PortalIndexKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen



 

Deel | 
 

 кαтαуαмα мιzυкι ∂єcσ

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Kaori
-
-
avatar

PROFILEReal Name : Romy
Posts : 124
MAGICIAN
✦ CHARACTER ✦
Magic: Earth x Water
Klas:
Partner: I wasn't in this world for long, before parts of my body escaped me, Leaving me incomplete... as I was when I met you

BerichtOnderwerp: кαтαуαмα мιzυкι ∂єcσ   zo sep 23 2012, 17:39


Eerste Naam: Deco
Tweede naam: Mizuki
Achternaam: Katayama
Leeftijd: 16 jaar
Geaardheid: Hetero
Geslacht: Vrouwelijk
Afkomst: Erd
Leerjaar: 5e

_____________________________________________
Haarkleur: Zwart.
Haarstijl: Stijl en redelijk kort, de voorplukken zijn langer dan de achterkant
Oogkleur: Paars
Lente: 1.55, wordt waarschijnlijk niet veel langer meer.
Gewicht: 30 kilo
Lichaamsbouw: Ze is klein en slank, maar ook weer niet zo klein dat ze eruit ziet als een kleuter.
Kledingstijl: Deco is een beetje een tomboy. Ze draagt vaak normale kleding, maar meestal geen rokjes. Haar kleding zit altijd een beetje slordig en niet helemaal als het zou moeten.
Littekens: Ze heeft een litteken in haar nek, vaak verborgen door haar haar en ééntje onder haar oksel. Beide veroorzaakt doordat ze haarzelf probeerde te snijden. Best wel rare plekken eigenlijk.
Tattoo's: -

_____________________________________________
Moeder: Een zeer lieve vrouw die altijd het beste voor had met iedereen. Ze was onwijs sportief en koppig, leek in zekere zinnen veel op haar dochter. Altijd vrolijk en tot op het laatst liet ze niet merken dat ze iets markeerdere. De vrouw had Aids.
Vader: Een nogal botte man. Hij kan vaak niet goed uit zijn woorden komen en wordt snel boos. Desalniettemin geeft hij wel om zijn kinderen en vrouw. Hij droeg het Hiv virus al lange tijd bij zich en is de oorzaak dat zijn dochter, vrouw en zoon ook Hiv/Aids kregen.
Jonger broertje: Heel veel weet Deco niet over hem. Het is een klein, jong jongetje met zwart haar en felblauwe ogen. Hij lijkt best veel op Deco, ook qua karakter. Waarschijnlijk zal hij zijn moeder erg missen. Hij heeft geen Hiv, maar Aids.
Dash: Een tijdje geleden had Deco een relatie met hem. Ze waren erg close en een leuk koppel. Echter ging Dash weg zonder iets te zeggen, net op het moment dat Deco hem het meeste nodig had. Haar broertje kreeg Aids. Ze is op het moment onwijs boos op hem.

__________________________________________
Karakter: Druk en niet bepaald open, dat is Deco. Ze is druk en bot en koppig, iets wat anderen vaak snel afschrikken. Hierdoor heeft ze geen vrienden. Ze heeft ernstig te kampen met haar ziekte en schaamt zich er enorm voor. Je zou wel echt heel close met haar moeten zijn wil ze je vertellen over Hiv en haar familie. Diep in haar hart is Deco een lief meisje. Schattig en aardig, niet iemand die graag herrie schopt of rotzooi trapt. Maar dat is aan de binnenkant zo, haar buitenkant is heel anders. Het is toch meestal angst die ervoor zorgt dat je iemand bent die je helemaal niet wilt zijn. Het meisje vreet meestal best wel veel dingen uit en heeft lak aan regels. Ze maakt vrijwel altijd lol, hetgene waar haar leven omdraait. Over het algemeen doet ze onwijs stoer. Alsof ze nergens bang voor is en geen angsten kent. Toch is ze ernstig snel bang. Bang voor vampieren, zombies en vrijwel alles wat bovennatuurlijk is. Alhoewel, spinnen zijn haar echte angst. Nee, niet alleen spinnen. Insecten over het algemeen vindt ze niet bepaald geweldig. Ze zijn eng, kriebelig en gewoon vreselijk. Spinnen zijn toch wel het engst, met die harige poten en blik. Ooit zouden ze de wereld gaan overnemen. Ook heeft ze claustrofobie, wat betekend dat liften en kleine ruimtes niet bepaald haar hobby's zijn. Deco heeft stiekem best veel fantasie en was vroeger heel erg bezig met alles wat bovennatuurlijk is, simpelweg omdat ze er eigenlijk onwijs bang voor is. Iets wat je zeker zou verwachten als jee haar met een big smile door de gangen ziet strompelen. Gelukkig heeft ze geen medelijden met haar zelf. Tuurlijk, ze heeft het moeilijk, maar medelijden is niet echt haar ding. Het meisje vind je dan ook vaak op de vuist met de "zielige typetjes". Jeweetwel, die typetjes die zichzelf zo vreselijk zielig vinden en altijd zeiken over hoe zwaar ze het hebben. Of met van die pestkoppen. Daar kan ze echt niet tegen. Ook heeft ze een spuughekel aan leraren. Ze kan er gewoon echt niet tegen en doet er het liefst ook alles aan om hen het leven zuur te maken. Lachen toch, is meestal haar reden. Een echte reden heeft ze er niet voor. Waarschijnlijk omdat ze weigert te luisteren naar iets of iemand en leraren toch meestal wel willen dat je luistert. Ze kan daar echt niet tegen. Chocolade is echt een verslaving van haar, ze kan er geen genoeg van krijgen. En haar medicijnen? Ze moet echt haar best doen om elke dag te onthouden dat ze haar pilletjes moet innemen. Als ze dat niet doet, kan het nog wel eens slecht met haar aflopen.

_____________________________________________
Geschiedenis: Ik heb nooit echt een vreselijk leven gehad ofzo. Tenminste, niet tot mijn 11e levensjaar. Toen begon de ellende, die vreselijke ellende. Waarschijnlijk is het niet eens de ergste geschiedenis, maar ik, als meisje wat altijd beschermd en geliefd was, had het er wel degelijk ernstig moeilijk mee. Mijn moeder werd zwanger. Een normaal meisje van 8 zou springen van vreugde, ik dus ook. Nee, inderdaad. Ik was helemaal niet zo appart en ongewoon als nu. Gewoon een normaal, lieflijk, schattig meisje. Een meisje met een lach op d'r snoetje die een geweldig leven had. Groot huis, lieve ouders en dus blijkbaar een baby broertje of zusje. Ik was zo vreselijk blij, echt! 9 maanden lang heb ik om de paar minuten gevraagd wanneer het kindje geboren zou worden en of ze al wisten of het een jongen of meisje zou zijn. Elke keer was het antwoord dat het 9 maanden na de zwangerschap geboren zou worden en dat ze niet wilden weten of het een jongen of meisje zou zijn. Toch bleef ik het steeds vragen. 9 maanden gingen voorbij. 9 en een halve maand. Het duurde te lang. Er bleek iets mis te zijn met het kindje. Wat precies wist ik niet, maar het was niet goed. Mijn ouders zaten constant in de stress, het hield maar niet op. Na 10 maanden begon mijn moeder koorts te krijgen, ze kon niks meer. Liggen in bed en dat was het. Ze bleek ernstig ziek te zijn, een mysterieuze, onbekende ziekte. Om de paar minuten gooide ze de inhoud van haar maag eruit, mijn moeder werd magerder en magerder. Het kindje zat ook nog steeds in haar buik. Huisartsen waren kind aan huis bij ons. Mijn vader zat in de stress, mijn moeder was doodziek, en het kindje was nog steeds niet geboren. Begreep ik er iets van? Nee, niks. Uiteindelijk werd mijn liefste moeder afgevoerd met een ziekenwagen. Vader nog erger in de stress, ik wist nog steeds niet wat er aan de hand was. Wat gebeurde er? Waarom wilde niemand mij iets vertellen? Na een paar dagen in het ziekenhuis, kwam mijn vader naar mij toe. Hij zei dat we naar mama gingen. Blij stapte ik in zijn auto richting mama. Daar lag ze dan, op het ziekenhuis bed, met een waterige glimlach rond haar lippen. Ze zag er zwak en vermoeid uit, zo was mijn moeder nooit geweest. Ze was altijd levendig en sportief. Onwijs koppig en dacht dat ze altijd gelijk had. Daarom hield ik van mijn moeder, ze leek onwijs veel op mij. Aan het uiteinde van haar bed stond een commode met een hoopje erin. Je hoorde het soms een kraaiend geluid maken. Vragend keek ik mijn vader aan. Wat was dit? Waarom waren we hier? Ook mijn vader had een waterig glimlachje rond zijn lippen. Voldaan, blij, maar toch verdrietig. Ik begreep er niks van, maar liep onzeker naar het hoopje in de commode. Mijn moeder zei nog dat het een jongen was. Weer die blije, maar toch verdrietige stem. Er was iets, maar ik wist niet wat. Dat was het probleem. Ik keek in de commode en zag die schattige, blauwe oogjes. Hij leek op mij, alleen de ogen waren anders. Helder blauw in plaats van oranje. Hij was ongelooflijk schattig en lief. Mijn vader stond vlak achter me en zei dat hij met me wilde spreken. Ik ging samen met hem aan de rand van mijn moeders bed zitten. Hun stemmen klonken treurig toen ze mij het nieuws vertelden. Er was een probleem met het kindje. Nee, niet alleen met het kindje. Met ons allemaal. Waarschijnlijk. Mijn moeder, mijn vader, en mijn nieuwe baby broertje.. Hadden HIV. Bij mijn moeder was het vele malen erger, zij had geen HIV meer, ze had al Aids. Dat was het probleem geweest al die tijd. Hiv? Aids? Ik had er dingen over gehoord op school, maar wist niet helemaal zeker wat het allemaal was. Toch durfde ik het niet te vragen. Er werd gezegd dat ik ook getest moest worden, iets wat ik braafjes deed. Raad eens? Ik had ook HIV. Gelukkig geen Aids, maar toch. Het was wel Hiv, de voorloper van Aids. Ik moest aan de medicijnen. Mijn moeder en baby broertje lagen nog in het ziekenhuis. Mama was ernstig verzwakt, kon niks meer. De laatste keer dat ik bij haar was was een hel. Ik was inmiddels 11. Ja, 11. Mijn broertje was allang thuis en mijn vader zorgde voor hem, maar met mijn moeder ging het steeds slechter. Ik geloofde niet dat het ooit nog goed zou komen met haar. Intussen was ik wat meer in mijn schuld gekropen. Op school werd ik gepest omdat ik Hiv had, iets wat me onwijs veel pijn deed omdat ik er niks aan kon doen. En nog erger, ze scholden mijn moeder uit met de ergste scheldwoorden die je je maar kon bedenken. Tenminste, voor mijn leeftijd dan. Het deed me pijn aangezien mijn moeder op het randje van leven en dood balanceerde. Die laatste keer bij haar zal ik nooit meer vergeten. Ik zat op de rand van haar bed en deed vrolijk, iets wat ik meestal wel was bij mijn moeder. Van binnen was ik doodongerust en bang, maar dat hoefde mijn moeder niet te weten. Ze had het al moeilijk, ik wilde het haar niet moeilijker maken. Blij was ik aan het vertellen over mijn zogenaamde ervaringen op school. Ik zag dat mijn moeder begon in te dommelen, maar zocht er niks achter. Mijn moeder was nou eenmaal zwak en had veel slaap nodig. Toen het apparaat naast haar bed raar begon te piepen, begon ik ongerust te worden. Het gaf haar hartslag aan, dat wist ik ook wel. Toen werd het een rechte streep, het maakte een eentonig geluid. In series zag je dat altijd gebeuren wanneer er iemand overleed. Met grote ogen keek ik naar mijn moeder wiens ogen nu dicht waren, het leek alsof ze sliep. Het voelde alsof de tijd stilstond en mijn hart stopte met kloppen. Toen de artsen druk de kamer kwamen binnen gerend wist ik al hoe laat het was. Nee.. Dit konden ze toch niet menen? Mijn moeder? Dit wilde ik niet. Dit mocht niet. Huilen deed ik niet meteen. Ik liep naar het hoekje van de kamer en liet me op de grond zakken, keek strak voor me uit en zag niet wat de artsen allemaal met mijn moeder uitspookten. Ik hield me voor dat ik droomden, dat dit niet waar was. Dit gebeurde niet. Nee, dat kon niet. Ik werd niet opgemerkt en keek voor me uit, het leek uren te duren. Toen mijn vader de kamer binnen kwam, was het blijkbaar alweer rustig rond het bed van mijn moeder. Ik weet niet veel meer van wat er gebeurd was, alleen dat ik schreeuwde dat mijn vader van me af moest blijven. Hij probeerde me namelijk te knuffelen. Ik schreeuwde, stampte, weigerde te geloven wat er gebeurd was. Sinds dien ben ik niet meer dezelfde. Mijn klas wist al snel wat er gebeurd was met mijn moeder. Het pesten werd niet erger, maar ook niet minder. Ik voelde me onwijs alleen en verlaten. Mijn vader werd steeds vaker boos en ik had alleen maar mot met hem. Rebels, dat was wat ik werd. Luisteren deed ik niet meer en niks boeide me nog. Om 5 uur thuis zijn? 8 uur is toch ook wel goed? Zo dacht ik. Van straf trok ik me niks aan. Vrienden had ik niet meer en de band met mijn vader verslechterde. Mijn moeder was gestorven aan Aids. Mijn vader en broertje hadden ook Hiv, net als ik. Wat als zij daar ook aan zouden sterven? Dan maar geen goede band met mijn familie. Ik wilde geen verdriet lijden, dat was alles. Op mijn 14e gebeurde het waar ik bang voor was. Mijn broertje met de mooie blauwe ogen kreeg Aids, zijn medicijnen werkten niet meer. Ik kon het niet geloven, vond het vreselijk. Op school ging het slecht en ik was doodsbang om hem te verliezen. Bij gods gratie is dat nog niet gebeurd, maar het kan altijd nog. Zal dat ook ooit met mij gebeuren? Hopelijk niet. En hopelijk ook niet bij mijn vader. Ondanks dat mijn contact met hem vreselijk slecht is, wil ik hem niet kwijt. Het blijft mijn vader. Ik wil niemand meer kwijt. Dan maar geen goede contacten. Ik wil geen pijn meer lijden, nooit meer.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
 

кαтαуαмα мιzυкι ∂єcσ

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Starshine Academy ::  ::  :: Earth Magicians-