aan en had hij eerder behoefte aan rust. De grenzen kwamen altijd weer om het hoekje kijken.
Als ze dat al niet deden trok hij ze automatisch op, als blokkades om zich heen. Bizar veel mocht dat op het moment niet baten, want ondanks dat hij op zijn muziekinstallatie uit het jaar nul was af gesjeesd dramde ze door, zijn zekere onuitgenodige gast. Buiten begon het al te schemeren en als hij op de klok keek zou hij zien dat de tijd hem door zijn schoonheidsslaapje voor de gek had gehouden en de wijzers in een positie al ver over vieren stonden. Dan zou hij in zijn rol als onrustige vader kruipen, contact opnemen met zijn persoonlijke kinderjuf en poolshoogte te nemen - nog kuitwrijvend en in zijn warrige haar krabbend terwijl hij chagrijnig over het bijtafeltje gebogen stond, met de hoorn van een al net zo ouderwetse telefoon compleet met draainummers tegen zijn oor gedrukt. Een moment voor een fijn privé-gesprek was hem nu helaas ontnomen. Het was op z'n minst al een heel pak van zijn hart geweest dat de meid de tango-pose van haar af liet glijden en haar rug rechtte, als ze niet meteen daarna op hem af kwam geslopen. Hij liet zich niet zomaar door zo'n etiquetteloos huisvredebrekende troela uit het veld slaan. Ze zou wel willen dat hij tegen de muur naar het plafond omhoog zou kruipen, als een uit zijn kluiten gewassen spin die ieder moment platgeslagen kon worden door een mep van de krant. In plaats daarvan bleef Savador onbewogen, zelfs stijfjes staan, de lijn van zijn rug in een iets golvende positie doordat een hand nog op zijn grammofoonspeler rustte, maar zijn benen recht zodat hij toch opgericht bleef in zijn lange lengte. Grimmig staarde hij haar over de goudgelakte hoorn in haar bruine ogen aan, de blik in zijn eigen goudkleurige ogen gelijk aan die van een roofdier dat ieder moment toe kon happen uit kolerigheid. Wat er nu weer kwam deed hem nog dieper fronsen, terwijl één wenkbrauw slechtgezind omhoog kroop. Ze gooide een paar centimeters van haar benen van haar af, bracht haar knieën bij elkaar alsof ze hier en nu op zijn dure Shadraanse tapijt ging wateren, trok een ergerlijke pruillip en tadá! - de volgende stap van het meesterplan Hoe Hou Je Savador Het Langst Bezig, Fun En Overlevingskans Gegarandeerd!!!!! ging met glans en confetti in werking. 'Dat is je geraden, Raziaanse kriel,' grauwde hij haar over zijn modieuze muziekhoorn toe. 'Ga nu maar weer weg.' Het enige wat ze daaropvolgend nog van zijn kant kreeg waren een paar slappe onverschillige wuifjes, het gebaar van 'jajaja, het zal wel, draai je kont en ga ergens op je kop staan'. Hij stond op het punt zich om te draaien en haar daadwerkelijk hier achter te laten, of ze nu een verzoek had of niet - tot ze een zekere snaar raakte, en niet specifiek eentje uit zijn sentimentele klankenkast, maar van de temperamentvolle. Hoe halsstarrig hij het ook het ene oor in en het andere oor uit probeerde te laten gaan, hij kon het werkelijk gewoon niet helpen. Hij verstijfde midden in zijn beweging, kromp zichtbaar even ineen bij het horen van een zekere naam, zijn handen krampachtig geklauwd, zijn mond opgetrokken in een grauw en een gefrustreerd gilletje stokkend in zijn keel, alsof hij getroffen was door haar fatale woordelijke pijl. Schot in de roos.
'Wát zei je?' Het geluidsgolfje zweefde als een sissende, fluisterende slang op haar af. Hij had zich omgedraaid, half, alleen een stuk van zijn gezicht was zichtbaar in de gedraaide positie van zijn hoofd, en zijn vervaarlijk felle ogen die haar tussen plukken zwart haar doorboorden nu hij haar over zijn schouder aan kon staren, op een manier zoals alleen hij dat kon. Met een expressie van griezelige kalmte draaide hij zich langzaam naar haar om, en terwijl hij op eenzelfde zachte kalme maar griezelige, en daarom des te verontrustende toon begon te spreken, brachten de khussas hem in een trage tred al in haar richting. 'Dit is mijn terrein, mijn erf, mijn persoonlijke grond, huis aan al mijn verlangens en bezittingen - en jij durft een naam in je mond te nemen, zelfs ook maar de lucht in je longen eraan te verspillen, nog maar te zwíjgen over het gedenken van het bestaan ervan - en mijn stabiele gemoedstoestand te verstoren na een dag hard werk? Werkelijk?' Hij stopte even om met een spottende uitdrukking zijn armen te spreiden. 'Jij kleine, brutale, bezwete himar, yla'an haramak - wring die dode cellen uit je hersenen en leer je plaats! Weet jij wat ik doe met snotneuzen zoals jij?' Zijn hand zweefde boven de knop van zijn bureaulade voor hij deze opentrok en er een schaar uitviste, waarvan het ijzer dof blikkerde in het licht van het haardvuur in die trage beweging. De gehele houding van de man die eer kon doen aan het beest waar hij vaak mee werd geassocieerd deed zo kalm aan als stille wateren, maar de blik als laaiende vuren in zijn ogen sprak boekdelen die men vaker liever weglegde dan opensloeg. Toen hij vlak voor haar stond schoot zijn arm in een onverwacht snelle beweging naar voren om zijn vrouwelijke indringer met enige mankracht tegen de muur te forceren, zodat ze gedwongen was tussen zijn armen in te blijven. Iedere stap bracht hem dichterbij, en iedere stap leek zijn woede te laten groeien tot iets fenomenaals. Een door woede geteisterde vulkaan die op ontploffen stond. Een zee die zich terugtrok tot verre wateren en terugkeerde naar de kust als een torenhoge, bulderende tsunami. Een aardbeving die stenen gronden kon laten golven als iets vloeibaars, huizen en zelfs hele werelddelen opslokkend in de diepste kraters van de planeet.
Er klonk een vrolijk snip-geluid en een klein nietig tikje, gevolgd door een tweede. 'Daar,' zei hij nuchter, kijkend naar de twee afgeknipte oortjes van haar muziekspelertje die nu zielig op de grond lagen niets te doen terwijl hij benomen was door een zekere glunderende furiositeit, als van een klein kind dat een bolletje van het ijshoorntje dat aan zijn grootste rivaal toebehoorde had afgetikt. 'Dat doe ik ermee.' Dus krimp ineen van angst, plas in je broek, ren op een sukkeldrafje huilend weg en laat me verder met rust. Hij schreed in alle hooghartige triomf weer terug naar zijn bureautje alsof dit dagelijks gebeuren was, een vinger door een oog van de schaar alsof het een nog narokende revolver was, zijn hoofd met een zuinig pruilglimlachje in zijn nek gelegd.

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   do jan 30 2014, 00:05

Hij wilde zich niet gewonnen geven. Wat ze eigenlijk wel had verwacht. Jammer genoeg voor hem, leken Savador en Kriss wat dat betreft vreselijk op elkaar. Zo stijfjes en koppig als de man daar bleef staan, daar half over het tafeltje in de hoek van zijn snik hete kantoor, zo soepel en koppig was Kriss op hem afgelopen. Zich volledig bewust van het feit hoe hij haar als een wild beest aan staarde. Ze vond het wel bijzonder. Het geflikker van de haardvlammen in de goudgelakte hoorn zorgde voor een extra effect in de ogen van haar hoofdmeester. Het lichtte ze op met die zelfde glinstering wat hem wat levendiger maakte.  Voor een moment had ze rouwig gespeeld om haar zogenaamde wangedrag tegen over de hoofdmeester. Met weer een reactie die ze verwacht had. Wat was hij toch eigenlijk voorspelbaar. Misschien was hij toch niet zo mysterieus als hij leek. Het verbaasde haar echter wel dat hij wist dat ze een Raziaan was, wat voor een scheve glimlach zorgde van haar kant. De trots op haar afkomst was belachelijk erg. Er waren maar weinig mensen die het fout hadden geraden. Door haar duidelijke Raziaanse kenmerken. Ondanks het feit dat haar hoofdmeester een zeer pienter heer was, had ze het toch niet van hem verwacht. Ze had gedacht dat zulke dingen hem niet interesseerde. Kriss kreeg enkel nog een onverschillig wuifje toegeworpen. Alsof ze toestemming had gevraagd en hij het haar maar net aan gunde. En als ze dan niet snel weg zou gaan hij misschien wel van gedachte zou veranderen met vreselijke gevolgen van dien. En Kriss, die van binnen rollend over de vloer een hyena-achtig geluid uit kefte van de lach, staarde hem weer even brutaal aan. Wat hij waarschijnlijk niet door had, aangezien hij zijn achterste naar haar toe had gekeerd en aanstalten had gemaakt om weg te lopen. De brutaliteit die Kriss vervolgens oproffelde was echt te ongehoord. Kriss wist, net als bijna de hele school, van de vreemde rivaliteit tussen de woudmagie leraar en haar mentor. De daadwerkelijke redenen wist ze niet, wat ook niet echt belangrijk was. Uit eindelijk ging het erom dat Kriss dondersgoed wist hoe dit bij haar mentor zou vallen.

Met haar gewoonlijke speelse en heupwiegende tred had ze zich om gedraaid en richting de uitgang begeven. Ze had besloten om maar eens op te stappen en haar pesterijen een andere dag te vervolgen. Niet alleen om dat ze naar een warme douche verlangde, maar ook omdat ze eens goed moest nadenken over de zeer ongepaste gevoelens, die telkens weer bij haar boven kwamen borrel. Hoe hard zij ze ook weg probeerde te duwen. Jammer genoeg had ze daardoor wel zijn reactie gemist. Hoe hij verstarde midden in zijn pas, inkromp van walging bij de gehate naam en een vreemd gefrustreerd gilletje slaakte. Ze schonk er geen aandacht meer aan want ze had zich al bedacht er nog even een schepje boven op te gooien, al was dat meer uit gekrengde gevoelens dan leedvermaak. Hij had haar niet eens naar haar naam gevraagd. Ze was niet eens belangrijk genoeg geweest om te kunnen straffen. Dat hij dat nu niet van plan was te doen, was duidelijk genoeg geweest. Maar niet eens naar haar naam vragen! Zodat hij haar, midden in de les, de klas uit kon sleuren! Dat niet eens. Ze betekende dus echt niets voor hem. Weer die vreemde gevoelens. Op een vreemde manier stak dat feit. Dat hij haar niet eens wilde kennen. Dus had ze zich met een duidelijk gekrengde uitdrukking om gedraaid, vlak naast de deur, en had hem daar ook nog een opmerking naar hem toe gesneerd. Wat ben ik in hemelsnaam aan het doen ging nog even door haar verwarde hoofdje. Het moment dat ze haar frustratie, niet overdreven luid, bekent had gemaakt zag ze pas hoe vernietigend ze aan gekeken werd door de man. Haar gefrustreerde frons veranderde in eentje van lichte schrik. Ze voelde haar bokkende hart een sprongetje maken en de koude rillingen gleden over haar ruggengraat bij de kalmte waarmee de onheilspellende man op haar af kwam lopen. Ze herstelde zich snel en brak haar gezicht open met een van haar mierzoete onschuldige glimlachjes. Al kon ze de koude rillingen niet van zich afschudden. Hij begon zijn tirade en opeens was de strengheid en het Shadraanse accent overduidelijk. Misschien viel het haar nu pas op, misschien werd het verergerd door zijn duidelijke woede, dat wist ze niet. Maar een ding kon ze zeggen. Het paste hem perfect. Een moment had hij haar verbijsterend en spottend aangekeken. Hij kon het werkelijk niet geloven dat ze ‘Norwoord’ had gezegd. Wat Kriss iets overdreven vond. Al had het waarschijnlijk ook iets te maken met haar vergelijking over de heren hun beider mannelijkheid. De ziedende man deed een poging om haar te beledigen, maar het enige wat Kriss niet geheel waardeerde was dat hij haar klein noemde. Ze was bijna 1.80, wat ze zelf redelijk lang vond en waar ze zich gezegend mee voelde. Godzijdank was ze niet zo’n iel klein meisje die je zo onder je grote teen zou kunnen pletten. Savador was dan langer dan haar, zo klein was ze nou ook weer niet. Dat hij ook nog eens opmerkte dat ze bezweet was vond ze eigenlijk wel grappig. Helemaal toen het gevolgd werd door een tirade aan woorden die ze niet verstond. Het was duidelijk. Savador was boos!

Als hij gedachte had kunnen lezen, had hij waarschijnlijk een van zijn triomfantelijke grijnzen te voorschijn getoverd. Zijn laatste woorden. De verschrikkelijke kalmte en de vervaarlijke schaar die hij zojuist te voorschijn had gehaald deed Kriss opeens echt beseffen dat ze gevaarlijk met het vuur heeft zitten spelen. Spijt kroop onder haar huid. De spijt was echter meer voor haar eigen keuzes dan voor de gevoelens van Savador, die ze overduidelijk had gekrenkt. Ach, die kon vast wel tegen een stootje. Maar goed, die keuzes leken nu opeens een verschrikkelijk stom idee. Normaal was Kriss behoorlijk moedig. Jammer genoeg had die moed nu besloten om zijn koffertjes te pakken en vlug naar haar schoenen te verhuizen. Wat er voor zorgde dat ze zich niet durfde te verroeren. Bijna gehypnotiseerd door zijn glanzende ogen, die haar furieus en bijna letterlijk vlammend, aan staarde. Haar eigen al grote bruine ogen stonden nu wagenwijd open. Toch was angst ver te zoeken in de diep bruine poelen water, die doordrenkt leken met bloed van gesneuvelde soldaten – wat dus de rode spikkels en de rode gloed was – rond haar pupillen. Knipperen durfde ze niet. Bang dat het alles zou verpesten. Met een snelle beweging stond ze opeens klem. Als de prooi van een grote leeuw, die je elk moment de strot door kon bijten. Onwillekeurig slikte ze iets weg. Ze staarde hem recht in zijn ogen aan. Die goudgele cirkels leken haar even van de aarde te brengen. Als er niet zo’n vreselijk woede in had gestaan was ze waarschijnlijk al naar voren gebogen om iets vreselijks stouts te doen. Haar ogen flitsten over zijn gezicht, langs zijn scherpe kaaklijn waar kleine zwarte haartjes uit ontsproten, door naar zijn adamsappel die interessant spastisch leek te schuiven in zijn keel, terug naar zijn opgetrokken mondhoeken, via zijn opengesperde neusvleugels, omhoog terug naar de glinsterende ogen, overschaduwd door zijn frons. Nog net kon ze de neiging weerstaan om haar hand op te richten en heel zacht over zijn huid te strelen. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Ze had bewijs nodig dat hij echt bestond maar zijn blik hield haar tegen, dus moest ze maar genoegen nemen met zijn gebries over haar gezicht. Zelf durfde ze bijna niet te ademen, stond verstijfd tegen de muur aan gedrukt en wilde eigenlijk haar gezicht wegdraaien. Maar alles wat ze wilde leek tegen gehouden te worden door zijn blik. Zelfs al was hij laaiend, toch was ze er ontzettend door gefascineerd. Als ze echt bang was geweest, had ze zich allang uit de voeten gemaakt. Dan stond ze nu ergens aan de andere kant van school, in een donker gangetje op adem te komen van het sprinten door de gangen. Al zou iedereen beweerd hebben dat ze een en al angst uit straalde, wist ze zelf wat het werkelijk was. Maar het was ondenkbaar. Dus probeerde ze er letterlijk niet aan te denken. Ze focuste zich op zijn ogen. Afleiding en tegelijkertijd aanleiding. Heel verwarrend dus. Er verscheen iets intens in de hare, alsof ze dwars door hem heen probeerde te kijken. De schaar, die ze voor een seconde was vergeten, maakte opeens zijn duidelijk – en vreselijk luide – gesnip toen Savador ergens in knipte. Kriss wist niet wat en hipte bij de eerste snip dan ook even op, met een geschokt geknipper van haar ogen. De volgde snip knipperde ze alleen nog maar. “Daar,” sprak hij opeens in haar gezicht en richtte zich naar de grond kijkend, naar datgene waar hij in geknipt had. Duidelijk tevreden van zijn zaak. Kriss bleef echter recht voor zich uit staren, naar de zwarte lokken die nu overvloedig voor haar gezicht hing, in een poging zichzelf bij elkaar te rapen. “Dat doe ik ermee,” En hij stapte bij haar weg om vol lof van zijn eigen daden naar zijn bureau te wandelen.

Kriss zakte met een voorzichtig zucht terug op haar hielen, zich realiserend dat ze al die tijd op haar tenen had gestaan. Ze wierp een blik naar de vloer, zag de twee afgeknipte oortjes liggen – dood, geslacht als een varken – en kon nog net geen kleine grom onderdrukken. Ze wende haar toegeknepen ogen op de brede rug van Savador in een grimas van irritatie. Die dingen waren niet goedkoop. (niet in deze wereld XD) Ze tuitte haar lipjes even in de grimas en begon toen weer te grijnzen, door het onzichtbare lichtbolletje boven haar hoofd. Ze had weer iets bedacht. Niets bijzonders, maar het echt waarderen zal Saffie het niet. Ze bukte om de vermoorde dopjes op te pakken “Savadorie nog aan toe! ( :Y) Die waren net nieuw!” sprak ze op een toon alsof ze uit een zwart film was gesprongen en overdreven acterend door het leven liep. Met de bijbehorende vuist zwaai, om haar teleurstelling te onderstrepen. En keek weer uitdagend toe hoe Master Savador zou reageren. Haar plannen om te vetrekken waren allang weer verdwenen. Ze was nog lang niet klaar met hem.

Net toen ze op hem af wilde stappen werd er op de deur, vlak naast haar geklopt waardoor ze, naar adem happend van schrik, naar haar hals greep. Ohja, ze waren niet alleen op deze planeet. Even vergeten. Met een zucht van irritatie dat ze zich zo had verslikt om zoiets onzinnigs, draaide ze zich naar de deur toe. Zonder enige vorm van beleefdheid, jegens Master Savador, opende ze de deur alsof het haar kantoor was en staarde een tel in het gezicht van een onbekende vrouw. Ze was van middelbare leeftijd en keek net zo verbaast in het gezicht van Kriss. Vervolgens richtte Kriss haar blik naar beneden en zag twee kleine kinderen staan, net zo verbaast als de vrouw, waaraan ze zich vast geklampt hadden. Kriss herkende ze meteen. Iedereen wist immers toch dat Master Savador vader was van een heuse tweeling. Ze zakte door haar knieën bij de twee kinderen neer en glimlachte vriendelijk naar ze. “Hoi, ik ben Kriss. En hoe heten jullie?” ze keek de beduusde kinderen één voor één aan. Ze waren duidelijk erg verbaast, en verlegen. Vooral het meisje, die zich – duimsabbelend – nog meer achter de vrouw verstopte, vast geklampt aan haar been. De dame zelf keek nieuwsgierig om de kier van de deur naar binnen. Het jongetje was duidelijk iets dapperder en mompelde iets onverstaanbaars, wat waarschijnlijk zijn naam was. Kriss glimlachte hem bemoedigend toe. “Aangenaam,” Vervolgens rende hij langs haar heen, waardoor de deur met een zwaai werd geopend, om op zijn vader af te rennen. Het meisje bleef Kriss nog steeds een beetje verlegen aan staren. “En hoe heet jij dan?” vroeg ze zacht tegen het meisje. Nu haar broertje het had gezegd kon ze toch niet achter blijven? Dus trok ze haar duim los, liep op Kriss af en fluisterde – met haar handje in een kommetje op Kriss haar oor; “Asema,” Vervolgens keek het meisje haar met een trost glimlachje aan. “Wat een mooie naam,” zei Kriss opgetogen. Direct stak de kleine meid haar duim weer terug waar hij hoorde, sabbelend in haar mond. Kriss nam het meisje op de arm en liep het kantoor weer in, kijkend naar het prachtige meisje op haar arm, die naar haar papa keek. Kriss richtte haar blik ook terug op Savador en schonk hem voor het eerst een eerlijke en oprechte stralende glimlach.



[Hij is wat lang sawrry  Embarassed en I hope you don’t mind dat ik de kids er bij gooi? Ik had zo het idee dat Saffie ook eens een goede kant van Kriss moest ontdekken :PAls je het toch niet wil, knip ik het wel weg :3]
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   zo feb 09 2014, 07:28


Wat begon als de wrokkige dans van twee magneten die om elkaar heen dartelden, verliep verder in een staarcontest zonder officieel eindsignaal. En Medusa, hij kon iemand minutenlang doordringend aanstaren - meestal duurde het nooit langer dan een halve voor zijn 'tegenstander' ongemakkelijk zijn blik neersloeg bij de glariënde schatkamers die recht in je ziel leken te blikken - maar jeetje, wat snakte hij nu naar dat eindsignaal. Hij was moe, had hard gewerkt - je zo nu en dan op je andere zij draaien en met de nagel van je pink langs je kaak krabben kostte immers belachelijk veel inspanning - en als er iemand rust verdiende, dan was hij dat wel. Maar zijn naam zou Savador niet zijn als hij er niet net zo hard tegendraads op in zou gaan. Gelijk was er altijd en gelijk kon behaald worden. Hij was een meester en gelijkheid was zijn eeuwige slaaf.
Bovendien meende hij haar soort maar al te goed te kennen, die 'Raziaans gerichte mensenkennis' waar hij in eerste instantie liever afstand van genomen had. Het was dat hij zijn geliefde Shadra achter had moeten laten, de plek die hem oud en vertrouwd was, en voor een lang aantal jaren in moest ruilen voor het snikhete Razen, met plaatsen nóg heter dan de zinderende Shadraanse woestijnen die hij zo gewend was. Hij was jong geweest, nog maar een jongeman van in de twintig toen hij zich settelde in een koel appartementje in de grootste trekpleister van Razen, waar het vooral toeristisch was, maar ook oudbollig en traditioneel. Écht Raziaans, met échte Razianen. Volbloed vuurvreters die over het strand paradeerden met een handdoek over de schouder en een zonnebril op hun neus, die niet ingesmeerd hoefde te worden omdat ze het gemak hadden dat hun huid de stralen van de zon gewend waren. Maar de dámes! Shadraanse vrouwen hielden hun poot al stijf en knipten om het minste of geringste in hun vingers, maar op Razen leek alles met een rok ironisch genoeg de broek aan te hebben. Vrouwen liepen al nonchalant kauwgomkauwend met schuddende, in veel te strakke bikini-gestoken heupen langs de boulevard en smakten hun vriendjes op hun knietjes, als ze het al niet te druk hadden met mannen de vinger te geven die ook maar even in hun richting keek. En hij, als buitenlander, als grimmige donkere Shadraan, als 'idioot nachtdier', werd fronsend nagestaard en kon van de eerste de beste griet een klap van haar purse in zijn kruis verwachten als hij zich niet heel gauw aan de gewoonten aanpaste. Als deze meid net zó'n type was, stuurde hij haar sneller weg dan dat ze impertinent kon zeggen. En hij wíst dat ze zo'n type was, want ze snauwde hem vlak voor het punt dat ze zijn ruimte uit zou stampen een opmerking toe die aandeed alsof ze middenin een zichtbaar verslijtende relatie zaten die al zeven veel te lange jaren standhield. Maar hij was een Shadraan in hart en nieren, sluw, slim - en dat zou hij haar bewijzen ook.

Een frons, diepe bodemloze putten van beklemming; angst? Een voorzichtig doorbrekend glimlachje, oplaaiend vuur in de haard, maar nu ook in haar ogen; terugkerende zekerheid!
O, hij kon haar achtbaan van rap afwisselende emoties haast voor ogen stellen, en wat zag hij haar er graag een eindeloze rit in maken. Hij zou achter het loket staan van de kaartjesverkoop, maar anderen zouden zich niet voor zijn hokje verdringen, zich nooit ook maar op het terrein wagen, nee. Hij zou zijn vuist herhaaldelijk op de rode knop neer laten komen op het moment dat de karretjes voor de instaphekjes met een ruk en een hydraulische zucht tot stilstand kwamen, zodat ze weer met een ruk in beweging kwamen en al langzaam aan hun klimming begonnen van de duizendste looping. Want deze ritten waren voor maar één enkel meisje bestemd. Ze zou tot de dood volgde mogen blijven zitten, zoals naïeve kinderen graag nog een extra rondje wilden, uiteindelijk schreeuwend, smekend of ze eruit mocht. En dan zou hij zijn hoofd in zijn nek werpen en lachen. God zegenen de heerlijke fantasieën, hij zou de hele wereld bij elkaar schateren.

Eng was een trefwoord dat velen aan zijn uiterlijk en houding zouden koppelen, en ja, toch wel: hij wás eng, angstaanjagend zelfs. Baby's barstten uit in een luid gejengel als hij een glimlach op zijn gezicht plooide; en als hij al glimlachte - als je het allereerst goed en wel had verwerkt dat hij kón glimlachen - dan wist je dat er iets goed mis was.
Maar waarom zag hij dan geen donkere plek in haar broek verschijnen nu hij zo vlak bij haar stond, zo dichtbij dat ze de structuur van zijn dure kleding en ieder verdwaald stofje dat er onmiddellijk weer vanaf geplukt diende te worden kon bestuderen? Nee, haar ogen hadden zich verwijd en ze stond zeker aan de grond genageld, maar het deed in zijn geheel niet angstig aan. Eerder alsof ze aan de grond stond genageld op het moment dat ze iets wonderbaarlijks had beschouwd, zoiets als brandend water. Het mocht dan wel niet opvallen nu hij toch al in een ziedende staat verkeerde; het frustreerde hem aanzienlijk.
Goddank - voor haar, althans - slaagde hij erin het te verbloemen en plaats te maken voor fierheid bij zijn knipactie, anders wist hij niet wat hij anders had gedaan. Als een koning die een zoveelste nutteloos lintje doorknipte, hoezee. De majestueuze grijns pronkte al op zijn gelaat terwijl hij zijn rug in een ruk naar haar toekeerde en voldaan weg schreed. Ach, hij had haar zojuist een dienst bewezen, nietwaar? Ja. Zo had ze weer een reden om geld op te sparen voor iets nuttigs en smeet ze haar gehoor niet langer naar de haaien door het luisteren naar het gekwijk van een of andere gillende keukenmeid. Dat was toch wel een heus schouderklopje waard.

Het nauwelijks hoorbare geluid van zijn khussas over het tapijt kwam abrupt tot een eind toen hij al net zo abrupt even tot stilstand kwam, alsof hij alles wat bij hem binnenkwam op het moment beter kon verwerken als hij even stopte waar hij mee bezig was. Langzaam bewoog zijn behaarde kaak opzij om haar de grauwachtige grimas te laten tonen. Donkere lippen als glanzend leder, scherpe vleesknippende tanden in een gelaat dat geportretteerd werd door weelderige zwarte manen, en het beeld zou meer dan compleet zijn geweest. Het was niet dat er niet dagelijks spelingen op zijn naam naar zijn hoofd werden gesmeten, want dat werden ze wel. Het was nog geen reden hem er nog extra mee onder zijn huid te zitten. Haar muziekoortjes waren al gesneuveld als een overduidelijke eerste waarschuwing. Zij zou de volgende zijn die hij aan stukken scheurde.

Het plotselinge geklop op de deur die de ijzige stilte verbrak deed zowel haar als hem opkijken, hoewel hij in zijn stokstijve houding bleef staan en enkel zijn grimmige blik van het brutale meisjesgezicht naar de deur liet glijden. Tegelijkertijd ging zijn mond een stukje openhangen, misschien ter realisatie dat er nóg meer bezoek voor hem in de rij stond en hij zich al voorbereidde om volmondig te protesteren, want rust, bij Medusa! Was het hem zo min gegund? Maar toen een bekende vrouwenstem door het hout van de deur weerklonk maakte hij zich echter uit de voeten door middel van een rap, bijna snellopend loopje, dat hem eruit liet zien als een idiote schaar. Zíjn vertrek, maar de snotmeid achter hem voelde zich al zodanig thuis dat ze vrolijk op de deur afvloog. Hij wist niet half hoe snel hij zich naar zijn andere vertrek moest begeven, waar zijn overkledij op hem lag te wachten om de minder sjofele details voor zijn ingehuurde kinderjuffrouw netjes te verbergen - alsof hij de roodharige troela in zijn hoofdruimte daar niet waardig genoeg voor vond. Zoekend draaide hij zich half om zijn as, in een koortsachtige poging de uiteinden van zijn sjerpachtige ceintuur te zoeken en deze dicht te knopen, toen zijn deur openvloog en hij zich fronsend mee wendde op het geluid van kleine trippelende voeten over de vloer. Een uitgelaten 'papa!' klonk vlak rechts van hem, maar hij zag zijn watervlugge zoontje links van hem al tussen alle sluimerrollen en kussens van zijn vader duiken. Het kleine jongetje was een piepjonge versie van zijn vader; zwart warrig haar dat hier en daar uit krulde in een eigenwijze pluk, slangachtige ogen die felgroen waren in plaats van goudgeel, en gestoken in een dik zwart winterjasje. Achter de lange sjaal waarmee hij nog eens extra dik was ingepakt ging de vrolijke brede glimlach half verloren die hij zijn vader al springend op het loungebed toewierp.
'Niet met je schoenen erop, Elwin, hoe vaak moet het je nog gezegd worden!' Gebogen over het loungebed trok hij de opgelaten koter weer aan zijn sjaal terug, in een positie waarin het hem gegund werd om de nodige vaderlijke taken uit te voeren. In de loop van de eenzame slopende jaren waarin de andere kant van zijn bed vrouwloos en moederloos was, en hij gedwongen was aan het solo-ouderschap, hadden die handelingen hun bekwame handigheid gekregen. Snel en gecontroleerd bewogen zijn handen over het lichaam van de kleine Elwin om de veters van zijn schoentjes uit te pulken en de dikke sjaal om zijn hals los te wikkelen. Het jongetje steunde met beide handen op de nek en schouders van zijn vader en werkte gelukkig zelden tegen, want hij wist wat er kon volgen als hij weigerde om te doen wat hem werd gevraagd.
'Arm.' Gehoorzaam trok Elwin zijn elleboog in, wrikte en rukte om los te komen in de dikke mouw van zijn jas, voelde de grote hand van zijn vader om zijn pols sluiten en liet zich begeleiden, zodat de grote handen des te eerder de houtje-touwtjes van zijn jasje los konden maken. 'Zo,' klonk de stem van zijn vader uiteindelijk toen hij uit zijn dikke winterkleding bevrijd was. Alsof het niet meer dan één van de kinderen was die hij zo verachtte keek Savador zijn jongen aan met een zuur pril glimlachje op zijn smalle lippen, als wrokkig gif dat zich zo snel verspreidde als een verspilde inktvlek op witte stof - maar slechts weinigen konden zien dat het een wat aandoenlijke glimlach was, met een zekere zachtheid achter die strenge minachtende en neerkijkende ogen. Bewilligend streek zijn hand even door de al net zo roetzwarte lokken van Elwin. 'Ik kan aannemen dat je vandaag niets nuttigs hebt geleerd?'
Die vraag was bekend, en dus reikte Elwin zwijgend een opgerold stuk perkament aan, dat keurig zijn cilinder-vorm behield door middel van een vrolijk gekleurd lint eromheen. Zijn vader griste het ding norsig uit de kleine kinderhanden.
Met de rol papier in zijn handen zeeg Savador vervolgens neer op de rand van zijn loungebed, en terwijl hij het lint eraf stroopte en ergens in een hoek slingerde - afgrijselijke kleuren, we leven hier niet in een regenboog-marshmallow-magische llama-toverwereld - kroop Elwin over het matras naar zijn schoot om benenbungelend op zijn bovenbeen te zitten. Het verbaasde hem niet dat hij het perkament open rolde en zag dat het een krijttekening was, met de nog ongeoefende halen van onrust, geproduceerd door een kleuterhand. Op de kleuterschool leerde je immers niet veel anders dan gemeenschappelijke en creatieve vaardigheden, zoals het knutselen, het opruimen en het spelenderwijs leren om te gaan met andere jongetjes en meisjes van je leeftijd.
'Wat is dít? snoof hij sissend alsof hij een verse drol aantrof in zijn opengevouwde papiertje. Vol walging staarde hij naar de jolige stickmannetjes in het gras en met de zon op de achtergrond en de haasjes op de voorgrond en ooh - een regenboog, niet te missen, want een kinderfantasie was probleemloos en sprookjes bestonden en laten we handjes vastpakken en een kring vormen en zingen van je tralalala, de hele wereld houdt van elkaar. Elwins kleine wijsvinger schoof over het papier naar een nors somber poppetje gehuld in donkere kleuren, met een krasserige coupe op zijn hoofd als een dikke aangereden zwarte kater. 'Dat ben jij, papa. En dat - ' Zijn vinger gleed door naar het poppetje ernaast in een witte jurk, lange zwarte haren, duidelijk een vrouw. 'Dat is mama.'
Elwin had nog amper zijn zin afgemaakt, of zijn zachte stemmetje werd overstemd door het luide geluid van frommelend papier. 'Sprankelend. Maar ik kan je bij Medusa vertellen dat papa wel meer in huis heeft dan zulke simpele kledij. Maak het morgen maar opnieuw, en maak het in orde.' Met een plof kwam de verfrommelde tekening ergens achteloos in een hoek van de kamer terecht; troep, vuilnis, waardeloos afval. Hij mompelde er nog iets tussen neus en lippen door over 'gekras dat nu niet bepaald Louvre-waardig' was achteraan terwijl hij een beduusde Elwin misschien iets te bars van zijn schoot op het bed zette en zich met een minachtende zwiep van zijn lange overkledij omdraaide om de kamer uit te benen. Vlijmend, ja. Vlijmend en een actie waardoor je hem als klootzak kon zien die geen zier om de opvoeding van zijn kinderen gaf - maar dat gaf hij wel, want hij was een klootzak die tot op de dag van vandaag nog aangedaan werd door de dood van zijn vrouw, en zelfs kinderlijke onwetendheid wist dat op te roepen als ze daar op papier stond, maar niet hier. En als je daar even over nadacht dan kon je concluderen dat het voor hem lang niet zo van belang was in wat voor goedkope supermarkt-kleren hij door middel van een paar zielige streepjes werd neergezet, maar dat het een perfecte gelegenheid had gevormd om de schrijnende pijn te verbergen. Het was verdomd zwaar, als alleenstaande vader twee kinderen opvoeden terwijl je er zeker van was dat je nog in een rouwproces verkeerde. Duizenden maskertjes die hij zich iedere dag opnieuw weer voor moest houden.

Het nieuwe maskertje ging op toen hij de kantoorruimte weer binnenstapte, een klein charmant glimlachje op zijn plots spontane gelaat. Jazakallah, dear, erg fijn.' Het was een glimlach gegund voor zijn au pair, wiens hand hij nu met een sierlijk gebaar in de zijne nam om er een kleine kus op te drukken nadat hij enkele geldbriefjes als betaling tussen haar vingers had gestopt. Het meisje dat nog in zijn kantoor stond liep hij straal voorbij.
Dagelijkse routine. Hij tevreden en zij gecharmeerd. Wat de kinderjuffrouw kennelijk echter niet naging en dus ook niet wist, maar hij wel, was dat hij bij iedere betaling een cent meer achterhield en haar langzaam maar zeker aan het uitbuiten was. Wat wilde je ook, als je een jonge Cassiaanse studente was die nog te naïef was op het gebied van economie en geldzaken. Maar ze kreeg geld, en wat dat betreft had ze eenzelfde instelling als hij: elk muntje telde.
Voldaan bedankte ze hem, pakte haar spullen, zei de kinderen nog even in gebrekkig Shadraans gedag en trok de deur dicht, waar hij roerloos voor bleef staan. Na wat een halve minuut leek te duren hief hij in een lome beweging zijn arm op en draaide de deur op slot, zijn gelaat overschaduwd onder zijn zwarte lokken. Zijn glimlach was meteen verdwenen, de frons tussen zijn wenkbrauwen weer verschenen. Een stilte voor een storm.

Zijn dochtertje werd hem aangereikt met belachelijke tederheid en een afschuwelijke glimlach, en hij nam het meisje aan - rúkte het meisje bijna uit de aanreikende armen - met de ruwe handelingen van heersende woede. Hij trok met twee vingers Asema's sabbelende duim uit haar mond, afkeurend op haar zwarte kruin neerstarend. Hij een ex-tandarts en zijn nageslacht scheve tanden: dat zou een lachertje zijn.
Zo stuurs als dat hij het kleine meisje had beetgepakt, zo zacht zette hij haar nu weer neer. Langzaam gleed zijn onheilspellende blik daarna weer terug naar de roodharige meid toen hij zijn rug weer rechtte, waarna hij haar een tijd lang en bewegingloos aan bleef staren voor zijn lippen uiteindelijk al net zo traag van elkaar af bewogen, zijn witte tanden zichtbaar werden in een grauw en hij begon te spreken.
'Me lastig komen vallen is één ding,' begon hij met een zachte, bevende stem. Een trillende hand rustte op Asema's hoofd, die hij beschermend achter zich hield. 'Scheldt me naar hartenlust uit, maak me maar belachelijk, ronsel me mentaal in elkaar. Die halfgare krankzinnige Master Savador. Maar mijn kínderen!' Hij spatte het woord in een intimiderende stemverheffing uit. 'Van mijn kinderen blijf je áf!'
Ieder woord bracht hem een onvoorspelbare stap naderbij, en bij ieder woord leek zijn razernij zich opnieuw samen te pakken. Hoeveel moeite moest hij er immers nog in steken om zijn twee kinderen - zijn jongen en zijn kleine meid, twee kleine zieltjes die moederloos door het leven gingen, alles wat hij op het moment had - te beschermen tegen de brandende blikken die hij iedere dag kreeg toegeworpen? Hij stond voor dag en dauw op en deed zijn uiterste best om ze zo min mogelijk onder ogen te laten komen met dat brute leerlingengebroed, om ze in een rol te zetten als kleine potentiële slachtoffertjes waarop die puberale ratten hun haat op af konden vuren als hun vader er niet was - hij had ze zelfs verboden om door de rest van de school - op papa's gang en kamer na - rond te zwerven. Simpelweg omdat hij ze wilde beschermen tegen de harde pijn die de jeugd anderen onbezorgd kon aanbrengen. Omdat ze verdorie nog maar kinderen waren. Omdat hij het nooit of te nimmer toe zou willen geven dat het ook om een reden was dat hij ze niet dezelfde jeugd wilde laten meemaken die hij had gehad, waarin hem meer onvergeeflijke streken waren aangedaan dan hij op zijn vingers en tenen kon tellen.
Maar ze had haar aangeraakt. Eén individu van dat leerlingengebroed had zijn kleine meid aangeraakt. Het zweepte een razernij in hem op die groter was dan hij ooit was geweest - en dat was in alles te merken. 'Ben ik duidelijk, meisje?' siste hij hees. Hij drong zijn bovenlichaam nu vlak bij haar, naar haar toe, zijn hand als een klauw omhoog bewegend om haar kin met met twee vingers naar hem op te heffen. 'Dring ik tot je door?' Hij kon het niet helpen dat hij haar zachte wangen even samenkneep voor hij zijn hand weer terug kon trekken, met gesloten ogen en de gierende lucht tussen zijn tanden in alle inspanning om zichzelf te beheersen. Zijn ogen lieten haar kennis maken met twee laaiend gouden hellevuren toen hij ze weer opende. 'Laat me het niet duidelijker maken dan het nu al is,' waarschuwde hij fluisterend. Een veelzeggende stilte daalde over hen heen, als een stille bevestiging van de plotselinge ernst van de situatie.

- Not a problem!

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   wo feb 12 2014, 02:38

Het was teveel. Alles wat deze man was kon ze niet in een avond ontdekken. Hij had te diepen gronden en te veel maskers. Hij was als een ui. Laag na laag na laag. Alles wat ze tot nu toe gezien had, was trouwens niks nieuws. Woede en irritatie. Ze had gehoopt op een hele andere avond. Maar hij hield standvastig vast aan de maskers. Liet ze voor geen millimeter los. Niet bij haar. Iets dat waarschijnlijk ook nooit zal gebeuren. Toch kon haar hart het niet los laten. Ze zou degene zijn die hem los zou krijgen. Dat wist ze zeker. Vanavond niet. Vanavond zou waarschijnlijk eindigen in een zachte sisser. Als de slang waar hij zo vaak mee werd geassocieerd. Niet als een velle kat, die uithaalde en, met een beetje mazzel, meteen beet had. Daar was geduld voor nodig. Geduld en beleid. Iets wat Kriss niet altijd had. Kriss wilde, net als die velle kat, meteen beet hebben. Anders begon ze zich te vervelen. En hupte ze zo van het ene op het andere moment op hele andere dingen. Om het voor haarzelf uit te rekken, haar interesse te houden, trok ze soms conclusies en ideeën die niet altijd waar waren. Zoals het idee dat Savador haar af zou kunnen leiden van het beetje ellende in haar leven. De jong vervlogen drama’s. Met een nietig persoon. Iemand die nooit iets zal betekenen. Niet echt. Die jongen was niet belangrijk genoeg meer. En haast als een stofje in de wind, was het al weg. Uit haar gedachtes. Uit haar leven. Ze had daar lang geleden al een punt achter gezet. Maar om het interessant te houden, had ze het uitgerekt met onzin. Loog ze tegen zichzelf. Deed ze alsof hij belangrijk was geweest. In haar leventje. Oh zeker, er was een moment geweest dat Kito veel voor haar had betekend. Maar Kriss was erg wispelturig. Vooral wanneer ze diep in haar hart weet dat het uiteindelijk weinig betekend. Lang voor ze erachter was gekomen, dat hij vreemd was gegaan, had ze het eigenlijk al beëindigd. Zonder woorden. Zonder daden. Slechts met gevoel. Dat ze het op dat moment niet door had? Tja, dat was de nodige drama. Bijna als een tweede ziel in haar hart, die dit allemaal bekokstoofd had. Om met een bak popcorn en een grote beker fris, waar ze zoete dranken die in haar neus prikte uit slurpte, het spel te aanschouwen. Als een film. Door de ogen van Kriss. Die tweede ziel was nu doodstil. Ze durfde niet meer. Ze wist dat dit anders was. Dieper. Gevaarlijker. Daar durfde ze zich niet aan te branden en liet Kriss in de steek. Die mocht het zelf op gaan lossen. Want zo was de ziel. De wispelturigheid zat diep bij haar geworteld. En voor het eerst mocht Kriss met haar eigen gevoelens dealen. Dingen die ze nooit alleen heeft hoeven doen. Er was altijd een andere in haar hoofd, die daar voor had gezorgd. En nu die niks van zich liet horen was ze verward. Want ze wist het nu wel degelijk zeker. Ze voelde iets voor de man, die nu zo dreigend voor haar stond. Zijn glinsterende ogen, die zich niet van haar blik afwende. Evenmin als zij. Het was gemeen. Precies nu het echt werd, werd het meteen oneerlijk. Want die gevoelens, wist ze, zouden groeien. Kriss heeft nooit geleerd die dingen te onderdrukken. En als ze dan uitgegroeid waren tot een prachtig iets, zou het nooit de voeding en liefde krijgen die het verdiende. Want het zou niet wederzijds zijn. Het zou zelfs verboden zijn. Leraar-leerling relaties. Oh, wat was het gemeen. Ze was meerderjarig. Ze was voor het eerst echt verliefd.  Wat ze eens dacht te voelen, voelde ze nu daadwerkelijk. Het voelde verwarrend, vreemd en ze leek er niet aan te kunnen ontsnappen. Het verdween niet. Het vlamde, fluisterde zo snel door haar ziel. Ze kon het niet verklaren. Het was opeens daar. En het wilde niet meer verdwijnen. Het liet de grond onder haar voeten beven. Het maakte haar bang. Want het was onbekend. Het was nieuw. Maar het voelde ook oh zo goed. Het voelde zo angstaanjagend vredig en heerlijk zoet tegelijkertijd. Alles in haar schreeuwde ja. Ja, het kan. Het is mogelijk. Het was onzin en tegelijkertijd de waarheid. En de verlangens. Oh, die vreselijke verlangens. Hoe was het mogelijk dat zulke verlangens bestaan?! Ze wilde hem kussen. Zijn hart horen kloppen. En zoveel dingen meer. Ze moest weten dat hij leefde. Dat hij, net als haar, van vlees en bloed was. En niet het oh zo onbereikbare. Die harteloze ziel kwade geest, die hij speelde. Hopelijk speelde. Dit alles ging in één seconde door haar hoofd. Zo vreselijk verwarrend. Ze kon er geen touw aan vast knopen. Haast alsof ze in een diep gat viel. Ze reikte omhoog en hoopte op zijn reddende hand. Die al die gevoelens kapot zou slaan. Ze wilde dit niet. Ze was hier niet klaar voor. Ze moest leven en leren en ontdekken. Mentaal sterker worden. Want hij was zo verschrikkelijk gecompliceerd. Hij had geleefd. Had van iemand gehouden. Echt gehouden. Had emoties gevoeld die zij niet kende. En ze wilde dat hij haar al die dingen zou leren. Nee! Nee! Dat wilde ze niet. Hou op! Hou op! Asjeblieft! Wat heeft hij in godsnaam met haar gedaan! Ze wilde alleen nog maar zijn innige omhelzing, zijn lippen op de hare en zijn ogen, zijn prachtige goudgele kijkers, geroerd door onbeschrijfbare emoties.

Ze voelde zich bijna misselijk worden. Deze gekmakende emotionele achtbaan stond zo in het tegen over gestelde met hoe hij haar bekeek. Alsof ze een stuk vuil was. Een zwerver, een crimineel, die het niet eens waard was om in zijn bijzijn te wezen. Laat staan de kostbare lucht om hen heen te delen. En dat wilde ze zo graag. Alles met hem delen. Wat een vuile klootzak. Waarom verpest hij nou alles. Ze kreeg een gevoel van gemende woede. Ook zij probeerde zich achter een masker te verstoppen. Een veel zwaarder masker dan eerst. Niemand mocht weten wat ze voelde. En hij? Hij al helemaal niet. Ze had hem in zijn beweging zien verstarren. Zich half om zien draaien na haar treiterende maar gespeelde woorden. Woorden om hem op het verkeerde pad te brengen. Het pad van de vervelende studente, die niets liever deed dan haar leraar treiteren. Hem uitlokken. Elke keer weer. Ze wist dat ze gevaarlijk bezig was. Ze bleef de leeuw in zijn hol prikken met een stok. Deze leeuw zou uithalen en haar met al zijn kracht verscheuren om daarna voldaan zijn lippen af te likken. Ze leek onwetend. Precies wat ze wilde lijken. Hij kende haar niet. Hij kende haar ogen niet. Die zal hij ook nooit leren kennen. Anders had hij geweten dat het goed mis zat in haar hart. Enkel door alleen haar pupillen te bestuderen. Want niet elke emotie kon je verstoppen achter een masker. Al was je nog zo overtuigend. Al kon je de beste leugendetector foppen. Je ogen logen nooit. Niet die van Kriss ten minste. Dat kon ze niet. Ze was dan ook niet bang voor de man. Ze vond hem juist geweldig. Vooral op zulke momenten. Die blik was onbetaalbaar. Maar het stak diep. Als een mes tussen je ribben. De haat die erin lag. Wat was ze stom geweest. Ze slikte. Wachtte af. Niet wetend wat hij zou doen.

En daar zou ze ook nooit achter komen. Het werd onderbroken. Een korte klop op de deur en Kriss kon eindelijk haar blik los scheuren. Ze had de deur geopend en een verbaasde vrouw aangestaard. Niet veel ouder dan haar. Ze vroeg naar Master Savador. Kriss had de vraag genegeerd en was bij de twee kleine kinderen neer gehurkt. Dat Savador er gouw van tussen was gegaan wist ze niet. Hij kwam niet naar de deur. Hij sneerde geen pijnlijke opmerking over haar brutaliteit. En Kriss had zich op zijn twee prachtige kinderen gefocust. De studente glipte, achter de jongen aan, het kantoor in toen Kriss de verlegen Asema op tilde. Ze hoorde ergens achter in het kantoor, achter een muur, de gebiedende stem van een vader die zijn zoon waarschuwde. Ze wist ook meteen dat de jongen Elwin heette. Ze zette het meisje, met de ravenzwarte lokken, voorzichtig op de grond. Meteen rende ze op haar au pair af. Kriss keek een seconde vertederd toe hoe het kleine meisje alle aandacht van de jonge studente vroeg. Ze draaide zich terug naar waar Savador was verdwenen. Er stond een deur open. Nieuwsgierig was ze dichterbij geslopen. Savador was one of a kind. Dat was zeker. En dat was ook te zien aan zijn vaderschap. De manier waarop hij het kindje in handen nam was alleen zoals Savador dat zou doen. De man had zo even een momentje met zijn zoon. De routines werden herhaald. Ze zag hoe het ventje, die als twee druppels op zijn vader leek, iets aan hem gaf. Het was een opgerold stuk perkament die Savador, met het kind op schoot, bekeek. Vol walging natuurlijk. Het is dat ze de tekening niet zien kon, al had ze zo een idee hoe het eruit moest zien. Zijn norse vader vroeg wat het moest voorstellen. Elwin legde rustig uit wat het was. Papa samen met mama. Kriss staarde meteen naar het gezicht van Savador. Hoe zou hij hier op reageren? De tekening kwam op de grond terecht, het kind werd met een ruw gebaar, en een mopperregen van zijn vader, van schoot geschoven en de man draaide zich om, om de kamer te verlaten. Kriss had zich al omgedraaid. Was terug naar de andere helft van zijn kroost gelopen en was weer bij haar neer gehurkt. Savador negeerde haar en zijn kleine meid en wende zich als een compleet ander persoon tot de au pair. Charmant, vriendelijk, gul. Kriss negeerde het en vroeg aan het kleine meisje of zij ook een mooie tekening had gemaakt. Het duurde een paar seconde voor ze de moed bij elkaar had geraapt. Maar uiteindelijk stak ook Asema een opgerold stuk perkament naar voren. “Mag ik kijken?” vroeg ze en het meisje knikte, nog altijd met de duim in de mond. Met de nodige voorzichtigheid rolde ze de tekening open. Ook hier was het bekende kleuter gekrabbel op te zien. Vier figuurtjes om wel te verstaan. De één was onnatuurlijk lang en met de lange zwarte strepen langs het gezicht en de gelige ogen vermoede ze dat het Asema’s vader was. Naast de man, elk aan een hand – in dit geval twee stokjes -, herkende ze de twee kinderen. Elwin en Asema. Ze hadden beide een ijsje in de hand, die even groot als hun lijf was. De laatste persoon, een donkerharige vrouw tussen de wit gekrulde wolken, herkende ze niet. “Wie is dat?” Het meisje keek haar even niet begrijpend aan. Alsof Kriss een hele domme vraag had gesteld. Ze moest even denken en zei toen zacht “Mama,”. Kriss knikte begrijpend. “Wat doet mama in de lucht?”
“Ze is een engel,”
Haar blik wende zich snel op naar Savador, die nog steeds met zijn rug naar hen toe gekeerd stond, en direct weer terug naar Asema, die een trieste indruk gaf. “Mis je mama?” Een zachte knik moest genoeg zeggen. Kriss trok haar in een halve omhelzing tegen zich aan en nam haar weer op de arm. Asema pakte de tekening weer vast toen Kriss zich naar haar vader draaide. Nog net hoorde de zachte klik van het slot. Een gevoel van paniek bekroop haar. Waarom sloot hij de deur?!

Ze zag de blik in zijn ogen terwijl ze het donkere meisje aanreikte, - hier is je kostbare bezit terug – met een glimlach. De manier waarop hij het kleine meisje aanpakte stond haar niet aan. Hij was te ruw, alweer. Ook de duim werd kortdaad los getrokken. Een frons van afkeur verscheen op het gladde voorhoofd van Kriss. Een snuif van ongenoegen klonk toen de man het kind neerzette. Het was al een kleine verbetering, zijn zachtaardigheid, maar haar frons bleef. Hij wende zich weer tot haar, duidelijk nog steeds kwaad. Ze bleef onbewegelijk staan. Toonde geen enkele andere emotie. Probeerde al de herrieschoppers aan afleidende gedachtes en hersenspinsels in haar hoofd te verbergen en bleef hem aanstaren met die frons. Onveranderlijk. Ongemerkt hield ze haar adem weer in toen hij op haar af kwam stappen. Opeens zag ze precies wat hij was. Hij was een man, eenzaam door de plotselinge dood van zijn vrouw, achtergelaten met een drukke baan en twee kleine kinderen. Een wereld die altijd iets van hem moest hebben. Zijn tijd, zijn geld, zijn brein, zijn liefde. Ze deed hem sterk aan haar broer denken. Ze zaten in principe in het zelfde schuitje. Alleen achtergelaten, alleenstaande ouder, kleine kinderen en de wereld leek ze uit te spugen. En zij voelde een schuldgevoel. Niet alleen had ze hem zo op de huid gezeten. Geheel zonder reden, zonder bijzondere aanleiding, zonder echte haar. Ze voelde zich schuldig omdat ze niks voor hem kon doen en dat trok ze zich opeens vreselijk aan. Ze wilde hem geen kopzorgen geven. Nu niet meer. Eerder was het meer begonnen als een grapje. Kijken hoe ver ze kon gaan. Hoe vreselijk onvolwassen! Maar zijn razernij begreep ze niet. Hoe kon hij dat denken. Dat zij zijn kinderen iets zou doen. Want zo klonk het. Ze snoof diep in door haar neus. Dat soort fratsen deed Kriss niet. Dat soort dingen zorgde voor slechte ervaringen. Kon angst, woede en haat bij het kind op wekken naar de wereld. Zelfs al op zo’n jonge leeftijd. Het zou Kriss niks verbazen als Savador zelf zo’n jeugd heeft gehad.

Zijn sissende woorden spuugde in haar gezicht. Het voelde vreemd. Hij was zo, zo dichtbij. Nam haar hele gezichtsveld in beslag en eigenlijk wilde ze niks liever, maar de manier waarop en waarom hij het deed was zo gemeen. De frons was iets weggeleden en keek nu iets triester in zijn gezicht. Ze voelde zijn warme vingers op haar kin en ze sloot even haar ogen. Ze moest zich vreselijk beheersen. Maar waartegen wist ze niet. Ze opende haar ogen weer en staarde hem aan. Hij moest het wel zien. Het kon niet anders. Van deze afstand moest alles in haar ogen te zien zijn. Het was al een wonder dat ze dit alles accepteerde. Alleen bij hem bevroor ze zo. Liet ze het toe. Zijn intimiderende gedrag. Als een gorilla, die zijn dominantie duidelijk maakt door wild op zijn borst te slaan. Hij pakte haar gezicht vast en kneep hem bijna fijn in een greep van trillende woede. Er spiegelde irritatie door haar ogen. Haar vader had haar ook altijd zo vast gegrepen, als ze iets had gedaan. Als hij haar de les probeerde te lezen. Als hij kwaad was. Ze haatte het. Dus kneep ze haar kaken strak op elkaar en perste haar lippen dicht. Al snel liet hij los. In haar hals, hevig kloppend van de spanning, dreunde haar slagader onder haar egale huid. Het was duidelijk ernst voor Savador.

En toen was het stil. Ze bleef hem nog een paar seconde aan staren. Ze voelde tranen in haar ogen prikken. Huilen moet ze absoluut niet. oh nee. Dat gebeurde niet zomaar. Maar ze durfde niet te knipperen, zo starend in zijn goudgele ogen. Een vermoeide zucht klonk en haar schouders zakte iets in. Alsof ze had opgegeven. Ze knipperde en slikte iets weg om vervolgens weer haar rug te rechten. Als een zachte bries brak ze de stilte. “Het spijt me,”. Meer zei ze niet. Meer kon ze niet zeggen. Ze keek niet weg, ze bewoog geen spier en bleef even fier staan. Want ze meende het. Het liefst had ze naar hem toe willen lopen en hem omhelst. Hem liefkozend beloofd er altijd voor hem te zijn. Dat zou hem nog eens raar op doen kijken. En afgezien van het feit dat hij daar totaal niet van gediend zou zijn, wist ze niet of ze het kon beloven. Alles was nog veels te onduidelijk in haar hoofd. Een ding wist ze, gelukkig en jammer genoeg, zeker. Geheel uit het niets en om gek van te worden. Maar ze was weldegelijk tot over haar oren verliefd op Savador.  

Ze wende haar blik af. Keek neer op het kleine meisje, dat half verscholen achter de lange man stond. Arm kind. Het was een lieflijk meisje. Ze zou ongetwijfeld veel van haar moeder weg hebben als ze de volwassen leeftijd bereikt had. Kriss kon zich niet voorstellen dat zij zelf ooit iets zou doen tegen deze kinderen. Ondanks zijn strenge en duistere kant had Savador toch twee erg brave kinderen geproduceerd. Waarschijnlijk zelfs daardoor. Het nam dus absoluut niet weg dat Savador behalve een beroemdheid, verschrikkelijke leraar en vreselijk sluw schoolhoofd ook gewoon een hele goede vader was. Hij stond in zijn recht om hen te beschermen. En toch vond Kriss het niet eerlijk. Zij zou echt de laatste zijn die de twee, hell elk kind wat aan zou doen. Haar blik gleed weer terug naar het onheilspellende blik van Savador. "Even voor de duidelijkheid. Ik was, ben en zal nooit van plan zijn uw kinderen iets aan te doen," sprak ze met elke stap die haar dichter naar hem toe brachten. "En mijn naam is niet meisje," ze stond nu vlak voor hem. Bracht haar gezicht zo dicht op het zijne, dat ze zijn warme adem voelde, en fluisterde "Mijn naam is Kriss.. Ben ik duidelijk... meneer,"



[Sorry voor al die drama en onzin XD ik zit in een rare bui  Ik hoop dat j er wat mee kan. Ik zat met zoveel plannen hoe ik zal reageren dat ik het op eeen gegeven moment niet meer wistXD]


Laatst aangepast door Kriss op vr feb 21 2014, 02:54; in totaal 1 keer bewerkt (Reden van aanpassing : Ik was toch niet helemaal tevreden en nu kun je er wat meer mee denk ik?)
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   zo feb 23 2014, 04:50


Als in een reflex schoot zijn hand naar voren om de tekening van zijn dochtertje uit haar kleine handjes te snaaien en half te verfrommelen. Dat alles in een fractie van een seconde. Zijn furieuze goudgele ogen blikten recht in de ziel van zijn mentorleerling tegenover hem, haar zoveel meer toewensend dan alle ellende in de wereld. Hij had het wel gemerkt. Hij was bezig geweest om zijn persoonlijke kindermeid de deur uit te werken, maar hij had wel vlagen van het gesprek gehoord tussen de meid en Asema, zijn smalle pupillen gluiperig naar de hoeken van zijn ogen afdwalend. En verdomme, hij had dit zó willen voorkomen. Was het niet een belofte geweest aan het graf van zijn geliefde, een afspraak met zichzelf? Met alle spijt en berouw had hij met een geklauwde hand op de plek van zijn gepijnigde hart gezworen zijn kinderen dit te besparen, en behalve dat uiteraard ook zichzelf. De wederpartij hoefde niet te weten dat zijn vrouw dood was, zelfs nog niet eens dat hij een dochter en een zoon had - alles om te voorkomen dat ze er de spot mee gingen drijven, zoals ze dat toch zo ontzettend vermakelijk vonden. En misschien, heel misschien, was hij er gewoon angstvallig over om zich zwak op te stellen. Hij was groots, hij was geweldig, het allesoverheersende icoon van roem en macht. Zwakheid paste daar niet bij. Dat kon niet. Dat mocht niet. En dan kwam zij binnen banjeren, bestookte zijn kinderen met datgeen waar ze niet nog eens geconfronteerd mee hoefden te worden na een dag op de kleuterschool met leeftijdsgenootjes die werden opgehaald door een moeder, een levende, en vond het nodig om vragen te stellen over hun dode mama. Nog maar te zwijgen over het feit dat ze zich grandioos met zijn persoonlijke leven bemoeide.
De adem kwam er in woedende, snuivende vlagen uit via zijn neusgaten. Zijn armen, die hij protectief iets gespreid had met zijn kinderen achter zich, trilden licht en zijn handen jeukten aanzienlijk om het prille schedeltje te breken en de hersengelei over de grond te zien spatten. Hij zou het samenknijpen in zijn vuisten als rauwe gehakt, over haar gezicht smeren en haar vervolgens forceren om haar eigen brein naar binnen te werken - mocht ze dan nog in leven zijn. Sommigen gingen al ver en konden het navertellen; maar zij, zij was verder gegaan dan waar een mens ooit een voet had gezet. Ver over zijn acceptabele grens, in een gebied dat hem nog niet eens eigen was en dat ervoor zorgde dat het tal van emoties losmaakte die hij het liefst zo ver mogelijk wegstopte. Waarom? Waarom moest iedereen hem toch altijd tot last zijn? Onnozele intenties hier, onnozele intenties daar. Intussen beschadigden ze hem, zonder dat ze er zelf ook maar weet van hadden.    

Misschien was hij de slang in de tuin van Eden, Satan, die zich achter bereidwillige maskertjes om een boomtak had gedrapeerd, wakend over de verboden vrucht. Maar in plaats van Eva over te halen een hap uit de verboden vrucht te nemen, had hij hem zelf geplukt en met haar gedeeld.
Hij had niets opgegeven. Hij had zijn klauwen in het toen zeventienjarige meisje geslagen, met liefde, zeker, maar hij had zijn greep nooit laten verslappen. Zijn nagels waren alleen maar dieper in haar malse huid gezonken. En Diva, zijn arme Diva: al vanaf het eerste moment - tussen de lichamelijke verpozingen en allerlei andere uitspattingen van geheime, verboden liefde door - had ze een pact met hem gesloten. Haar oude vader had dood gemoeten: ze was erin mee gegaan, vrijwillig, en ze hadden het lijk hand in hand uit laten branden. Nooit iemand achter gekomen.
Het kristal van haar familievloek dat haar langzaam maar zeker verzwolg, zodat ze uiterlijk op haar dertigste zou sterven, moest worden opgeheven: ze hadden een oplossing gevonden, ten kosten van het leven van anderen. Niemand die iets had gezien.
En toen waren ze vrij en had hij haar helemaal de zijne gemaakt, iets teveel de zijne, alsof ze een object was dat hij simpelweg kon beheren. Een wilde merrie kon je niet temmen, maar een leeuw al evenmin.
Ze had alles voor hem opgegeven en hij had haar op het puntje van een klif en, uiteindelijk, de dood ingejaagd. Kapot gesneden als een slachtvarken op één van haar missies bij de Suasama. Niet door zijn toedoen, maar hij wilde er sterk in geloven dat ze zich ook niet met volle kracht had verzet toen het gebeurde. Hij had haar op indirecte wijze gedood. Haar leven was op dat moment als een broos twijgje geweest, hij was verblind geweest door zijn eigen verlangens, had het afgepakt en gebroken. Zelfs nu nog, bijna twee jaar later, kampte hij met iets afgrijselijks waar niemand ooit een spoor van op zijn gelaat aan kon treffen. Toch deed hij zijn best, maar die nachtmerries kon hij nooit ontkomen.

Alle leven trok op zulke ogenblikken uit hem weg en de omgeving week terug tot hij in niets meer dan een rood fluïdum zweefde. Hij had zich op een verafgelegen, rode, zwevende plek bevonden en schreeuwde. Het was het moment dat hij had begrepen dat het de dood moest zijn. De ellendigheid die erna kwam als je je bestaan in talloze zonden had geleefd. En het was ellendig, meer dan dat. Het was gekmakend en hij werd verslonden door zijn eigen angsten als hij overdag en klaarwakker aan die vreselijke plek dacht.
Hij hoorde vage gesprekken, vaag gelach, alsof het door een muur kwam. Toen hij zich bewust werd van andere lichamen die net zo zweefden als het zijne, honderden, duizenden lichamen - naakt en gestript van alle hoop - die in die helrode gruwel rondtolden alsof ze aan boomtakken hingen, hoorde hij luid in handen klappen. Driemaal. Driemaal werd er heel cynisch met ruime tussenpozen in handen geklapt, geschaterd en uitgelachen. Het gonsde er van wanhoop. Het was het geluid van de dood en het had geen enkele waardigheid. Het was het slot van een povere voorstelling. Hij bevond zich al tijdenlang in het laatste stadium van de transformatie die begonnen was toen hij tot besef was gekomen dat hij weer een einzelgänger was, en hij voelde de vrijheid die Diva's vrijheid was in hem binnendringen en door hem heen stromen. De realiteit was niet iets dat op zichzelf stond, de realiteit stiet als een vuist door wat reëel leek. Het was die wetenschap die altijd op haar gezicht tot uitdrukking was gekomen. De realiteit is niet meer dan een rangschikking van atomen, door spanning bijeengehouden, een laagje vernis. Meteen had hij begrepen dat hij zijn Diva nooit terug zou kunnen vinden in dat verschrikkelijke lege niets, en die gedachte was zo afschuwelijk, zo akelig, dat het genoeg was om de voorkeur te geven aan een strop, een balk en een stoel.  

En zij, simpele meid, simpele snotter op tienerleeftijd, brutaal aandachtzoekend nest dat na het sporten nog even hem een steek in het hart kwam geven, dingen die hij heel de dag al moest verdragen: zij kon dat niet begrijpen. Ze kon zich met geen mogelijkheid meten met iemand als hij, en het walgde hem dat ze het kennelijk wel probeerde. Ach, grenzen uittesten. Hoe ver zou ik, als fantastisch levensgenietende jonge puber, kunnen gaan bij iemand als Savador? Ik gok mijlenver! Laten we het meteen uittesten zodat ik mijn vriendinnen morgen ook iets interessants te vertellen heb, en dan kunnen we lachen, lachen, lachen tot we erbij neervallen, en dan voel ik weer een beetje meer eigenwaarde na het doorgronden van dat smoezelige onbekende slijkwater van hem, ieder ander doet het dagelijks, dus ach, weet je, ik dacht; laat ik het ook eens proberen! En ik triomfeerde, ja!
Hij had haar een waarschuwing gegeven, nietwaar? Een duidelijke, naar zijn zin nog veel te zachtaardige waarschuwing. Zijn vingers hadden zich krampachtig om haar gezichtje geknepen en hij had haar nog net niet door elkaar geschud, want ook hij moest zich vreselijk beheersen.
Hij had al teveel slachtoffers in korte tijd op deze school gemaakt, en hij wilde niet nog eens de aandacht van de overheid trekken en met een goed, jammerlijk woordje komen over de dood van een aantal van zijn leerlingen. Niet nu hij de schoft van een Lie Laufeyson pas geleden nog het leven had ontnomen.
De gele felheid die in zijn blik opvlamde bij de volgende golf van razernij kon bijna pijn doen aan iemands ogen. Hij beet zijn tanden strak op elkaar. Een simpele verontschuldiging. Drie loze, betekenisloze woorden die hem absoluut niets deden. Het was alles wat hij kreeg en alles waar hij het mee moest doen na alles waarmee ze hem had bestookt op het moment dat ze met haar vuile sneakers voet zette in zijn kantoor. Het maakte hem mogelijk nog veel ziedender dan hij al was, en bij Medusa, als het al niet was omdat zijn kinderen nog in dezelfde ruimte waren had hij al zijn manieren opzij gegooid en haar over zijn bureau gesmakt, haar tong afgesneden en haar in haar bloed laten stikken.

Ze straalde de moed uit waar ze later ongetwijfeld mee te koop zou lopen, want ze sprak hem op de vingers tikkend aan en waagde zich nota bene dichterbij: 'Even voor de duidelijkheid. Ik was, ben en zal nooit van plan zijn uw kinderen iets aan te doen -
'Blijf staan waar je staat!' siste hij hees. In zijn woede herkende hij zijn eigen stem niet meer terug, hoorde hij ook nauwelijks wat ze hem te zeggen had. Alles wat nu nog van belang was, was hij, zijn razernij, het verlangen naar rust en een zorgeloze avond voor zijn kinderen.
'En mijn naam is niet meisje - '
'Ik zei -,' herhaalde hij halverwege haar zin. 'Blijf staan waar je staat!'
- 'Ben ik duidelijk... meneer?'
Wat er toen gebeurde, verliep zo snel dat hij het zelf nog amper bij kon houden. Het was alsof er iets binnenin hem knapte en een zwarte waas over zijn ogen trok, als een sluier die over zijn gezicht viel.
Zijn woede werd uit hem gerukt en de hele wereld zag rood. In een impuls snauwde hij zijn kinderen over zijn schouder toe dat ze 'hier moesten blijven' en dat 'papa iets af moet handelen', en wat hij daarna deed ging voor hem verloren in zijn eigen emoties. Hij had het meisje voor hem bij haar schouders beetgepakt en meegesleurd en de deur met een luide klap achter hem dichtgesmeten, gevolgd door een hoop gehijg en gekraak en geplof toen hij haar hardhandig op zijn loungebed gooide. Het was als een beest dat vervolgens over haar heen klom en haar tegen het matras forceerde, voor er ook maar kans op ontsnapping mogelijk was. Daar werd nog eens een driedubbele streep onder gezet toen het blikkerend lemmet van een Arabische dolk die hij als uit het niets opeens tevoorschijn zwaaide zich vlak naast haar oor in het matras spietste en een paar rode lokken afsneed. Hijgend zat hij over haar heen gebogen, zijn adem die haar haar uit haar gezicht blies en zijn woede die intussen langzaam maar zeker vervloog, plaatsmakend voor nog iets veel zwaarders dan dat. Ze had hem getard en ze had hem teveel getard.
Nu moest ze de consequenties ervan onderzien.
De vuist die zich om het krommende heft van zijn dolk gebald had trilde. Een fractie van een seconde, en niet meer dan dat, was ze getuige van de pijn die hij diep in zijn ziel verborgen hield voor hij zijn ogen sloot en met een bevende zucht zijn hoofd in zijn nek legde. 'Verdwijn,' klonk zijn stem veel zwakker dan hij gewild had op het moment dat hij zijn kin weer liet zakken. Maar veel sneller dan hij zich er bewust van was kwam de woede daar weer bovendrijven in een schreeuw in haar gezicht. 'Vórt! Maak dat je wegkomt!' Voor ook hij te ver zou gaan en de autoriteit hem schuldig bevond als gevolg van de aanwijzingen in alle troep die het zou geven.

- Tuurlijk kan ik er iets mee ~

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Kriss
-
-
avatar

PROFILENovice
Real Name : Maardbei
Posts : 924
Points : 30
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Vuurmagie/Luchtmagie
Klas: -
Partner: Your body's poetry, speak to me, Won't you let me be your rhythm tonight? Move your body, move your body, I wanna be your muse, do your music, And let me be your rhythm tonight, Move your body

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   ma feb 24 2014, 22:54


Kriss was iemand die van zich af beet. Zo was ze niet altijd geweest. Als klein meisje was ze altijd erg verlegen en introvert geweest. En ineens was dat omgekeerd. Ze kletste er op los. Maakte veel vrienden, treiterde niemand en als iemand het durfde om haar of haar vrienden te pesten? Nou… Laten we zeggen, dat die pestkoppen dan gouw hun gedachte veranderde. Nee Kriss liet niet zomaar over zich heen lopen. Daar moest dan wel een hele goede reden voor zijn. Ze had gewoon op een dag besloten om zich niet te laten kleineren, te laten bedreigen of mishandelen. Veel vrouwen zeggen dat, maar als eenmaal puntje bij paaltje komt waren ze opeens het brave huisvrouwtje die de klappen van hun echtgenote dulden dat precies deed wat hij zei. Steeds banger voor wat hij wel niet zou doen. Kriss niet. Zo was haar moeder altijd geweest. Gehoorzaam en zwak. De vrouw kon er niks aan doen, maar Kriss wilde dat niet. Dat leven was geen leven. Dat was hel. Het ergste nog omdat je van die persoon hoorde te houden. Omdat je dat ooit had gedaan. En die persoon zou ook van jouw moeten houden. Zoiets zou haar hart breken. Dat zou haar echt helemaal kapot maken. Nee dan liever nog vluchten. De man een flinke klap op zijn schelen geven met een koekenpan en weg wezen! Een nieuw leven beginnen met de kinderen op een veilige plek. Kriss wilde dat leven niet. Nooit! En niemand, maar dan ook echt niemand zou er ooit ongestraft vanaf komen.

En ze was zo vreselijk naïef. Zo onbezorgd. Ze dacht niet na over de gevolgen. Ze volgde haar instinct. En zat vervolgens op de blaren. Huisarrest, na blijven, ruzies, geweld, straf, straf, straf. Want ookal stond ze nog zo in haar recht, ookal had ze nog zo gelijk dat mensen haar zo niet mochten behandelen. Zij was de dader. Want zij had geslagen. Zij had geschopt en gedreigd. En niemand luisterde ooit als ze zei dat hij begonnen was. Dat hij begonnen was met treiteren en scheleden. Dan zeiden ze “Woorden doen geen zeer, slaan wel,” Wat dat betreft was Kriss vroeger net een wild beest. Met de schrammen en wonden van haar gevecht en die wilde blik en scherpe blinkende tandjes. Happend naar de vingers die door de tralies wezen. Uit eindelijk was ze dat ontgroeid, maar dat naïeve was gebleven. Samen met haar weerwoord. Brutaal. Bijdehand. En als het heel ver ging zelfs agressief. Dan zei en deed ze nog wel eens dingen die niet door de bocht konden. Want ze was altijd sterker, slimmer, groter en kwader dan de ander. Zij moest de overhand hebben. Werd die van haar af gepakt dan probeerde ze die met al het geweld terug te krijgen. Angst mocht niemand zien. Niet van haar. Dan was ze opeens zwak. Dan kon je opeens dingen bij haar maken. Dingen die ook met haar moeder gebeurd is. Dingen die ze niet meer tegen kon houden. Uit liefde en verdriet. En dan zou er niks overblijven dan een klein zielig vogeltje. Het ontbijt van een kat die er verveeld mee speelde. Vol wonden en levenloos. Geen kracht meer om te vechten. Wachtend op de dood, die dan vaak erg lang duurde. Op den duur wist ze zich wel aan te passen aan mensen, zoals haar vader. Wist ze wat ze wel en niet moest zeggen om zulke scènes te voorkomen. Want het was niet leuk. De gevolgen waren vaak erg vervelend en pijnlijk. Maar daar zat een proces achter. Dat duurde lang. En daar wilde ze eigenlijk niet op wachten. Dan kapte ze mensen toch liever meteen af met de boodschap dat ze zulke dingen niet bij haar moesten flikken. En dan maar hopen dat de gevolgen toch mee zouden vallen.

Maar die naïefiteit had haar weer in de problemen gebracht. Alles was totaal anders verlopen dan ze gedacht had. Ze had bevindingen gedaan die ze eigenlijk niet weten wilde. Die haar gek maakte en waar ze, wat ze wist, niet snel vanaf zou komen. Ze had de torn van deze gevaarlijke man, door roem en rijkdom, door kracht en macht, over zich geroepen. Ze wist niets van hem. Niet echt. Ze wist wat andere ook wisten. Maar niemand wist wat er diep in zijn ziel speelde. Net zo min als niemand dat van haar wist. Ze had herhaaldelijk weerwoord gegeven. En al zag ze het eerst als grap kreeg ze steeds meer het gevoel dat het gevaarlijk werd. En toch stopte ze niet. Waarom niet? Wat wilde ze toch bereiken? Ergens wist ze dat het door Savador kwam. Ze bedoelde er helemaal geen echt kwaad mee. Hoe kon zij weten dat het zo tergend pijnlijk en gemeen over kwam bij Savador? Ze kende zijn leven niet. Ze kende zijn lijden en ellende niet. En dat leven zou ze ook nooit hebben. Want ze was zo anders dan hij. Ook in veel opzichten hetzelfde, maar toch oh zo anders. Ze kon haar emoties niet meten met de zijne. Ze kon haar ervaring niet meten met de zijne. Ze had nog niet lang genoeg geleefd. Ze had die ervaringen nog niet gehad. Ze bleef dat naïeve tienermeisje. Met haar eigen kleine onbelangrijke problemen. Die ze belangrijk genoeg vond om van weg te vluchten in een inmiddels gevaarlijk geworden actie bij die Shadraanse duivel. Maar wat volgde had ze nooit verwacht. De uitdrukkingen op zijn gezicht vond ze machtig mooi. Het bezorgde haar kippenvel op de verkeerde manier. Want ze werd ook nog eens aangetrokken door hem. Op een zorgwekkende manier. Ze viel op dingen waar ze eigenlijk niet voor vallen mocht. Maar zijn gezicht leek ergens, aan het einde van haar zin, drastisch te veranderen. Iets waar ze echt bang van werd. Voor een moment was ze echt bang van hem. Begreep ze opeens al het geroddel, de haat en de angst van de buitenwereld. Van haar leeftijdsgenoten. Hij had haar vast gegrepen, haar meegesleurd naar de andere kamer, de deur dicht gesmeten en had haar half besprongen toen hij haar op zijn bed gooide. Dit alles had ze met een gezicht vol angst gedaan. Voor een moment dacht ze dat hij haar zou aanranden. Dacht ze ergens in zijn ogen opwinding te zien flikkeren. Ze voelde zich machteloos. Ze was ook machteloos en staarde hem angstig in de ogen. Haar angst vergrootte zich bij het zien van het mes. Ze gaf een hoge gil. Het mes vond zijn weg naar beneden en lande vlak naast haar gezicht. Ze hoorde het lemmet snijden door haar haar en het dikke matras. Vanuit haar ooghoeken en met het angst zweet op haar voorhoofd staarde ze naar het mes, waar zijn vuist nog omheen geklemd zat. Ze draaide haar ogen weer op hem en keek de briesende withete man bijna smekend aan. Haar beide handen in het matras geklauwd. Ze voelde zijn gewicht op hem. Haar hart in haar keel. Zijn hete adem. Zijn vlammende ogen. Ze voelde zich dat verlegen bange meisje. Iemand die ze lang geleden had gekend. Nu voelde het onnatuurlijk. Alsof ze in het verkeerde lichaam zat. Of andersom. Het verkeerde brein. De verkeerde denkwijze. Iets in haar draaide zich om. Net als toen. Haar uitdrukking veranderde niet maar van binnen leek ze weer grip op de situatie te krijgen. Ze kon weer helder denken. Nu pas merkte ze dat hij haar nog nooit zo open had aangekeken. Was dit de werkelijke Savador? Al die woede? En nog dieper al dat verdriet? Het was teveel voor haar. Te zwaar en donker. Dus keek ze weg. Bang voor wat ze zag. Wat ze in zijn ogen kon zien. Al was het maar voor even. “Verdwijn,” hoorde ze hem, haast verslagen, zeggen en draaide haar gezicht terug omhoog. Die pijn. Ze wilde het helen. Weg nemen en iets veel mooiers terug geven. Iets levends en vrij. Iets goeds. Dat kon ze. Dat zou haar lukken. Als hij alleen maar toe zou geven. Toegeven aan iets waar ze nog maar net achter was gekomen. Hij had iemand nodig en dat kon ze nu zien. En zij wilde die iemand zijn. Zij wilde degene zijn die hij nodig had. Er welde een kracht in haar op. Een kracht die uitstraalde in haar blik. Eentje die liet zien wat ze voor hem kon betekenen. Wat hij voor haar betekende. Het gaf haar ogen een vreemde gloed. Die kracht was puur en kon alles aan. Zelfs deze man en de diepe kerkers van zijn ziel, vol geheimen en gevangenen.

De woede was in eens weer gekomen waardoor hij recht in haar gezicht schreeuwde. Ze schrok er van. Maar dit keer bleef de angst weg. Dit keer kwam dat wilde beest weer omhoog. Dat kind dat letterlijk van zich afbeet. In een reflex haalde ze uit. Haar vlakke hand kletste tegen zijn wang. Gevolgd door een krachtig knietje tussen zijn benen. Ze duwde hem van zich af, graaide naar het mes en greep hem bij zijn kraag. Ze boog nu over hem heen. Nu had zei de macht, met het mes tegen zijn adamsappel. “Doe dat nooit meer,” haar stem klonk laag en onheilspellend zacht, terwijl haar ogen, wagenwijd open, woede schreeuwde. Net zo vlammend als bij hem. Toen, zonder waarschuwing drukte ze haar lippen op zijn mond in een wanhopig en smachtend gebaar. Ze had zich niet meer kunnen beheersen en verbaasde zich zelf even erg. Toen ze hem dan ook los liet keek ze hem een tel verward aan, maar dat veranderde snel weer in een vastberaden boze uitdrukking. Met een korte haal sneed ze langs zijn sik, een paar haren weg snijdend die ze voor hem op de grond liet dwarrelen. Toen stond ze op, gooide het mes, met een hoop gekletter, in de hoek en liep weg, de deur achter haar dicht slaand. Ze zwaaide enkel naar de twee kinderen, die haar vreemd aankeken, voor ze door liep naar de deur. Na een poging merkte ze dat hij nog op slot zat.. en de sleutel was weg! Zat ze nou serieus opgesloten?! Een tel keek ze verwilderd om haar heen toen ze tot haar opluchting de sleutel op de grond zag liggen. Terwijl ze hem opende keek ze nog vluchtig achterom, voor ze de deur, met een zachte klik van het slot, dicht liet vallen. Buiten op de gang drukte ze haar rug tegen de koude stenen muur. De adrenaline pompte door haar lichaam. Ze was te ver gegaan. Nu helemaal. Hoe ging ze dit overleven! En waarom had ze hem gekust! Was ze helemaal gek geworden! Een geluid achter de deur naast haar liet haar opschrikken. Ze maakte zich vlug uit de voeten door de gang, terug naar haar etage, voor een warme douche en een zacht bed. Ze wist dat de volgende keer, als ze Master Savador zou zien, ze zou doen alsof haar neus bloede. Doen alsof er niks gebeurt was. Hopelijk zou dat werken. Maar ergens hoopte ze toch nog dat ze de nacht zou halen..


[ooooooooooooooooh Kriss!!!!! o.O Stout! Hoofdmeester in zijn kruis kicken, dat mag niet! XD Ik weet niet of je nog gaat reagere op dit topic (ik hoop het wel want ik ben toch wel benieuwd naar Safkes reactie XD) Wil je al meteen een nieuw topic starten of eerst even wachten? Je kunt me natuurlijk ook even PM’en]
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Master Savador
 
 
avatar

PROFILEAscendant
Real Name : Saf
Posts : 14625
Points : 0
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Dark // Fire
Klas: Teacher FireMagic
Partner: ♛ Seven Devils all around you

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   ma maa 10 2014, 07:09


Als hij van het begin af aan al had geweten dat haar ongewilde bezoek zoveel mate aan wrok opzweepte, had hij haar veel eerder laten weten dat het menens was. Dat hij moeiteloos handhaafde - of dat dat tenminste de bedoeling was - en hij geen tegenwerking duldde, van niemand niet. Het lot had veel voor een menselijk individu in petto en die verrassingen moest men ondergaan, anders leerde je niets van en over het leven. En het leven had hem al veel waardige educatie verschaft. Zijn moeder, die zelfs na haar dood achter hem stond in een summiere voorstelling zoals hij haar herinnerde wanneer hij met de handen in het haar voor een spiegel zat, een hand tegen zijn wang legde en hem met een zuinige damesglimlach toesprak terwijl ze zijn spiegelbeeld een liefderijke blik toewierp. Maar de woorden van de beeldschone zwartharige in haar bloedrode jurk met zandloperstaille waren strikt. Voldaan over het leven dat hij had opgebouwd, dat wel: maar afkeurend over het feit op welke manier hij dat leven nu leidde. En zo vergreep iedere vrouw in zijn leven zich aan prospecten, zwaarwegende verwachtingen die hij waar moest maken. Misschien was die toorn slechts een fundamentele onderlaag voor zijn gedrag nu. Een onderliggende reden om het op dit ergerlijke kind onder hem af te reageren omdat ze hem toch al lastig viel.

Of het nu een excuus was of niet, eigenlijk kon het hem niets schelen. Alles wat hij deed, deed hij met een reden. Vaak één die niemand anders dan hijzelf hoefde te weten, maar voor deze handeling hoefde je niet eens in zijn gedrag of achter het kolkende goud in zijn toornige ogen te zoeken voor een geldige oorzaak, want het moest al overduidelijk op zichzelf zijn. Ze wás door blijven gaan en ze hád hem kwaad gemaakt, en nadat hij haar op zijn bed had gesmeten en ze nu onder hem lag, haar schouders stevig omklemd door zijn klauwende handen, staarde hij in haar robijnrode ogen met spikkels als nabrandende asdeeltjes en zag dezelfde dingen die hij in de typische blik van vrouwen kon zien. Verontwaardiging. Angst. Onwetendheid. Ontsteltenis. Drift. Vooral drift.
Bij Medusa, het maakte hem woest, en bij Medusa, het kon zijn laatste beetje gezonde geestelijke verstand uiteen scheuren en hem in een eindeloze put van waanzin gooien. Hem wel uitdagen, aanzetten tot iets onooglijks - en hem naderhand laten zondigen voor de fout die hij had begaan. Hem tot withete furiositeit aanzetten en er later niet de consequenties van willen ondergaan als het aan het licht kwam dat ze iets te ver waren gegaan. Het werd hem weer geflikt, ditmaal door een nog onvolwassen snotmeid. God, het was niet de eerste keer. Er zal ook nooit een laatste keer komen, wist hij.

Onverdorven meisjes zoals zij stonden vroeger schaars gekleed en sjofel op de hoeken van de straten, en dan was het zijn zaterdagse bezigheid om ze als jongeman van vijfentwintig over het ene na het andere hotelbed te gooien, zijn nette colbert draperend over een stoelleuning en zich over hen heen buigend in het knipperende licht van een neonreclame die door het raam de donkere kamer binnenviel. Woede werd omgezet in lust en andersom. Hoeveel hij er totaal op een kleine muffe hotelkamer had gekregen wist hij niet precies, maar het waren er veel geweest. Stuk voor stuk hadden ze bijgedragen voor zijn beproeving van de geest, als een obsessie en, behalve dat, ook één van de weinige manieren om zijn wrok jegens de wereld kwijt te kunnen, die zijn intelligente theorieën niet kon begrijpen. En de eenzaamheid, die toen al een belangrijke maar ongewenste rol in zijn leven speelde, diep weggestopt onder zijn hardvochtigheid. De aanwezigheid van die zwakte alleen al kon ervoor zorgen dat er des te meer razernij in zijn binnenste losweekte, als in een vanzelfsprekend proces weer omschakelend naar meer sensuele emoties. Zoals gewoonlijk weer weerspiegelend in de grote ogen die dan naar hem opkeken alsof hij ieders lot in handen had en dit kon verpulveren zodra hij zijn vuist dichtkneep. Angst, pijn en zoveel andere overweldigende expressies die hem lieten sidderen van genot. Het mocht niet, was ongehoord en niet juist - maar het zorgde voor de nodige opwinding.

Zijn ogen hadden zich gesloten, een angstige kreet bereikte zijn oren, de siddering toonde zich aan de buitenwereld door zich via zijn mond in een beverige zucht te bevrijden. De hand, stevig om het heft van de dolk geklemd, trilde. Eerlijk was het nooit of te nimmer ooit geweest, maar dit mocht hij niet doorzetten. Deed hij dat wel, dan was hij zich er niet zeker van of dit meisje zijn vertrek vanavond nog levend verliet. Nochtans had ze zijn woede zó erg opgerakeld zoals dat in geen maanden meer gebeurd was, en er trokken zich onzichtbare muren op die zijn heldere inzicht smoezelig maakten. Controle was op het huidige moment ver weg, onvindbaar misschien, en daar was hij maar al te goed van op de hoogte. Ze moest het voelen, zijn verbolgenheid. Het moest haar geest penetreren en iedere kleine millimeter van haar ziel doordrenken met zijn zwarte gif. Hoe duidelijker kon hij in godsnaam nog wezen?
Maar terwijl hij in haar gezicht schreeuwde werd ook hij zich bewust van de plotselinge verandering die zich achter haar ogen voordeed. Hij kwam er alleen te laat achter. Een luide pets weerklonk door de kamer, een allesverbrekend geluid om hem terug in het hier en nu te smijten, als een vingerknip van de realiteit. Zijn hoofd vloog opzij en zijn zwarte lokken bewogen mee. Toen hij zijn griezelig kalme gezicht met ziedende verontwaardiging laaiend in zijn ogen langzaam weer naar haar terugdraaide, was zijn haar door de impact van haar kletsende hand uit model geschud. Een paar verdwaalde lokken hingen over zijn voorhoofd, als een verwilderde pony. Een plek huid vlak onder zijn jukbeen gloeide. 'Hoe durf je?!' Zijn stem trilde al net zo erg als de geprikkelde zenuwen onder zijn huid. Wrevel rees op en hij stond al in de startblokken om zijn handen om haar ranke hals te leggen en haar keel dicht te knijpen. In plaats van hem die kans te gunnen werd hem erna een tweede genadeklap gegeven, recht in verboden gebied.
Meteen klapte hij met een kreet dubbel en snakte hij met een van pijn betrokken gezicht kermend naar adem. Zijn handen grepen en vormden een kom over de pijnlijke plek terwijl hij zijn bovenlichaam met dichtgeknepen ogen en opgetrokken lippen in het matras liet vallen. 'Fff-' Hij kronkelde en sputterde, en er klonk een langgerekt gesteun tussen zijn tanden door die hij in het dikke dons van zijn lakens gebeten had om de pijn enigszins te onderdrukken. 'For god's sake!' klonk het ergens tussen de lakens vandaan, nadat hij zich in een staat van verdoving op zijn rug had gedraaid. 'Godver.. domme -' Zijn tergelijke gekreun dat hij nog probeerde te smoren kwam als hees gepiep uit zijn keel, als een afgeslagen hond. De warrige lokken haar drapeerden zich over het kussen en hij lag erbij alsof hij ieder moment in huilen uit kon barsten. Hem mishandelen, bij Medusa! Haar vuile hand in zijn gezicht planten en haar knie laten uitschieten. Iemand op die plek raken stond voor een man gelijk als een vrouw die een bevalling onderging, en dat was geen overdrijven. Het brutale nest! Hij zou haar en haar losse handen -
Iets sloot zich abrupt om zijn keel en kapte zijn sadistische gedachtegang af, waardoor hij verschrikt zijn eigen speeksel ophoestte. Nog verlamd van de pijn voelde hij hoe hij een stuk omhoog getrokken werd, alsof hij aan een kleerhanger werd opgehangen. De toenemende druk om zijn strottenhoofd werd niet zozeer door zijn kraag veroorzaakt, die in de greep van het plots furieuze meisje werd strakgetrokken, maar door zijn eigen dolk waarvan het lemmet tegen zijn keel drukte. Hij struikelde en verslikte zich bijna over zijn eigen ademhaling in zijn verloren greep, maar wist zich koest te houden. Zijn verdediging was zo verschrikkelijk open geweest. Wat had hij eigenlijk ook kunnen doen? De feeks had hem volop in zijn beurs getrapt en direct haar kans gegrepen en nu was hij het die in een web werd gewikkeld.
De hijgende ademhaling werd een enkele keer onderbroken door een zacht kuchje nu hij onderuitgezakt in haar greep zat, zijn armen slap naast zich. Hij grauwde als reactie op haar woorden, niet van plan zich zomaar gewonnen te geven. Woorden mochten dan wel tekort komen op het moment - een uiting van ongenoegen moest meer dan genoeg zijn. Maar toen de rebelse roodharige opeens snakkend haar nog vlammende lippen op de zijne drukte, verstijfde hij. Hij bevroor en bleef met stomheid geslagen liggen, zijn buik op het matras, zijn handen nog om zijn gevoeligere delen geslagen en nahijgend van alle overrompelende ophef van de laatste seconden. En zo bleef hij ook liggen. Minutenlang. Zelfs toen ze allang de deur achter zich had dichtgetrokken en hij de bonzende pijn in zijn onderlichaam langzaam weg voelde trekken. Zijn ene wang lag tegen het kussen waardoor zijn gehavende sik rommelig de witte stoffen overtrok, zijn gezicht nog betrokken alsof hij de pijn leed die hij zojuist had geleden. Van possibiliteit geen sprake: hij kon er geen vinger op leggen wat het te betekenen had. Hij kon er helemaal geen touw aan vastknopen wat hij ermee aan moest. Hij betrapte zichzelf erop dat zijn benen te slap aanvoelden en zijn longen nog harder pulseerden dan nodig was om dat kind, de feeks, het verwaande nest, woedend achterna te lopen en antwoorden te achterhalen. Hij zou het verdomme hebben gedaan als het hem werd toegestaan en zoveel meer dan dat. Maar ze had ook disorde in zijn onrustige geest veroorzaakt, totale chaos. Daar was hij niet tegen opgewassen. En dus bleef hij roerloos liggen, langzaam maar zeker verdwalend in de opschudding van zijn denken. Verwarring was immers één van de weinige onminzaamheden die hij met geen mogelijkheid ooit tot zijn slaaf wilde maken.

There you go, dearie ~

_________________



Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://staracademyrpg.deviantart.com/
Gesponsorde inhoud



PROFILE
MAGICIAN

BerichtOnderwerp: Re: -Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=   

Terug naar boven Go down
 

-Women! What is it about them? Can't live with them or without them!- =open=

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Starshine Academy ::  :: Headmaster's Office-